Bargercompascuum

J.B. Berens

2001

© Some Rights Reserved J.B. Berens 2001
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/1.0/
Pauline Berens Homepage

INLEIDING

Het werkstuk dat voor u ligt is een poging om de geschiedenis van Bargercompascuum in kaart te brengen, zonder teveel te overlappen met bestaande bronnen. Compas is begonnen rond 1860 met de grondverkoop aan vier nieuwe eigenaren, die boekweitverbouw wilden starten. Na 40 jaar begon de vervening, die duurde van ongeveer 1900 tot 1950. Speciale aandacht is geschonken aan de tijd rond 1870, toen de eerste bewoners hier een bestaan probeerden op te bouwen. Nazaten van die mensen wonen nog steeds in het dorp. Naast informatie over de eerste bewoners, vindt u de ontwikkelingen op onderwijsgebied en informatie over de verschillende kerkelijke gezindten in ons dorp.

Voor de tot standkoming van dit werkstuk is onderzoek verricht in archieven van met name Assen, Emmen en Duitse dorpen waar de eerste bewoners vandaan kwamen. Ook op onderzoeksgebied heeft de tijd niet stilgestaan; sinds kort is een kopie van het archief  voor familieonderzoek uit Osnabrück beschikbaar in Meppen.

De omslagfoto geeft een impressie van BC rond 1930. De foto is genomen ten westen van de Runde met het zicht op de molen van Eilering en het bos van J.B. Wilken.  De achterkant van het werkstuk laat de moderne tijd zien; het centrum van het huidige BC met verkeerslichten in 1995.

Ik wens een ieder veel plezier met het doorlezen van dit werkstuk.

J.B. Berens

juni 2001

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING1
OVER BARGERCOMPASCUUM (B.C.) IN HET ALGEMEEN9
WAAR NU BARGERCOMPASCUUM LIGT11
DE MARKE VAN NOORD_ EN ZUIDBARGE15
OUDHEIDKUNDIGE VONDSTEN17
DE VERKOOP VAN HET COMPASCUUM19
COMPASCUUM NA 186223
HOE HET VERDER GING MET DE GROND26
DE EERSTE BEWONERS VAN BARGERCOMPASCUUM29
Eerste bewoners - alphabetisch30
Lijst van eerste bewoners31
Eerste bewoners – op lijstnummer33
PAARDENEIGENAARS EN PAARDEN141
OVER SCHOLEN IN BARGERCOMPASCUUM143
O.L.School I143
O.L.School II147
O.L.School III147
School met den Bijbel148
R.K.School ‘ST.Theresia’149
Kleuterscholen149
OVER DE KERKEN IN BARGERCOMPASCUUM151
De R.K. parochie151
De Nederlands Hervormde Gemeente151
De Oud-Gereformeerden153
DE POSTBESTELLING IN BARGERCOMPASCUUM155
DE VERVENINGSTIJD VAN BARGERCOMPASCUUM157
IETS OVER BARGERCOMPASCUUM IN DE OORLOG159
BARGERCOMPASCUUM NA DE OORLOG163

OVER BARGERCOMPASCUUM (B.C.) IN HET ALGEMEEN

Wat oppervlakte aangaat is het Bargercompascuum van nu een product van de herindeling van de gemeente Emmen in 1938. Om administratieve redenen kwam er toen een nieuwe indeling waarbij enkele dorpen en gehuchten ‘verdwenen’. Ook Bargercompascuum zou verdeeld worden tussen de naburige dorpen. Dankzij het pleiten van wethouder Sibon en het raadslid Reuvers dat ons dorp om historische redenen moest blijven bestaan is er toen anders beslist. Het dorp bleef bestaan maar het ‘verloor’ een strook in het noorden aan Emmer-Compascuum en in het zuiden aan Zwartemeer. Ten westen van de Runde kwam het grootste deel van Klazienaveen-Noord erbij.

Het oorspronkelijke Compascuum van de Bargermarke grensde ten noorden aan de Emmermarke (Verlengde Groenedijk), ten westen aan de Runde, ten zuiden aan het Zwartemeer (later aan de Verlengde Hoogeveensevaart) en ten oosten aan de Duitse grens.

Het tuinbouwcentrum Klazienaveen breidt uit en komt op grond dat als Bargercompascuum teboek staat. Om het geheel bijeen te houden als glastuinbouwgebied Klazienaveen heeft het gemeentebestuur deze uitbreiding bij Klazienaveen ingedeeld. Er staat nu weer een uitbreiding op stapel ten oosten van de Runde, dus in het ‘echte Compascuum’. Misschien hoort dat deel straks ook tot Klazienaveen.

De bewoning begon hier nadat in 1860 het Compascuum verkocht was. Van Holthe tot Echten schrijft in zijn boekje ‘ De gemeente Emmen’: ‘Evenals in 1788 de Munstersche Regering had gedaan, stichtten zij (de nieuwe eigenaren) een kleine colonie in de onmiddellijke nabijheid van het Compascuum’. Hiermee is de bewoning bedoeld in het noorden van Bargercompascuum (het Voor-Compas) en de ‘Maatschappij’. In de Maatschappij, later Berkenrode genoemd, vestigden zij zich op het Smeulveen van de ‘Drentse Veen- en Middenkanaal Maatschappij’, die het later verkochten aan W.A. Scholten.

Evenals dat met andere ‘nieuwe’ dorpen het geval was, heeft het jaren geduurd voordat het hier de vaste naam Bargercompascuum had. Hoewel de naam Compascuum al heel lang bekend was en b.v. geregeld te vinden is in notarisakten, is die naam de eerste 10 jaar niet te vinden in het Bevolkingsregister van Emmen. Daar gaven de bewoners van hier ‘Rundeveen’ als woonplaats op. Ook de bewoners van de Maatschappij gaven die naam op. Eerst in 1871 leest men in de Burgerlijke Stand de naam Compascuum, maar het duurde nog enkele jaren voordat dit gewoon werd. In 1872 gaf een bewoner van de Maatschappij als woonplaats ‘Smeulveen’ op. Maar het duurde jaren voor die naam algemeen werd. Later was het daar Klazienaveen Noord.

Hier begon men eerst in 1890 Bargercompascuum te schrijven, ook die naam werd eerst jaren later algemeen gebruikt.

De bewoning van Zwartemeer begon in 1873. Als plaatsnaam gaven ze eerst op Compascuum, later meestal Barger Oosterveen. Veel later werd de naam Zwartemeer officieel.

Het gemeentebestuur van Emmen zag weinig toekomst in een boekweitkolonie. De verbouw van boekweit zou een aflopende zaak zijn en men voorzag daarna armoede. En omdat het hier een afgelegen deel van het veencomplex betrof zou de vervening nog lang op zich laten wachten. Omdat het hier om ‘toegelaten vreemdelingen’ ging, zouden ze in het geval dat die mensen ondersteuning behoefden niet kunnen terugvallen op de gemeenten van herkomst. Dat ‘terugvallen’ kon wel voor de ‘Hollanders’ die naar hier gekomen waren. Deze mening van het gemeentebestuur was oorzaak van de vertraging bij het stichten van de school. Toen het stichten van een R.K. kerk ter sprake kwam schreven B. en W. hun gedachten naar de Commissaris in Assen : ‘De leden der nieuwe parochie wonen bijna allen in hutten … op het Smeulveen en onregelmatig verspreid op het Bargercompascuum … onder hen is er bijna geen enkele die enige belasting kan betalen, zij zijn oorzaak van toeneming der lasten … reeds nu (1873) neemt de welvaart al af en hebben de meesten een sober bestaan … De oprichting van een kerk zou de toeloop van arme vreemdelingen naar hier nog bevorderen’ .                    

Toen er in 1883 vanuit Bargercompascuum geklaagd werd over de slechte toestand van wegen, Rundebruggen en afwatering, raadden B. en W. de Ged. Staten aan er bij de eigenaren van het Compascuum op aan te dringen hierin verbetering aan te brengen. Verbeteringen, ‘ in hun grondgebied, waarop zij de vreemdelingen-kolonie hebben gesticht, natuurlijk met het doel er opbrengsten van te trekken’.

B. en W. verwachtten veel welvaart van de vervening en zij wisten dat Bargercompascuum daar nog lang niet aan toe was, vandaar hun sombere gedachten.

Achteraf  bekeken heeft het gemeentebestuur de toekomst van ‘Compascuum’ te donker ingezien. Wel is hier als de boekweitoogst tegenviel vaak armoe geleden. Maar het waren hier meest hardwerkende, sober levende mensen. Er is een groot verloop geweest onder de bevolking, sommigen keerden terug naar Duitsland, anderen verhuisden naar Barger-Oosterveld of emigreerden naar Amerika. Maar de opengevallen plaatsen werden geregeld weer aangevuld. Nakomelingen van de pioniers werkten vaak in Duitsland, b.v. bij het graven van het Süd-Nord Kanal. Sommigen ‘dienden’ daar al jong bij een boer.

Ook de mening van ‘Emmen’ dat deze bevolking ongeschikt zou zijn voor veenarbeid was niet juist. Veel nakomelingen werkten later in de veenderij.

De hoge verwachting die het gemeentebestuur toen had van de vervening werd niet altijd werkelijkheid. Er zijn tijden geweest dat het niet goed ging. Vooral in de periode 1920-1940, toen de turfprijzen daalden tot beneden de kostprijs kwam hier grote werkeloosheid, met alle gevolgen van dien. Velen zochten toen hun heil elders, vooral in Twente, Eindhoven en Limburg.

WAAR NU BARGERCOMPASCUUM LIGT

Wat later Bargercompascuum heette was vroeger een klein onderdeel van het ±100.000 ha grote Bourtangermoeras. Het lag er ongeveer middenin. Een vaste grens met Duitsland was hier niet, het was eigenlijk niemandsland.

In dit gebied lagen twee meertjes, het Zwartemeer en het Hebelermeer. Het Zwartemeer had enige afwatering door de Runde die het water naar het noorden afvoerde en er was een verbinding met het Hebelermeer dat weer afwaterde via Dankern (Hebel) naar de Eems.

Voor de Republiek der Zeven Provinciën was het een goede verdedigingslinie en met kunstmatige middelen zorgden ze daarom dat het hier nat bleef.

Vastleggen van een grens zou hier ook moeilijk geweest zijn. Toen er in 1764 eindelijk de grens werd vastgesteld, kon in de afstand tussen waar nu Hebelermeer en Twist liggen, geen grensstenen worden geplaatst omdat het te moerassig was.

Zoals toen gebruikelijk rekenden de boeren van Noord- en Zuidbarge dit gebied tot hun marke. Als het ‘s zomers droog genoeg was weidden ze hier hun vee aan de Runde en langs het Zwarte- en Hebelermeer en werd er zelfs gehooid. Maar evenzo deden dat de boeren van Wesuwe en Altharen.

Het woord compascuum voor dit gebied stamt uit die tijd. Het woord komt uit het Latijn. Vrij vertaald betekent het ‘jus de compascui’, recht van samenweiden. Zo’n compascuum hadden niet alleen de Bargerboeren, ook Emmen en Schoonebeek (in de buurt van het latere Twist) hadden een compascuum.

Van deze grond moest wel belasting betaald worden. Er is een bezwaarschrift bekend dat de boeren van Emmen indienden bij de Drost van Drenthe tegen die belasting. Ze voerden aan dat het hier om een ‘seer vuill vene’ ging, waar lang niet ieder jaar geweid en gehooid kon worden. Ze kregen toen vermindering van die belasting.

Uit de tijd dat van hier de eerste schriftelijke berichten komen, heeft Anton Dijck in het Rijksarchief te Assen verschillende stukken gevonden. Enkelen volgen hier, verkort.

Zo is er een geval van grondverkoop bekend uit de 17de eeuw. Op 27-3-1648 verkochten de Bargerboeren een stuk grond gelegen bij het Zwartemeer, ‘bij Oevermansland’. Kopers waren 2 boeren, de schulte en de predikant, vermoedelijk allen van Emmen. Het werd verkocht om een landmeter te kunnen betalen die voor hen gemeten had. Waarschijnlijk is die verkoop later weer ongedaan gemaakt.

Toen het gerucht ging dat Duitsers bij het beekje dat liep tussen het Zwarte- en Hebelermeer bezig waren geweest, werd in 1717 van hogerhand Ing. De la Rive er op afgestuurd. In zijn rapport staat dat het beekje vergraven en verdiept was, ook was er een stuw in aangebracht. De heer Martels van Dankern had dat laten doen om het Hebelermeer van meer water te voorzien. Vanuit dat meer liep een stroompje waardoor in Hebel de 2 watermolens van Martels konden draaien. Het beekje dat toen ‘gekanaliseerd’ was werd later het Martelsdiep of Martelsdiepje of gewoon Beek genoemd. Het is lang de grens geweest tussen Bargercompascuum en Barger Oosterveen (Zwartemeer).

Er werd wel eens gesproken over een vaste landsgrens. Om hun aanspraken hierop kracht bij te zetten werden van Hollandse zijde in 1718 een aantal boeren opgeroepen, 13 oude mannen uit Noord- en Zuidbarge en 10 uit Roswinkel. Zij verklaarden onder ede dat aan weerszijden van de Runde en bij het Zwartemeer hun groenlanden lagen waar ze vanouds hun vee hadden geweid en gehooid, zonder ooit door iemand te zijn gehinderd. Bij het Zwartemeer hadden ze wel eens een hut gebouwd voor hun beestenhoeder. Nu stond de hut aan de ‘Angelse Stranck’ (vermoedelijk een zijriviertje van de Runde of het Zwartemeer).

De tegenpartij, de boeren van Wesuwe en Altharen, hielden ook zo’n zitting en verklaarden ongeveer hetzelfde. Volgens hen moest de Runde de grens worden.

In 1764 kwam er eindelijk een grensverdrag tot stand. De grens werd vastgesteld zoals hij ook nu nog geldt. In 1784 werd dit verdrag nog eens vernieuwd en daarbij werd ook vastgelegd dat de Duitse boeren hun vee mochten weiden in de Compascuums. Er was wel de beperking dat niet geweid mocht worden op aangelegde of nog aan te leggen boekweitakkers. Die akkers moesten wel 100 roeden (± 430 m.) van de grens verwijderd zijn.

Dat weiderecht had tot 1788 niet veel moeilijkheden gegeven omdat de boeren van Wesuwe en Altharen ongeveer 10 km van de grens woonden. Het werd anders toen in 1788 de bovenveendorpen Schwartenberg en Hebelermeer werden gesticht. Aan de bewoners van die dorpen werd het weiderecht in de Compascuums toegezegd zonder dat er gesproken werd van de beperking van de boekweitakkers. Dat heeft aanleiding gegeven tot veel ruzies tussen de partijen. Tussen de markegenoten van Emmen en Westenesch en de boeren van Schwartenberg kwam in 1817 een overeenkomst tot stand. De Schwartenbergers mochten daarbij hun vee weiden op het noordoostelijk deel, dat was ± 3/10 van het Emmer Compascuum. Zo’n overeenkomst kwam er niet met de Bargerboeren.

De ruzies tussen de Bargerboeren en de Duitsers duurden voort. Een paar keer werden ‘Duitse’ schapen ‘in beslag genomen’ en naar Noordbarge gevoerd. Van hogerhand werden vermaningen uitgedeeld en de schapen moesten weer vrijgegeven worden. En daar bleef het bij.

Het doet vreemd aan dat er in dezelfde tijd ook een heel ander contact was tussen de beide partijen. Dit blijkt wel uit het kasboek van de Bargermarke, dat begint in 1832. Van het begin af staan er bedragen in die zij ontvingen van boeren van Hebelermeer en Schwartenberg voor huur (pacht) van boekweitgrond. Tot die grond behoorden zeker ook percelen in hun compascuum. Ze schrijven dan ‘boven de Runde’, of ‘bij het Hebelermeer’. Zo’n verhuring werd aangekondigd door ‘kerkespraak’, b.v. 8 Maart 1838 - voor kerkespraak op den Zwartenberg, ƒ0,15. Soms leest men van ‘boerwerken’, ook bij de Runde. Dat zal wel het verbeteren van een weg of sloot geweest zijn. Er werd nogal een flinke borrel bij gedronken. De jenever (Jan Ever) werd gehaald bij Thole of Cramer van Hebelermeer of van Tholen van Schwartenberg.

Maar niet altijd was de verhouding zo gemoedelijk. Hermann Gröninger, boer te Lindloh en ‘Heimatschriftsteller’, schreef het volgende; ‘In 1839 probeerden de Bargerboeren boekweitakkers te verhuren en een afwateringsloot van 5 voet breedte aan te leggen. Op de bezwaren van de Schwartenbergers dat daardoor hun weiderecht werd aangetast, antwoordden ze; ‘niet de kleinste hoek zullen jullie houden’.

Nu en dan schreef de burgemeester van Emmen aan de Commissaris in Assen, soms ook aan de ‘Hofrat’ Germes te Meppen. Het ging dan over de conflicten tussen de Bargerboeren en de Duitsers. Met geen ander resultaat dat dan van beide zijden weer vermaningen werden uitgedeeld.

In 1857 werd toch blijkbaar een mogelijke afscheiding van grond aan de Duitsers overwogen. De burgemeester schreef aan de Commissaris hoe het hier uitzag; ‘ het is veengrond, ongeveer voor ¼ deel ‘uitgeboekweit’, terwijl het overige ¾ deel nog niet beboekweit is. De veendikte is 4 tot 6 meter, dus gemiddeld 5 meter’.

En zo zijn de ruzies, maar ook het verhuren van boekweitgrond op de droogste plekken, doorgegaan tot 1860 toen het Compascuum verkocht werd.

DE MARKE VAN NOORD_ EN ZUIDBARGE

Van oudsher rekenden de Drentse zanddorpen het gebied buiten hun dorp tot hun gemeenschappelijk bezit, het behoorde tot hun ‘Marke’. In een dunbevolkt en waar het veen betrof onbewoond gebied, kon dat zonder bezwaar. Evenzo gebeurde het in de Duitse zanddorpen aan de overkant. Vermoedelijk ontstonden de marken in de middeleeuwen.

De Bargermarke, waarvan het Compascuum maar een klein deel uitmaakte, was verreweg de grootste van Drenthe. Nadat in 1845 een regeling tot stand kwam met de boeren van Schoonebeek over een omstreden gebied, werd er aan de Bargermarke nogeens 2000 ha toegevoegd. De totale grootte werd toen 15050 ha. Tweede grootste marke van Drenthe had Valthe met 4211 ha.

Het grootste deel van de marke was moerassig hoogveen. Waar het mogelijk was werd het benut voor veeweide, boekweitverbouw, plaggensteken en turfgraven voor eigen gebruik.

De oostelijke grens van de marke was de rijksgrens met Duitsland. Het heeft tot 1764 geduurd voor die grens werd vastgesteld, eerder was het hier niemandsland. Daar werd, voor zover het door moerassigheid niet onmogelijk was, door Drentse en Emslandse boeren met hun vee geweid.

In de 19de eeuw kwam men langzamerhand tot het inzicht dat het beter zou zijn de marken die men gemeenschappelijk benutte, te verdelen onder de eigenaren. Dat zou de vooruitgang ten goede komen. Ook van overheidswege werd sterk aangedrongen op markescheiding.

Er was verschil tussen in hoofdzaak zandmarken en marken die grotendeels uit hoogveen bestonden. Gescheiden zandgrond kon direct door de eigenaren in gebruik worden genomen, veen dat ‘rijp’ was voor vervening zou in handen komen van verveners. Want de Drentse boer was van nature geen vervener, tevens was er voor het aan de snee brengen van veen veel kapitaal nodig.

Tegen het midden van de 19de eeuw raakten de oudere verveningen uitgeput en was zuidoost Drenthe aan de beurt. Ook de markegerechtigden van de Bargermarke waren toen bereid grote stukken van hun veengebied te verkopen aan maatschappijen die kanalen naar hier zouden brengen voor de vervening.

De verkoop in 1846 aan een meneer van Runen die optrad voor een Engelse maatschappij mislukte.

In 1850 sloten ze een overeenkomst met de Drentse Kanaal Maatschappij. Deze Mij. nam op zich de Hoogeveense Vaart te verlengen tot de Bargermarke en daarna dit kanaal tot de Duitse grens te brengen. De eerste directeur van deze Mij. werd Jhr. Mr. A.W. van Holthe tot Echten. Hij zou later ook een belangrijke rol spelen in de begintijd van Bargercompascuum.

De Kanaal Mij. kreeg hiervoor 200 m. grond aan het kanaal in eigendom voor de prijs van ƒ100 per ha.

In het zelfde jaar verkochten de Bargerboeren een strook grond in het zuiden van hun marke, tot de Duitse grens, groot 2256 ha, voor ƒ120.000. Koper was de Drentsche Landontginnings Maatschappij. Deelnemers ervan waren 6 heren uit Amsterdam, vandaar de namen Nieuw Amsterdam en Amsterdamscheveld.

Aan de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij verkochten zij in 1853 twee blokken veengrond. Het ene blok, groot 528 ha, nu Oranjedorp en het Smeulveen, 972 ha groot, het latere Klazienaveen Noord. Tevens werd aan deze Mij. toen de strook grond verkocht die lag tussen de beide blokken, nu de Heerenstreek. De koopprijs van alles was ƒ30 per ha, met de verplichting er een kanaal naar toe te brengen. Dat werd het Oranjekanaal. Al gauw zagen ze in dat het te kostbaar werd om een kanaal door te trekken naar het Smeulveen vanwege het waterpeil. Ze verkochten het in 1874 aan W.A. Scholten voor ƒ228.569.

In de volgende jaren verdeelden de markegerechtigden nu en dan grote stukken grond onder elkaar, de grond werd ‘gescheiden’. In 1854 werd Vastenow gescheiden. Dit blok, 234 ha groot, lag op een uitloper van de Hondsrug en was ongeschikt voor vervening. Het werd een deel van Nieuw Dordrecht.

De verkoop van het Compascuum in 1860 gebeurde waarschijnlijk omdat het een omstreden gebied betrof.

Het Westerveen werd in 1861 gescheiden, in 1862 volgde het Oosterveld, tegelijk met het Hoogbultenveen en de Rietlanden.

Daarna was in 1867 het grote Oosterveen aan de beurt. Tot dat Barger-Oosterveen behoorden het latere Zwartemeer en Klazienaveen, alsook de strook tussen het Smeulveen en de Runde. De totale oppervlakte was 3785 ha. Hiervan was 1610 ha ongerept veen, er was nog nooit boekweit op verbouwd, omdat het te nat was. Na de nodige ontwatering werd daar in 1873 begonnen met het verhuren van de grond en kwam de bewoning op gang.

Met de verkoop van grote stukken grond en de verdeling van de andere grote blokken was de uitgestrekte marke binnen 20 jaar bijna totaal verdwenen.

Opvallend is dat langzamerhand ook veel buitenstaanders door aankoop gerechtigd waren in de marke. Zo waren er in 1867 van de 800 aandelen (koeweiden) 250 in handen van ‘vreemden’, b.v. van Holthe tot Echten bezat toen 72 koeweiden.

OUDHEIDKUNDIGE VONDSTEN

In Bargercompascuum is weinig gevonden. Niets wijst er op dat hier voor de veenvorming mensen zijn geweest, uigezonderd een tijdelijk bezoek van rendierjagers aan de zandhoogte bij de molenwijk (Willem Albertsvaart). Daar zijn enkele sporen van menselijke aanwezigheid gevonden, hier was het veel te nat.

Misschien is er wel eens een kleine vondst gedaan die door onachtzaamheid of ‘er geen tijd voor hebben’ verloren is gegaan.

De grote vondst werd hier in November 1952 gedaan door Thomas Duinkerken. Bij het ‘afbonken’ werd door hem op plaats 32, zo’n 150 m. ten oosten van de Runde een geldbuidel ontdekt, met daarin 312 romeinse munten. Hij lag op de scheiding van grauwveen en zwartveen. De buidel was voor een deel vergaan.

Een en ander kwam in bezit van het museum te Assen. De gerestaureerde buidel en de muntstukjes zijn er nu te bezichtigen. De munten zijn geslagen tussen 54 en 192 na Christus. Ze hadden in die tijd geen bijzonder grote waarde.

Hoe het daar is terecht gekomen blijft gissen. Men zou kunnen denken aan het handelsgeld van een kleine handelaar. Misschien was hij onderweg van het ene zandgebied naar het andere en is hem hier iets ernstigs overkomen. Dat reizen moet dan wel gebeurd zijn in een erg droge tijd of in een flinke winter.

De ‘veenbrug’ van Nieuw Dordrecht is het dichtstbijzijnde overblijfsel van activiteit van zo’n 3000 à 4000 jaar terug. Deze veenbrug liep in de richting van de Runde en was geen aaneengesloten geheel, hij is alleen gelegd over de natste plekken. Bij de ‘weg’ is ook een kapot wagenwiel gevonden uit die tijd.

Er wordt wel gedacht dat deze veenbrug gediend heeft voor het vervoer van ijzeroer van de Runde naar Angelsloo. Daar is een primitieve ijzersmeltoven uit die tijd gevonden.

In Barger-Oosterveld werd in 1957 de resten van een houten ‘tempeltje’ blootgelegd op de scheiding van zand en veen. Daar zijn ook voorwerpen gevonden waaronder een bronzen dolk van duizenden jaren terug.

Dan is er nog het houten ‘voetpad’ dat men vindt in Emmer-Compascuum - Emmer-Erfscheidenveen. Het pad liep van de Hondsrug (Emmerschans) naar de zandhoogten van Schwartenberg en Lindloh. Het pad was één brede plank breed en moet aangelegd zijn ver voor de jaartelling.

DE VERKOOP VAN HET COMPASCUUM

Volgens Hermann Gröninger hadden de Bargerboeren hun Compascuum rond 1860 aan de Schwartenbergers te koop aangeboden voor ƒ90.000. Terwijl de boeren van Schwartenberg in een vergadering besloten hadden de koop aan te gaan, het geld ervoor was hun al toegezegd, werd het verkocht aan ‘Hollandse’ gegadigden.

Ook van Holthe tot Echten schrijft, in verband met hun aankoop van het Compascuum, dat wanneer zij het niet gekocht hadden het in handen gevallen was van ‘Hannoversche gading makenden’.

Bij akte van 19-3-1860, opgemaakt door notaris Heppener te Borger, werd het Compascuum van de marke van Noord- en Zuidbarge verkocht voor ƒ85.000 plus kosten. Het werd gezamenlijk gekocht door vier heren.

Dat waren:

Mr. Cornelis Hiddingh, wethouder te Assen, gerechtigd voor ¼, Mr. Lucas Oldenhuis Tonckens, burgemeester te Emmen, voor ¼, Harmannus Folkerus Gosselaar, zonder beroep te Assen, voor ¼ en Jhr. Mr. Anne Willem van Holthe tot Echten, advocaat en notaris te Assen, voor 132/800 en een combinatie van andere van Holthe tot Echtens, Carstens, Bruis Slots en Mevr. van der Wijck-de Vos van Steenwijk, samen gerechtigd voor 68/800.

Naast hun andere functies waren de vier eerstgenoemden grootgrondbezitters en verveners in oudere veenkolonies en ondernemende mensen. Van Holthe tot Echten, ook directeur van de Drentsche Kanaal Mij., was de meest op de voorgrond tredende. Hij schreef ook in 1862 het boekje ‘De Gemeente Emmen’, waarin hij naast de geschiedenis van dit gebied, de oorzaken en toedracht van de crisis van 1861 beschreef. De toekomst van Emmen zag hij vooral in de komst van kanalen en daarmee de vervening.

De grootte van het Compascuum was niet nauwkeurig bekend, het werd geschat op 1700 ha. Wanneer bij opmeting de oppervlakte meer of minder zou blijken te zijn, zou dat tot voor- of nadeel zijn van de kopers. Het Compascuum grensde ten noorden aan de marke van Emmen en Westenesch, ten oosten aan het Koninkrijk Hannover, ten zuiden aan het Zwartemeer en ten westen aan de Runde.

Onder de voorwaarden staat o.m. dat het verkochte overging met alle bezwaren, waaronder ‘een regt van zamenweide, hetwelk eenige Hannoversche gemeenten op gemeld perceel beweren te bezitten’. De verkopers verklaarden dat van het verkochte geen bewijzen van herkomst waren.

Om hier iets te kunnen beginnen moest er een goede afwatering komen. Dat kon alleen gebeuren door de Runde te kanaliseren en te verdiepen. De Runde (de Duitsers zeiden de Aa) kronkelde teveel en was te ondiep. Van Holthe tot Echten schreef dat de Runde tussen het Zwartemeer en de weg naar Hebelermeer nauwelijks zichtbaar was.

De nieuwe eigenaren lieten de grond opmeten. Het bleek in totaal 1786.53.20 ha groot te zijn, een meevaller dus.

Er werden kavels (plaatsen) uitgemeten van 100 m. breedte, de lengte werd bepaald door de Runde. Twee van dergelijke plaatsen kregen één nummer, te beginnen met 11. Een overzichtskaart van deze plaatsen is te zien na pagina 12. Er werd gemeten vanaf het noorden, op de kleine strook na waarop de Oranjekanaal Mij. rechten had. Zo mat men door naar plaats nr. 43, in de buurt van het Zwartemeer.

Er werd een weg ontworpen, richting noord-zuid. Deze weg liep in de buurt van de oude ‘Heerendijk’. In de eerste huurkontrakten werd voor die nieuwe weg soms de naam Heerendijk nog gebruikt. Aan deze weg woonden de eerste bewoners. Later werd die weg soms Schoolweg genoemd. Met de vervening is de weg verdwenen.

Om de grond geschikt te maken voor boekweitverbouw werden een aantal arbeiders aangetrokken. Enkelen kwamen uit Smilde waar de eigenaren ook veenderijen hadden. Ze werden gehuisvest in een tiental keten in het noorden van Compascuum, het Voor-Compas.

Er moest veel gebeuren: de Runde kanaliseren en verdiepen, veel sloten gegraven en veenwegen aangelegd.

Het scheen eerst dat de eigenaren van plan waren om hier zelf de boekweitteeld ter hand te nemen. Maar waarschijnlijker is dat ze wilden uitproberen hoever ze konden gaan tegenover de Duitsers die hier hun weiderechten hadden.

Onder leiding van Gosselaar, een der eigenaren, werd het werk flink aangepakt. Naast het kanaliseren van de Runde werden sloten gegraven, greppels aangelegd en veen gehakt. Gröninger schrijft dat er soms 300-400 mensen aan het werk geweest zijn … omdat ‘Von Goslar’ best betaalde verlieten boeren, handwerkers en kooplui, ‘ja sogar Juden’ hun werk en gingen hier veen hakken … Gosselaar zou ongeveer ƒ30.000 voor dat werk hebben uitgegeven.

Van Holthe tot Echten schrijft dat bij dat werk wel de vereiste 100 roeden in acht genomen werd. Dat was de afstand van de grens waarbinnen geen boekweitakkers mochten worden aangelegd volgens het grenstractaat van 1784.

Met de grootscheepse aanpak van de nieuwe eigenaren kwam het weiderecht-conflict tot uitbarsting. Ook de volmachten van de oorspronkelijke rechthebbenden, Altharen, Niederlangen en Wesuwe mengden zich erin. Volgens Gröninger werd direct de gerechtelijke weg bewandeld om tegen zulk eigenmachtig optreden de nodige rechtsbijstand te hebben. Maar zij traden ook handelend op en kwamen een paar keer in groten getale naar hier om sloten en greppels weer dicht te werpen. Van Nederlandse kant werd gesproken van 130-140 Duitsers die hier twee maal kwamen om de boel te vernielen, de laatste keer op 29 Mei 1861.

De politie kon tegen deze overmacht niets uitrichten, maar maakte procesverbaal op tegen 11 van hen wegens vernieling. In Augustus 1861 werden ze door de Rechtbank te Assen veroordeeld, de 2 aanvoerders (uit Niederlangen en Altharen) tot een jaar gevangenisstraf, de negen anderen tot 3 maanden. Ze werden bij verstek veroordeeld en het lukte niet om ook maar één van hen gevangen te nemen. Zeven van hen gingen in hoger beroep, maar ze behielden hun straf.

Men verschilde van mening over de uitleg van het grenstractaat van 1784. Maar het werd een onhoudbare toestand.

De burgemeester drong aan op onderhandelingen. In de Tweede Kamer werden vragen gesteld. De Minister antwoordde dat de zaak op internationaal niveau geregeld zou worden. Hij kondigde de ‘status quo’ af voor dit gebied. Een kudde ‘Duitse’ schapen die een paar dagen eerder waren opgebracht naar Emmen werd toen teruggegeven.

Op 16-8-1861 begonnen de onderhandelingen, ze duurden tot 7-9-1862. Het voornaamste resultaat was dat 4/15 van het Compascuum aan de Hannoveranen werd afgestaan als afkoop van hun weiderechten. Zij kregen dat in eigendom, de grootte was 452 ha. Het werd de 678 m. brede strook aan de grens, lengte ± 6500 meter. Het stond later bekend als het Zwartenberger- en Hebelermeerse Compascuum.

Andere bepalingen waren; die strook werd van het Compascuum gescheiden door een ‘brede’ sloot, 2 meter breed en 1 m. diep. Die sloot staat nog als Breede Sloot bekend. Verder kregen de Duitsers de beschikking over een 100 m. brede strook langs het aan hun afgestane deel, dat ze 10 jaar lang mochten bebouwen. Wanneer men met een kanaal gevorderd zou zijn tot het Compascuum, moest er binnen 300 m. van het afgestane deel een kanaal worden gegraven. Dat kanaal moest binnen 20 jaar voor 2/3 gereed zijn. Gebeurde dat niet dan was er de sanctie dat de 100 m. strook eigendom werd van de Duitsers. Deze stok achter de deur had later tot gevolg dat Hoofdwijk III eerder gereed was dan het Oosterdiep.

Het Martelsdiep moest op dezelfde breedte en diepte blijven. Er moesten twee wegen worden aangelegd, één langs de Emmermarke, richting Emmen (Verlengde Groenedijk), de andere liep van Hebelermeer richting Nw.Dordrecht. Deze weg kwam te liggen op plaats 40 en is later vervallen.

Van het afgestane gedeelte kregen de boeren van Schwartenberg de noordelijke helft, die van Hebelermeer de zuidelijke helft

De Duitse veroordeelden kregen gratie van Koning Willem III.

Tegelijk met deze overeenkomst werd ook het Emmer Compascuum ‘gescheiden’. Ook daar kregen de Duitsers (Schwartenbergers) 4/15 deel van de grond.

Met deze overeenkomst hadden de eigenaren een flinke aderlating ondergaan, maar ze konden nu ongehinderd doorgaan met hun ontginning en verhuur van boekweitgrond.

COMPASCUUM NA 1862

Er werd zo gauw mogelijk begonnen met het verhuren (verpachten) van de grond voor boekweitverbouw. Het was de enige manier om inkomsten te hebben van hun aankoop, de vervening zou nog lang op zich laten wachten.

Het eerste huurcontract is van 8-4-1862. Er werden toen 53 perceeltjes (grootte onbekend, vermoedelijk 1 ha) verhuurd ‘op de derde garve’, de verhuurders kregen 1/3 van de opbrengst.  De meeste huurders waren Duitse boeren. Deze verhuring is maar gedeeltelijk doorgegaan, vermoedelijk door de onderhandelingen. Er werd een andere regeling getroffen want in de herfst van 1863 verkocht Gosselaar de enige 22 akkers boekweit die er verbouwd was op die percelen. Er werd later niet weer op de derde garve verpacht.

H.F.Gosselaar, dan grondeigenaar en vervener te Emmen, verkocht zijn aandeel in het Compascuum aan Mr. Jan Albert Willinge Gratama, procureur bij het Gerechtshof in Assen Dat gebeurde bij een onderhandse koopakte van 15-7-1863. Koopsom ƒ45.000.

In 1864 kwam er naast de verhuur van ‘los’ boekweitland een nieuwigheid bij. Uit een contract van 4-6-1864; verhuurd werden toen percelen die lagen tussen de nieuwe weg en de Runde met de verplichting op dat perceel een woning te bouwen en te bewonen vóór 1 Mei 1865. Er werd toen verhuurd: ‘aan Hendricus Huussers, arbeider te Hebelermeer, 9,92 ha op plaats 33, pachtprijs ƒ992, aan Willem Feringa, arbeider te Adorf, 4.78 ha op plaats 32, pachtprijs ƒ478, aan Berend Hendrik Soelman, arbeider in Hebelermeer, 4.78 ha op plaats 32, voor ƒ478 en aan Berend Berends, arbeider te Lintloh, 7.40 ha op plaats 26, voor ƒ740’.

Er werd in dit geval verpacht voor 12 jaren, gewoonlijk was dat 10 jaar.

Dit waren niet de eerste bewoners van hier, er woonden al enkelen waarvan geen huurcontract te vinden is.

De voorwaarden van zo’n verhuring waren meestal; de huur moest binnen 4 jaar in gelijke termijnen betaald worden - de huurder moest akkers aanleggen op 10 meter breedte - de weg, sloten en de Runde bij het perceel moest de huurder onderhouden. De huurder mocht voor eigen gebruik turf graven op het perceel waar hij woonde.

De verhuur van ‘los’ boekweitland was al eerder begonnen. Vanaf 1865 plaatsten de eigenaren geregeld advertenties in de ‘Ems- und Hase-Blätter’ van Meppen. Het ging over de verhuur van boekweitgrond. Die advertenties zullen hun geld wel opgeleverd hebben, hoe meer liefhebbers, hoe hoger de pachtprijs.

Er werd dan verhuurd met percelen van 1 ha. De voornaamste voorwaarden waren gewoonlijk: er werd verhuurd voor 10 jaar, de pachtprijs moest in 4 jaar betaald zijn, er mocht niet vaker dan 6 keer ‘gebrand’ worden, er moesten greppels gegraven worden op 10 m. afstand, voor nattere grond kon dat 8 of zelfs 6,2/3 m. zijn

De huurprijs voor die 10 jaar schommelde eerst tussen ƒ100 en ƒ150 per ha, later liep die prijs op, soms tot meer dan ƒ200.

Aan de verbouw van boekweit was veel risico verbonden. Naast goede opbrengsten waren er misoogsten. Door een natte periode kon het veen soms niet gebrand worden, door nachtvorst en slecht oogstweer kon de opbrengst erg tegenvallen.


fabrieksaardappels op dalgrond

boekweit op hoogveen

Bij het niet voldoen van de pacht verviel de oogst aan de verhuurder en zo waren er nog wel eens verkopingen van op stam staande boekweit wegens wanbetaling.

Veenboekweitverbouw was roofbouw en vroeg daarom veel grond. Na enkele jaren boekweit verbouwd te hebben daalden de opbrengsten sterk. Wanneer de grond ‘uitgeboekweit’ was bleef het zo’n 25-30 jaar braak liggen. Alleen grond die dicht bij een woning lag werd dan benut voor andere gewassen als er voldoende stalmest was. Kunstmest was toen onbekend.

De grond die verpacht was ging in verkoopwaarde sterk achteruit. Daar kon dan in 30 à 40 jaar geen inkomsten meer van komen, terwijl er wel lasten tegenover stonden. Een voorbeeld hiervan is het volgende. De gebroeders Cramer van Hebelermeer pachtten in 1866 plaats 36 van Gratama voor 20 jaar. De plaats was 35 ha groot, de pachtprijs was ƒ6.067,65 en moest binnen 4 jaar voldaan zijn. In 1873 kochtten ze diezelfde grond van Gratama voor ƒ1.386. Dezelfde grond min 3 ha verkochten ze in 1904 aan dokter Prak uit Ter Apel voor ƒ15.600. De vervening was toen op komst.

Bij de kanalisatie van de Runde en het opnieuw vaststellen van de zuidgrens van het Compascuum waren de eigenaren tekort gekomen. De zuidgrens werd nu de toen al geprojecteerde Verlengde Hoogeveense Vaart en het Martelsdiepje. Als compensatie kregen ze van de Bargerboeren ±23 ha grond, waarvan 8 ha aan de Runde (in de Emmermarke) en 15 ha bij de nieuwe zuidelijke grens. De akte is van 13-7-1866.

In 1865 was er al sprake van verdeling van Compascuum tussen de eigenaren. Blijkbaar beviel het ‘mandewerk’ niet langer. Er kwam een uitspraak van de Rechtbank van 3-4-1865 aan te pas waarin die verdeling bevolen werd. Mr. Hiddingh was het niet eens met de gang van zaken en ging in appèl. Daarmee werd voorlopig de verdeling en het opmaken van een plan van aanleg stop gezet.

Tenslotte werden de eigenaren het eens, bij akte van 23-7-1866, over de verdeling onderling en over het plan van aanleg. Op deze verdeling is het 100-jarig bestaan gebaseerd dat in 1966 gevierd werd.

Het plan van aanleg en de verdeling waren geregeld door de deskundigen H.F.Gosselaar en G.Lammerts van Emmen en Jan Rigterink, landmeter te Oosterhesselen.

Men kwam bijeen te Assen. Er lag een kaart van het Compascuum waarop de kanalen en wegen waren geprojecteerd die er zouden komen voor de vervening. Ook de weg waaraan de eerste bewoners toen al woonden en die zou vervallen als de vervening dat noodzaakte.

Op de kaart was Compascuum in vier kavels verdeeld, aangegeven met de kleuren geel, groen, wit en bruin. Iedere kavel was onderverdeeld in 11 percelen (plaatsen of gedeelten daarvan), die verspreid lagen over het hele Compascuum. Alles uitgezocht door de deskundigen, iedere kavel was ± 335 ha groot en was gewaardeerd op ƒ44.500. Door loting werd bepaald welk part men toegewezen kreeg. Gratama kreeg de geel gekleurde percelen, Hiddingh kreeg groen, Tonckens wit en van Holthe tot Echten en consorten kregen bruin.

HOE HET VERDER GING MET DE GROND

Gratama verkocht in 1867 een ha grond aan het Gemeentebestuur voor ƒ200, waarop een jaar later de school werd gebouwd. In 1873 volgde de verkoop aan de gebroeders Cramer. In 1873 verkocht hij ook zijn overige grond, 295 ha, aan een consortium uit Deventer die daarvoor de Deventer Veen Maatschappij (D.V.M.) hadden opgericht. De koopsom was ƒ100.000, een hoge prijs voor die tijd. De D.V.M. is hier lang eigenaar gebleven, de laatste grond verkochten ze lang na de 2de wereldoorlog.

De erfgenamen van Hiddingh verkochten hun grond in 1898. De voornaamste kopers waren de gebroeders Bosscher van Stadskanaal met 180 ha en de Firma Scholten met 68 ha. De koopprijs was ongeveer ƒ200 per ha.

De grond van Oldenhuis Tonckens kwam later door vererving in handen van een paar families Tonckens. Het is langzamerhand verkocht geworden. Een Tonckens van Valthermond is lang eigenaar geweest van de laatste 30 ha. De erven hebben het rond 1990 verkocht op één perceel na.

Van Holthe tot Echten verkocht in 1867 aan J.B.Wilken 8 ha a ƒ300 en in 1870 aan het R.K. kerkbestuur 11½ ha voor diezelfde prijs. Langzamerhand heeft hij zijn andere grond verkocht.

DE EERSTE BEWONERS VAN BARGERCOMPASCUUM

Hier is geprobeerd van deze pioniers een lijst op te maken, zie pagina 19. Op pagina 18 vindt u dezelfde lijst, gesorteerd op naam. Het lijstje gaat tot de zomer van 1872, omdat toen pastoor Vroom van Erica een lijst opmaakte van de Katholieken die hier woonden. Dat gebeurde in verband met het stichten van een kerk.

De lijst op pagina 21 is samengesteld uit gegevens van het Bevolkingsregister, de Burgerlijke Stand en uit pachtcontracten. Soms is gebruik gemaakt van doop-, trouw- en dodenboeken van naburige Duitse R.K. parochies. In enkele gevallen is een rechtbankverslag gebruikt.

De volgorde is opgesteld naar de datum waarop de familie of persoon schriftelijk wordt genoemd als inwoner van Compascuum, of Rundeveen zoals het eerst genoemd werd. Het is dus niet de vestigingsdatum, die is niet te vinden. Nummer 1 op de lijst betekent bijvoorbeeld dat de betreffende mensen het éérst genoemd werden als inwoner van Compascuum in schriftelijke bronnen.

De inschrijving in het Bevolkingsregister van Emmen is meestal te laat gebeurd. Soms werd een heel rijtje tegelijk ingeschreven, vermoedelijk was dan de veldwachter van Emmen op speurtocht geweest. Ook bij een volkstelling doken er weleens mensen op die niet eerder te boek stonden in Emmen. Lang niet alle nieuwelingen meldden zich daar.

Deze lijst is niet volledig. Tijdelijk huisden hier weleens mensen, soms is er in Emmen nog een naam van te vinden.

Het verloop onder deze pioniers is groot geweest. Vooral degenen die meer arbeider dan boekweitboer waren zijn vaak al gauw weer vertrokken. Daardoor staan er in dit lijstje nogal wat mensen die hier in 1872 al niet meer woonden.

De bewoners van ‘de Maatschappij’ zijn hier bij Bargercompascuum gerekend. Ze hebben er ook altijd maatschappelijk en kerkelijk bij gehoord. Tot 1872 gaven ze als woonplaats ook Rundeveen of Compascuum op. Daarna werd dat langzamerhand Smeulveen, later schreef men Klazienaveen Noord. Ook de mensen die zich later vestigden ten westen van de Runde in het Barger Oosterveen gaven nog lang Rundeveen of Compascuum als woonplaats op.

Er is geprobeerd de lijst uit te werken door zoveel mogelijk gegevens van deze mensen en hun kinderen bijeen te brengen, zie pagina 21.

Verklaring der tekens:
Een “*” betekent geboortedatum, “+” datum van overlijden, “x” huwelijksdatum en “---“ onbekend.
Soms staat de plaats van overlijden tussen ronde haken ( ). Dat houdt soms in dat de persoon in questie in die plaats is overleden, bijvoorbeeld verdronk, maar daar niet woonde. Als Weiteveen in dit verband genoemd wordt, betekent dit dat iemand overleed in het verpleegtehuis in Weiteveen, voorheen Amsterdamscheveld. Psychiatrische inrichtingen waren er o.a. in Warnsveld, den Bosch, Venray en Zuidlaren.
Hier en daar staat achter een persoonsnaam, bijv. een aangetrouwde, een nummer waaronder die persoon elders terug te vinden is in de lijst, alsmede een paginaverwijzing.

Eerste bewoners - alphabetisch

81 Aa van der GP 61 Hüsers JH 57 Suelmann Wed.
71 Albers BH 86 Suelmann JW
72 Albers JB 39 Jansen JB 97 Suelmann JH
33 Ameln JG 68 Jasken JH 37 Suntrup J
65 Backs H 84 Kemper JH 115 Teglingen van J
80 Bentlage JB 11 Keuter JH 102 Teiken HJ
27 Berens JB 50 Klasens H 46 Tenfelde JH
95 Berens JH 10 Klifman JH 22 Thier B
99 Berken JH 69 Klingenberg J 77 Thole JR 
51 Bolk MA 44 Kocks K 28 Tholen JH
90 Bollmer JH 19 Kollmer JH 14 Tubben BH
23 Book J 100 Koop JG
94 Borghuis BJ 6 Kramer HH 74 Veltrup HW
25 Borgmann HH 42 Krieger H 112 Veltrop JH
70 Bos M 66 Kuhl JH 113 Veltrop GH
79 Bosch van den HKFE 5 Vos K
40 Brand JH 8 Lubbers A 4 Vries de G
83 Brands J 104 Lubbers M
36 Brinkmann GH 107 Lübbers GH 59 Wagenaar JH
78 Brokmann JF 109 Lübbers JH 106 Wessels JH
91 Brokmann GH 30 Luttel H 29 Wester JH
56 Bruining JH 110 Luttel HB 47 Wilken JB
64 Brümmer BH 17 Wilkens G
114 Bürmann BH 48 Meendering J 45 Wolters D
93 Buss JA 15 Meijering H 87 Wösten HB
55 Buter HJ 3 Moes A 75 Wübben JG
82 Müller JW
62 Conen JHH
41   Nieters JH
38 Driever JH 73 Nuismer H
 9 Dijks J
98 Ottens J
52 Falke L
26 Feringa W 35 Pranger HH
34 Feringa HHO
89 Fischer J 2 Rabbers W
53 Rass JC
54 Gebbeken JE 111 Reis P
85 Gebbeken JH 7 Robben JH
76 Gerdes JH 96 Robben JH
49 Gerving GH 63 Rolfes JH
31 Gilbers F
16 Sandmann B
108 Hartmann BH 1 Schoenmakers
24 Heine JH 105 Schröer JB
92 Heijne JC 21 Schulte BH
13 Heitel JB 88 Schulte JH
116 Hemelt GH 101 Schulting B
32 Hoffard HH 60 Smid A
67 Hoffmann JH 58 Spoel van der
43 Hoge JH 12 Strijks A
20 Hüsers H 18 Suelmann BH

Lijst van eerste bewoners

# man vrouw pagina
1 Schoenmakers G Ruhof C 21
2 Rabbers W Hoving S 22
3 Moes A Vos J 23
4 Vries de G Nijsingh Z 24
5 Vos K Berg van den S 25
6 Kramer HH Tholen MG 26
7 Robben JH Fischer AG 27
8 Lubbers A Ludzerds Doornbos J 28
9 Dijks J Smits R 29
10 Klifman JH Wolters A 30
11 Keuter JH Ahlers AA 31
12 Strijks A Hindriks H 32
13 Heitel JB Arends MA 33
14 Tubben BH Fuhler CM 34
15 Meijering H Brinks A 35
16 Sandmann B Manning AM 37
17 Wilkens G Janknecht H 37
18 Suelmann BH Müller MM 38
19 Kollmer JH 39
20 Hüsers H Berken MC 40
21 Schulte BH 41
22 Thier B Kramer AG 42
23 Book J Budde AM 43
24 Heine JH 44
25 Borgmann HH Wilken AA 45
26 Feringa W Einhaus AT 46
27 Berens JB 47
28 Tholen JH Bergmans AD 47
29 Wester JH Falke MG 48
30 Luttel H Kappen MA 49
31 Gilbers F Wilken MA 49
32 Hoffard HH Ahlers MM 50
33 Ameln JG Koks AH 51
34 Feringa HHO Diesen MA 52
35 Pranger HH Grüter MA 53
36 Brinkmann GH Sandmann MT 54
37 Suntrup J 54
38 Driever JH Schomaker AH 55
39 Jansen JB Lageman MA 56
40 Brand JH Wilken AG 57
41 Nieters JH Hermsen MG 58
42 Krieger H Hussman V 59
43 Hoge JH Schomaker GA 60
44 Kocks K Müter AH 61
45 Wolters D Boekhoud J 62
46 Tenfelde JH Herbers MA 63
47 Wilken JB Nögel AA 64
48 Meendering J 65
49 Gerving GH Kappen AMH 66
50 Klasens H Siebring W 67
51 Bolk MA 68
52 Falke L 68
53 Rass JC Falke AC 69
54 Gebbeken JE Rüschen MC 70
55 Buter HJ Haarmann GA 71
56 Bruining JH Brinkman A 71
57 Suelmann Wed. 72
58 Spoel van der J Klasens A 73
59 Wagenaar JH Vonk G 74
60 Smid A Spoel van der A 75
61 Hüsers JH Schulte T 76
62 Conen JHH Koop MG 77
63 Rolfes JH Kemper MM 78
64 Brümmer BH Weinans MH 79
65 Backs H Bernsen C 80
66 Kuhl JH Kosse MH 81
67 Hoffmann JH Enhus EC 82
68 Jasken JH Segbers MH 82
69 Klingenberg J Jalving Z 83
70 Bos M Ameln G 84
71 Albers BH Wewers ME 85
72 Albers JB Wolters AM 86
73 Nuismer H Pol A 87
74 Veltrup HW Bos M 88
75 Wübben JG Ahlers MT 89
76 Gerdes JH Clements AG 90
77 Thole JR91
78 Brokmann JF Kolmer AM 91
79 Bosch van den HKFE Glas G 92
80 Bentlage JB Koop MH 93
81 Aa van der GP Meijer AM 94
82 Müller JW Ostermann MC 95
83 Brands J Niezing G 96
84 Kemper JH Koop AM 97
85 Gebbeken JH Luttel AG 98
86 Suelmann JW Emmerink MAC 99
87 Wösten HB Kamphuis AAC 100
88 Schulte JH Fullen EH 101
89 Fischer J Robben AM 102
90 Bollmer JH Lammers MG 103
91 Brokmann GH Leisdonk AM 104
92 Heijne JC Damhuis M 105
93 Buss JA Herbers M 106
94 Borghuis BJ Langen M 107
95 Berens JH Schleper MG 108
96 Robben JH Wester AC 109
97 Suelmann JH 110
98 Ottens J Sibum MC 111
99 Berken JH Brokmann MH 112
100 Koop JG 113
101 Schulting B Nüssen AH 114
102 Teiken HJ 115
103 Tholen GH Nieters MA 116
104 Lubbers M 117
105 Schröer JB 117
106 Wessels JH Ottens MT 118
107 Lübbers GH 119
108 Hartmann BH Bree van JFM 120
109 Lübbers JH Brinker ME 121
110 Luttel HB 122
111 Reis P Berens EM 123
112 Veltrop JH Spin K 124
113 Veltrop GH Wesseling MG 125
114 Bürmann BH 126
115 Teglingen van J 126
116 Hemelt GH Aa van der MK 126

Eerste bewoners – op lijstnummer

1. Gerardus Schoenmakers en Catharina Ruhof

9-9-1861.

Gerardus (Gradus) Schoenmakers, op 7-7-1824 geboren in Langeveen, gem. Tubbergen, trouwde op 29-8-1851 te Vriezenveen met Catharina Ruhof (of Rohof). Zij was op 24-9-1832 geboren in Schijndel (Nrd.Brabant). Haar ouders woonden later in Vriezenveen.
Hun oudste kind werd in Vriezenveen geboren, het tweede in Langeveen. Vandaar vertrokken ze naar Valtherveen, gem. Odoorn. Daar werd toen, met de vervening in aantocht, nog volop boekweit verbouwd. Van hen werden daar twee kinderen geboren.

In de gemeente Emmen werden ze op 9-9-1861 ingeschreven. Ze hebben hier in het Voor-Compas gewoond op plaats nr. 11. Naast hun boerenbedrijf hadden ze een herberg.
Hier zijn nog vier kinderen geboren. De dochter Gerardina verdronk in een sloot op 22-11-1862, 8 jaar oud. Zij was de eerste dode van hier en werd in Rütenbrock begraven.
Gradus Schoenmakers overleed op 11-10-1880, zijn vrouw op 28-10-1898. De oudste zoon, Albartus (Bats), bleef op de oude stee, na 1918 vertrok hij naar Barger-Oosterveld, waar zijn broer Johannes (Jans) al lang woonde. De vier dochters emigreerden naar Amerika, de zoon Jan vertrok naar Duitsland.

De grootvader van Schoenmakers (Schoemakers, Schoenmaker) was geboren in Haselünne en in 1786 te Wateringen bij Delft getrouwd met Anna Oomes uit Leiden. Dit paar heeft ook in Schwartenberg bij Rütenbrock gewoond. Daar overleed die grootvader op 5-8-1801.

Kinderen Schoenmakers-Ruhof:


Albartus          * 26-4-1852 Vriezenveen  + 11-3-1931 Barger Oosterveld

x Bargercompascuum 20-9-1880 - Emmen 23-9-1898
Anna Catharina Schröer * 9-2-1861 Lindloh +30-4-1943   ,,


Gerardina         * 16-8-1854 Langeveen    +22-11-1862 Bargercompascuum

Harmina Johanna   * 12-5-1857 Valtherveen  +           Amerika

Anna Maria        *24-11-1860 Valtherveen  +           Amerika

Dina              * 27-7-1864 Bargercompascuum         +           Amerika

Alena             * 30-1-1867 Bargercompascuum         +           Amerika

Jan               * 25-6-1869 Bargercompascuum         +           Lohe bij Lingen?
x --- 1900
Anna Kramer       ---

Johannes          *   1-9-1873 Bargercompascuum        + 24-2-1963 Barger Oosterveld
x Emmen16-8-1898

Anna Margaretha Haitel  (13)


2.                                        Willem Rabbers en Stijntje Hoving

19-11-1861.

Willem Rabbers werd op 13-8-1830 geboren als oudste kind van Reinder Rabbers en Aaltien Leupen, landbouwers in Noordbarge. Later, in 1860, waren ze arbeiders in Nieuw Dordrecht.Hij trouwde op 27-10-1860 te Emmen met Stijntje Hoving, arbeidster in Smilde, geboren op 27-9-1839 in Meppen, gemeente Zweeloo.

Op 19-11-1861 werd hier hun eerste kind, Jannes, geboren. Bij de geboorteaangifte gaf Rabbers op landbouwer te zijn in Rundeveen. Het is dan voor het eerst dat die plaatsnaam opduikt in de Burgerlijke Stand van Emmen. Het was tevens de eerste geboorte van hier.
In de volgende jaren werden hier van hen nog vijf kinderen geboren. Afwisselend gaf Rabbers als beroep op arbeider of landbouwer. Evenzo deden anderen dat. Het waren landbouwers die soms ook bij anderen werkten of arbeiders die ook aan boekweitteeld deden.
In 1873 waren ze landbouwers in Smeulveen (Maatschappij).
Gerekend naar overlijdensaangiften hebben ze eerst gewoond in het Voor-Compas bij Hoffard (32, pagina 50).

Op 30 Aug. 1873 was er bij Rabbers een boerenboeldag ‘door vertrek naar N.-Amerika’. Verkocht werd; 1 paard, 2 stuks hoornvee, 40 schapen, 4 varkens, allerhande boerengereedschap en op stam staan de aardappels en 6 bunder boekweit. Het lijkt er niet op dat Rabbers door armoede is vertrokken.
De familie Rabbers vertrok op 12-9-1873 naar de Ver. Staten. Ze gingen naar Granville, staat Michigan. Daar zijn ze blijven wonen.

Kinderen Rabbers-Hoving:


Jannes           * 19-11-1861 Bargercompascuum ---

Reinder          *  14-9-1863 Bargercompascuum ---

Gesien           *  2-11-1865 Bargercompascuum ---

Hendrik          * 12-10-1867 Bargercompascuum ---

Aaltien          *  2-10-1870 Bargercompascuum ---

Jan              *   5-3-1873 Bargercompascuum ---

 

3. Albert Moes en Jentje Vos

15-3-1862.

Als tweede kind werd hier op 15-3-1862 geboren, Albert, zoon van Albert Moes en Jentje Vos. Beiden waren geboren in Smilde, Albert Moes op 18-10-1824, zijn vrouw op 30-9-1831. Ze trouwden op 3-7-1853 te Assen. Hun oudste kinderen werden in de gemeenten Smilde, Norg en Assen (Kloosterveen) geboren.

Hier werd op 7-10-1864 nog hun dochter Hillegien geboren. Daarna zijn ze verhuisd naar Nieuw Amsterdam.
Albert Moes was arbeider, in Nw. Amsterdam was hij later veenbaas. Hij overleed daar op 11-9-1885, zijn vrouw op 16-10-1902.

Kinderen

Moes-Vos:


Wijtske              * 25-8-1854 Smilde         + 5-3-1935 Nieuw Amsterdam
x Sleen 29-10-1875
Lambertus Hartgers   *  1851  A.Hardenberg      +30-12-1934    ,,    

Hendrik              *18-11-1856 Norg           +19-12-1924Zwartemeer
x Emmen 6-5-1884
Antien van der Velde *      1865 Smilde         + 4-2-1942 Klazienaveen

Marchien             *      1859 Kloosterveen   +15-3-1938    ,,
x Emmen 6-5-1884
Jan Snippe           * 31-3-1862 Smilde         +22-3-1932    ,,     


Albert               * 15-3-1862 Bargercompascuum          +21-1-1924 Nieuw Amsterdam
x Emmen 29-5-1885
Fransiena Bruins     *      1861 Smilde         +22-1-1918    ,,

Hillegien            * 7-10-1864 Bargercompascuum           + 3-4-1934 Schoonebekerveld
x Emmen 26-4-1894
Hendrik Stellinga    *      1862 Avereest       +24-3-1932    ,,

Henderkien           * 26-6-1866 Nieuw Amsterdam+3-10-1921 Erica
x Emmen 22-4-1890
Bouke Jagt           * 6-11-1866 Odoorn         +12-6-1943   ,,      


Harmina              * 13-3-1869 Nieuw Amsterdam+          Tiel?

Geesje               * 16-8-1872 Nieuw Amsterdam+20-2-1933 Erica
x Emmen 31-1-1896
Karst Jager          *25-12-1872 Odoorn         +26-1-1929   ,,      

Jan                  * 27-5-1874 Nieuw Amsterdam+ 6-4-1897 Schoonebeek
                                                           (verdronken)

 


4.                                            Gosem de Vries en Zwaantje Nijsingh

5-4-1862.

Ze kwamen op 30-3-1860 van Smilde naar de gem. Emmen. Vermoedelijk hebben ze eerst in Vastenow (Nw.Dordrecht) gewoond, evenals Lubbers (8, pagina 28). Hier is als datum de geboorte van Marten aangehouden.
Beiden geboren in Smilde, Gosem de Vries op 9-1-1826, Zwaantje Nijsingh (Niezing, Nijsing) op 4-9-1830. Ze waren daar op 14-11-1851 getrouwd.

Hun oudste kinderen waren geboren in de gem. Norg en Smilde. Hier werd op 5-4-1862 hun zoon Marten geboren.
Ze zijn hier blijven wonen, tijdelijk (1870-1872) hebben ze in de gem. Sleen gewoond. Ook enkele kinderen hebben hier lang gewoond, Marten verhuisde in 1916 naar Zwartemeer. De zoon Jan heeft nog een tijdlang in Schöninghsdorf gewoond en is toen naar Amerika vertrokken. Gerardus ging in 1884 naar Amerika, ook Marten is daar een korte tijd geweest. Albert en Egbert werden schipper, Rense heeft hier lang gewoond.
De familie de Vries woonde later ten westen van de Runde, ongeveer tegenover plaats 32. Zwaantje Niezing overleed op 2-10-1878, Gosem de Vries op 18-12-1906.

Kinderen de Vries-Nijsingh:

Jan                  * 15-9-1854 Norg    +           Amerika
x Emmen 9-12-1879
Anna Maria Muller    * 26-7-1858 Maten   +             ,,

Gerardus             * 14-2-1857 Smilde  ---         Amerika

Trientje             *26-10-1859 Smilde  +10-12-1878 Bargercompascuum

Marten               *  5-4-1862 Bargercompascuum    +12-11-1934 Zwartemeer
x Emmen 5-6-1885

Helena Smid (60)

Albert               *  3-2-1866 Bargercompascuum   ---
x Emmen 8-4-1890
Jakopje Vroom        *      1869 Sleen   + 24-2-1940 (Apeldoorn)

Rense                *30-11-1867 Bargercompascuum    +15-11-1952 Klazienaveen
x 1. Emmen 21-4-1891
Helena Groenewold    *      1870 Vastenow+ 27-2-1903 Bargercompascuum
x 2. Emmen 24-12-1903
Albertje Groenewold  * 12-4-1876 Bargercompascuum    + 24-9-1946 Klazienaveen

Jantien              * 19-7-1869 Bargercompascuum    + 11-7-1950 Bargercompascuum

x Emmen 17-3-1891
Jakob Oost           * 28-2-1868 Odoorn  ---

Egbert               *  7-8-1871 Bargercompascuum    in 1924 naar Oude Pekela

x Emmen 9-10-1896

Hillechien Zuidema   *      1877 Odoorn  ---


5.                                           Klaas Vos en Sijbrigjen van den Berg

30-7-1862.

Klaas Vos, in Smilde geboren op 25-11-1825, trouwde te Assen op 17-4-1850 met Sijbrigjen van den Berg, geboren in Terwispel, gem. Opsterland, op 8-12-1829.
Vos was arbeider, eerst in Kloosterveen, Assen en Smilde, daarna weer te Kloosterveen, gem. Assen.

Hun vijfde kind werd hier geboren op 30-7-1862. Ze hebben hier niet lang gewoond, in 1865 woonden ze in Nw.Amsterdam. Klaas Vos overleed daar op 8-11-1881. Zijn vrouw hertrouwde met Thomas Bakker, geboren 1832 in de gem. Rauwerderhem. Zij overleed te Nw.Amsterdam op 3-7-1913, Bakker op 16-4-1917.

Kinderen

Vos-van den Berg:

Margien               * 14-3-1851 Kloosterveen    ---
x Sleen 4-8-1871
Rudolf Lanjouw        *      1848 Dalen           +

Jentien               *18-11-1853 Assen           +  5-7-1933 Nw.Amsterdam
x Sleen 27-5-1873
Jans Lanjouw          *      1850 Dalen           + 23-3-1931   ,,     

Hendrik               *17-11-1856 Smilde          ---

Hendrekien            *  5-8-1859 Kloosterveen    + 22-1-1937 Klazienaveen

x 1. Emmen 3-6-1881

Stoffer Olijve        *      1856 Assen           ---

x 2. Emmen 24-4-1888
Hendrik Hendriks      *      1854 Slagharen       +  6-5-1934    ,, 

Arend                 * 30-7-1862 Bargercompascuum            ---

x Emmen 18-2-1887
Antje Hoornstra       *      1863 Ooststellingwerf---

Klaas                 * 5-11-1865 Nieuw Amsterdam ---
x Emmen 24-4-1888
Trijntje van der Weide*      1867 Westerbork      ---

Jan                   *  8-9-1868 Nieuw Amsterdam +  4-1-1923 Erica
x Emmen 3-4-1891 
Aaltje Spiegelaar     *      1869 Smilde          +24-11-1917   ,,

Teunis                *  2-9-1871 Nw.Amsterdam    + 28-3-1944 Nw.Amsterdam
x Emmen 22-3-1892
Egberdina Klunder     *      1872 Hoogeveen       + 13-8-1941    ,,


6.                                          Harm Hindrik Kramer en Maria Gesina Tholen

4-11-1862.

Harm Hindrik (Minne) Kramer werd op 8-8-1838 geboren in de Maten. Zijn vader was geboren in Haren (Duitsland).
Voor zijn trouwen huisde Kramer hier alleen, evenzo deden enkele anderen dat. Op 4-11-1862 verkocht hij via notaris Oostingh 63 schapen, gezamelijke opbrengst ƒ364,50. Kramer was toen inwoner van ‘het Compascuum’.

Hij trouwde op 10-10-1863 te Rütenbrock met Maria Gesina Tholen, geboren 3-9-1840 in Lindloh. In Emmen trouwden ze nog eens op 29-6-1864. Ze woonden toen te Rundeveen in het Voor-Compas.
Van dit huwelijk waren twee kinderen, Maria Gesina en Jan Harm. Maria Gesina Tholen overleed op 4-7-1870, zij werd in Rütenbrock begraven.

Kramer hertrouwde, Emmen 29-5-1873, met Johanna Susanna Rutgers (eigenlijk Ratgers), geboren op 15-8-1845 in Nieuwe Pekela. Van dit huwelijk was Johannes Gerardus (Geert). Vrouw Kramer-Ratgers stierf op 24-9-1878. Kramer trouwde nog eens, Emmen 30-12-1881, met Maria Tecla Bücking. Zij was op 28-3-1843 geboren in Heede D. Uit dit huwelijk werd Johan Wilhelm geboren.

Kramer (Kroamer Minne) overleed hier op 15-5-1903, Maria Tecla Bücking op 9-2-1923.
De zoon Harm heeft in de Maatschappij gewoond, Geert werd in de Eerste Wereldoorlog vervener en kocht nogal wat grond, maar ging ook failliet toen de turf- en grondprijzen kelderden. Zoon Willem was, ongehuwd, boerenknecht in Rütenbrock.

Kinderen Kramer-Tholen:

Maria Gesina         * 4-10-1864 Bargercompascuum      +  5-1-1938 Ter Apelkanaal
x 1. Emmen 24-5-1888
Johann Heinrich Schulte (88)
x 2. Emmen 10-11-1892
Gerh’s Herm’s Bulle  * 14-6-1856 Zandberg   +  6-3-1904   ,,    

Jan Harm             *10-5-1868 Bargercompascuum       +27-1-1941 Barger Oosterveld
x Emmen15-3-1895
Maria Anna Wewers    *      1867 Aschendorf + 24-9-1940   ,,       

Kinderen Kramer-Rutgers:


Johannes Gerardus    * 20-2-1874 Bargercompascuum       + 14-6-1950 Erika D.

x Emmen 20-4-1911

Maria Angela Borgmann  (25)

 

Kind Kramer-Bücking:

Johan Wilhelm        *2-12-1882 Bargercompascuum      +         Rütenbrock?  


7.                                       Johann Heinrich Robben en Anna Gesina Fischer

4-11-1862.

Robben kocht op 4-11-1862 schapen van Kramer (6, pagina 26). Beiden waren toen al inwoners van Rundeveen, daarom is hier die datum aangehouden.
Heinrich Robben, op 12-3-1822 in Lindloh geboren, trouwde op 1-7-1856 te Rütenbrock met Gesina Fischer, eveneens in Lindloh geboren, op 20-7-1822. De vader van Robben was in Haar geboren, de grootvader in Dankern.

Hun oudste kinderen waren geboren te Lindloh. Op 11-3-1864 werd hier van hen een levenloos kind geboren. Dokter Schönfeld uit Emmen deed hiervan aangifte bij de Burgerlijke Stand, hij was bij de bevalling geweest. In noodgevallen maakte de dokter dus soms toch de 2½ a 3 uur durende reis naar hier. Een op 6-1-1866 geboren kind overleed enkele maanden later.
Ze woonden hier aan de Streek, later ook wel Schoolweg genoemd, op plaats nr. 35. Later hebben ze aan de westkant van de Runde gewoond, dat toen Barger Oosterveen werd genoemd.

Gesina Robben-Fischer overleed op 7-3-1887, Hendrik Robben stierf op 16-9-1888. Van hun zoon Joseph (Robben-Joop) is een talrijk nageslacht.

Kinderen Robben-Fischer:

Maria Catharina        *16-9-1842 Lindloh    ---
x Emlichheim 10-6-1871
Gerhard Johann Peters  *      1823 Scheerhorn +  3-8-1883 Ter Apel

Anna Gesina            * 2-10-1853 Lindloh    + 16-8-1881 Zwartemeer 
x Emmen 19-10-1874
Hermann Heinrich Peters*      1849 Wachendorf + 16-4-1932   ,,   

Heinrich Joseph        * 13-3-1861 Lindloh    + 15-1-1941 Klazienaveen
x Emmen 12-2-1885      
Maria Kramer           *16-10-1866 Valtherveen+ 27-9-1950    ,,   

Geert Harm             *  6-1-1866 Bargercompascuum       +  7-5-1866 Bargercompascuum


8.                                       Albert Lubbers en Janke Ludzerds Doornbos

22-11-1862.

Eén van de buren die aangifte deden van het overlijden van het meisje Schoenmakers (1) op 22-11-1862, was Albert Zondervan, 43 jaar, arbeider te Rundeveen. Wel was het gezin Zondervan al op 30-3-1860 van Smilde naar deze gemeente gekomen, maar ze hebben toen eerst in Vastenow (Nw.Dordrecht) gewoond.

Waarom hij zich lange tijd Zondervan heeft genoemd is onbekend. Hij was Albert Lubbers (of Lubberts), geboren in Smilde op 22-7-1818. Hij trouwde op 27-3-1850 in de gem. Ooststellingwerf met Janke Doornbos, geboren 21-5-1818 in Wijnjeterp, gem. Opsterland.
Hun oudste kinderen werden in Ooststellingwerf geboren, daarna hebben ze in Smilde gewoond. In Vastenow werd hun zoon Harm geboren. De oudste zoon werd ingeschreven als Lubbers, de volgende drie als Zondervan. Door de rechtbank werd later die namen veranderd in Lubbers, alleen Markus behield de naam Zondervan.

Janke Doornbos overleed hier op 16-7-1867. Lubbers (er staat dan bij ‘ook genaamd Zondervan’) hertrouwde op 2-7-1868 in Emmen met Annechien Postema, geboren 29-5-1831 in de gem. Leek. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren.
Albert Lubbers stierf op 18-4-1876. Annechien Postema hertrouwde op 13-6-1878 met Harm Meijering (15, pagina 35). Zij overleed op 29-3-1904 in Munsterscheveld.
In de volksmond stond deze familie nog heel lang als Zondervan bekend. Drie zonen werkten later in Duitsland en werden daar Katholiek. De oudste van hen, Egbert Alberts, heeft hier gewoond. De tweede, Ludserd Alberts, was scheper in Brok (Wesuwe), toen hij daar ongehuwd overleed. Men schreef daar van Hermann Caspar Lübbers. Markus was hier na 1886 niet meer te volgen. De zoon Harm was pachtboer in Versen D.

Kinderen Lubbers-Ludzerds Doornbos:


Egbert Alberts       * 21-1-1851Ooststellingswerf +27-11-1927 Bargercompascuum
x Emmen 24-12-1874
Tekla Barken         * 20-7-1854 Exloërveen        + 14-1-1922 Bargercompascuum

Ludserd Alberts      * 5-11-1852 Ooststellingswerf + 14-6-1882 Brok D.

Markus               *  8-1-1858 Smilde            ---

Harm                 *  3-6-1861 Vastenow          + 14-5-1904 Versen
x Wesuwe 15-9-1888
Marg. Adelheid Koop  * 17-2-1859 Haar D.           ---

Kinderen Lubbers-Postema


Grietje              * 28-2-1869 Bargercompascuum              + 22-7-1943 ’t Haantje
x Emmen 15-3-1895
Jans Ubels           *      1867 Odoorn            + 16-6-1945    ,,

Margje               * 17-2-1871 Bargercompascuum              +  4-8-1909 Klijndijk
x Emmen 23-11-1900
Henderikus Ekkelkamp *      1872 Emmen             ---

9.                                                      Johannes Dijks en Roelfje Smits

29-12-1863.

Johannes Dijks, op 27-12-1826 geboren in Sleen, trouwde in Odoorn op 12-5-1855 met Roelfje (of Roelfien) Smits, op 24-2-1827 te Anloo geboren.
Ze waren eerst landbouwers in Exloërveen. Daar werden hun oudste kinderen geboren, de laatste op 21-11-1861.

Hier werd op 29-12-1863 hun zoon Hindrik geboren, die enkele jaren later overleed (verdronken). Ze hebben hier gewoond aan de Schoolweg-Zuid. Na 1875 is de familie Dijks vertrokken naar Vastenow (Nw.Dordrecht) en vandaar naar Weerdinge.
Johannes Dijks stierf op 27-5-1897 als landbouwer te Weerdinge, zijn vrouw was daar al eerder, op 3-1-1891 overleden.

Kinderen Dijks-Smits:


Jakob           *25-11-1856 Exloërveen     + 28-4-1857 Exloërveen

Aaltien         * 15-2-1858 Exloërveen      ---

Jakob           *  8-8-1859 Exloërveen     +17-12-1900 Seupiesveen
x 1. Emmen 7-9-1883
Jantien Dolfing *      1863 Nw.Dordrecht   + 17-1-1891 Weerdinge
x 2. Emmen 6-12-1892
Luchien Dolfing *      1868      ,,        + 29-7-1949 Emmen

Freerk          *21-11-1861 Exloërveen     +20-10-1907 Nieuw Dordrecht
x Emmen 10-5-1889
Annegien Riggelink *   1867 Nieuw Dordrecht+ 23-2-1933     ,,      

Hindrik         *29-12-1863 Bargercompascuum           + 29-5-1867 Bargercompascuum

 

Lambert         * 22-3-1866 Bargercompascuum           + 24-6-1872 Bargercompascuum
 

Hendrik         *  1-7-1868 Bargercompascuum          + 10-9-1950 Weerdinge
x Emmen 30-5-1890
Rolina Kamps    *      1869 Emmen          + 12-7-1945     ,,    


10.                                        Jan Harm Klifman en Aaltje Wolters

6-5-1864.

De familie Klifman kwam op 6-5-1864 van Coevorden naar hier. Ze hebben ongeveer 6 jaar in de Maatschappij gewoond.
Jan Harm Klifman, op 5-12-1836 geboren te Coevorden, trouwde daar op 2-5-1860 met Aaltje Wolters, in Achterhorn bij Emlichheim geboren op 14-3-1834. Zij was toen dienstmeid in Coevorden. De vader van Klifman was geboren in Lage, ook Duitsland.

De eerste jaren woonden ze in Coevorden. Ze zijn er op 28-4-1870 ook weer naar toe gegaan. Klifman werd toen tolgaarder in Mars in die gemeente.
Aaltje Wolters overleed op 5-12-1908 in Wijnharst, gem. Coevorden, Harm Klifman stierf op 31-12-1921 te Coevorden.

Kinderen Klifman-Wolters:


Gerrit Jan             * 13-8-1860 Coevorden +  25-9-1919 Coevorden
x Coevorden 21-1-1885
Maria Magdalena Mensen *  1865        ,,     +  31-5-1940     ,,    

Geesien                *  4-2-1863 Coevorden +
x Coevorden 1-11-1889
Gerrit Almeloo         *20-10-1858    ,,    +   19-6-1942 Coevorden

Hinderkien             * 19-5-1866 Bargercompascuum      +  11-2-1869 Bargercompascuum

Hindrik                * 14-3-1869 Bargercompascuum      +  21-8-1896 Coevorden

Henderkien             * 19-3-1871 Mars      +   5-1-1919 Coevorden
x Coevorden 25-4-1895
Gerrit Meijer          *18-11-1866 Coevorden +  2-11-1953     ,, 

Jan Harm               * 24-8-1873 Mars      +   6-3-1878 Mars


11. Johann Hermann Keuter en Anna Angela Ahlers

10-5-1864.

Harm Keuter, op 16-3-1835 te Rütenbrock geboren, trouwde daar op 10-5-1864 met Angela Ahlers (of Alers), in Schwartenberg geboren op 17-6-1841. Bij hun huwelijk staat als toekomstige woonplaats ‘Berger Moor’. Zo kon Bargercompascuum ook genoemd worden.

In het Bevolkingsregister van Emmen werden ze op 31-8-1865 ingeschreven. Ze hebben hier eerst in de Maatschappij gewoond. In 1873 zijn ze vertrokken naar Zwartemeer, waar toen de bewoning op gang kwam. Angela Ahlers overleed daar op 24-7-1915, Harm Keuter is er op 22-10-1920 gestorven.
Bij de geboorteaangifte van de tweede zoon, Gerhard Herman (Geert), werd zijn naam verschreven tot Koiter.
De grootvader van Keuter was in Tinnen geboren.

Kinderen Keuter-Ahlers:


Johan Herman         *  4-8-1865 Bargercompascuum       + 28-4-1953 Schöninghsdorf
x Emmen 17-6-1890
Maria Adelh.Fenslage *      1866 Hebelermeer + 21-2-1943     ,,     

Gerhard Herman       * 24-9-1867 Bargercompascuum        + 18-7-1959 Bargercompascuum
x Emmen 28-4-1896
Anna Helena Mensen   *  2-3-1867 Hebelermeer + 13-1-1945 Bargercompascuum

Anna Maria           * 9-6-1870 Bargercompascuum        + 7-12-1958 Barger Oosterveld
x Emmen 19-7-1892
Hermann Heinrich Bernhard Wösten  (87)

Angela               * 13-3-1873 Bargercompascuum        +  2-7-1932 Klazienaveen
x Emmen 4-11-1892
Geert Hendrik Broekmann  (78)    

Grietje              *13-1-1876 Zwartemeer   +18-12-1967 Weiteveen
x Emmen 22-5-1900
Berend Sulmann(18)   *2-11-1878     ,,       + 14-2-1934     ,,

Jan Hendrik          * 4-4-1879 Zwartemeer   +  2-6-1915 Zwartemeer

Berend Hendrik       *29-4-1882 Zwartemeer   + 9-10-1894 Zwartemeer


12.                                       Arend Strijks en Hindrikkien Hindriks

17-5-1864.

Arend Strijks, geboren 23-2-1823 in Zweeloo en Hindrikkien Hindriks, op 12-8-1824 geboren in Sleen. Ze trouwden op 18-12-1850 te Emmen. Strijks (soms Strijk of Strieks) was toen boerenknecht in Zuidbarge, zij werkte in Zuid Sleen.
Later was Strijks arbeider in Sleen en in 1862 woonden ze in Schoonoord. Vandaar werden ze in deze gemeente ingeschreven op 17-5-1864. Hier woonden ze in de Maatschappij. Op 7-8-1866 werd van hen een levenloos kind geboren. Op 16-1-1868 overleed Hindrikkien Hindriks.

Strijks werd op 19-5-1869 door de rechtbank te Assen veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en het betalen van de kosten, ƒ50,95. Hij had ‘in de vroege morgen’ van 11-2-1869 een hoeveelheid aardappels, ongeveer een half mud, weggenomen van Pieter Hoge of van der Aa (81, pagina 94). Er waren drie getuigen; Jan Harm Klifman (10, pagina 30), Jan Willem Mulder (82, pagina 95) en Hette Nuismer (73, pagina 87), onbezoldigd rijksveldwachter, allen wonend in Smeulveen. Ook Elisabeth Kessens die toen samenwoonde met Strijks, getuigde. Zij verklaarde dat de beklaagde die nacht zijn keet was uitgeweest, zij wist niet waarom.
In 1876 was Strijks arbeider in Ter Apel. Hij trouwde in Vlagtwedde op 24-5-1876 met Susanna Elisabeth Kessens, op 4-11-1829 in Haren D. geboren.
Na een poos in Duitsland te hebben gewoond, verbleven ze later weer in Bargercompascuum, ten westen van de Runde. Strijks overleed daar op 28-6-1890, Elisabeth Kessens op 1892.

Kinderen

Strijks-Hindriks:


Geessien         * 4-11-1855 Noord Sleen    ---

Jantien          *  7-9-1858 Noord Sleen    ---
x Zweeloo 25-4-1885
Jan Klingenberg  *      1862 Oosterhesselen ---

13.                                 Johann Bernard Heitel en Maria Angela Arends

24-6-1864.

Berend Heitel werd op 17-2-1827 geboren in Schwartenberg, zij vader kwam van Darme bij Schepsdorf (Lingen). Maria Angela Arends (of Arens) was op 26-9-1832 geboren te Neurhede. Ze trouwden op 11-10-1856 in Rütenbrock.
Ze woonden eerst in Schwartenberg, daar werden hun drie oudste kinderen geboren, die jong zijn overleden. Hier werd op 24-6-1864 Johannes geboren. Hij werd als eerste van hier gedoopt te Rütenbrock. Ook dit kind is jong gestorven. In 1867 werd Hindrik geboren en in 1871 Anna Margaretha.

De Heitel’s hadden in Schwartenberg de huisnaam ‘Kucks’. Die naam werd ook nog eens in Emmen gebruikt, in 1868 bij een overlijdensaangifte. Die huisnaam hadden ze omdat de oude Heitel ‘ingetrouwd’ was bij Theodor Kuck. In Emmen werd de naam Heitel verschreven tot HAITEL.
De familie Heitel woonde hier in de Maatschappij. Later zijn ze vertrokken naar Barger-Oosterveld. Daar wonen de meeste nakomelingen. Angela Arens overleed op 11-11-1908, Berend Heitel op 1-1-1909.

Kinderen

Heitel-Arends:


Johann Heinrich     * 21-1-1857 Schwartenberg + 7-4-1857 Schwartenberg

Johann Bernard      * 10-3-1858Schwartenberg +18-3-1872 Bargercompascuum

Johann Heinrich     * 23-2-1862 Schwartenberg + 8-3-1863 Schwartenberg

Johannes            * 24-6-1864 Bargercompascuum         +14-9-1868 Bargercompascuum

Hindrik             *29-11-1867 Bargercompascuum          + 3-7-1951 Barger Oosterveld

x Emmen19-7-1898
Maria Angela Hoffard  (32)

Anna Margaretha     *19-7-1871 Bargercompascuum          +24-1-1954 Barger Oosterveld
x Emmen 16-8-1898
Johannes Schoenmakers  (1)


14. Bernard Heinrich Tubben en Catharina Margaretha Fuhler

24-6-1864.

Peter bij het dopen van Johannes Heitel (13, pagina 33) was Bernard Heinrich Tubben (of Többen), landbouwer te Compascuum, zoals de pastoor van Rütenbrock toen schreef.
Tubben was op 10-1-1822 in Lindloh geboren. Zijn vader kwam van Hollen in Ostfriesland. Margaretha Fuhler, geboren 4-11-1823 te Rütenbrock, was de derde vrouw van Tubben. Ze waren op 11-1-1859 in Rütenbrock getrouwd.

Tubben was eerst getrouwd, Rütenbrock 27-11-1849, met Maria Tecla Suelmann, in 1823 te Lindloh geboren. Zij overleed op 21-7-1854 in Schwartenberg. Hij hertrouwde op 10-7-1855 met Anna Gertrud Heitel, geboren 1829 in Schwartenberg. Zij stierf daar op 12-11-1856.
Hier woonden ze in de Maatschappij. In enkele jaren overleden daar; op 19-1-1875 de dochter Margaretha Adelheid, op 12-2-1878 Bernard Heinrich Tubben en zijn vrouw op 22-8-1879.
De zoon Gerhard Heinrich heeft eerst in Munsterscheveld gewoond, later in Klazienaveen. Hij was getrouwd met Anna Dina Nüssen, ze vierden op 25-9-1948 hun 60-jarig huwelijk. Ze hebben een talrijk nageslacht.

Kinderen Tubben-Suelmann:


Anna Helena           * 2-3-1850 Schwartenberg + 10-2-1880 Schwartenberg
x Rütenbrock 9-5-1871
Gerhard Heinr.Botters *     1843     ,,        +              ,,

Maria Catharina       *18-7-1854Schwartenberg + 14-2-1881 Schwartenberg
x Rütenbrock 20-5-1879
Johan Bern. Emmerink  *18-3-1851 Coevorden     +  4-5-1928 Rütenbrock

Kinderen Tubben-Fuhler:


Margaretha Adelheid   *14-5-1860 Schwartenberg + 19-1-1875 Bargercompascuum

Gerhard Heinrich      *17-9-1863 Schwartenberg +30-11-1954 Klazienaveen
x Rütenbrock 25-9-1888
Anna Dina Nüssen      *20-10-1864Lindloh       + 21-8-1950     ,,

15.                                        Harm Meijering en Albertje Brinks

12-8-1864.

Harm Meijering, op 22-3-1822 in Dalen geboren, trouwde daar op 28-6-1845 met Albertien Brinks, geboren 27-1-1823 te Emmen.
Hun oudste kinderen werden in Dalen geboren, daarna woonden ze in Nieuw Buinen, gem. Borger. In Emmen werden ze op 12-8-1864 ingeschreven, komend van Borger.
Op 6-12-1865 werd hier hun dochter Gesien geboren en op 23-7-1871 dochter Aaltje. Dit kind overleed op 30-12-1871. Twee dagen later, op 1-1-1872, stierf vrouw Meijering-Brinks.
Harm Meijering hertrouwde op 13-60-1878 in Emmen met Annechien Postema, weduwe van Albert Lubbers (8).
Ze hebben eerst in het Voor-Compas gewoond, later aan de Schoolweg-Zuid. De Meijerings hebben hier lang gewoond, ook een paar kinderen van hen. Op 8-5-1885 werd hier hun hele hebben en houden verkocht wegens huurschuld (misoogst?). Hun woning werd op afbraak verkocht.
Na eerst nog in Weerdingerveen gewoond te hebben, overleed Meijering op 14-3-1902 in Munsterscheveld. Annechien Postema stierf daar op 29-3-1904.

Op 7-11-1953 werd te Ter Apel de dochter Hendrikje, toen opoe Smit, 100 jaar. Ze wist nog veel van vroeger en dat werd door een verslaggever dankbaar aangegrepen. ‘Ze was zo oud geworden door hard te werken en droog brood te eten …. Er werd op het veen een woonhutje gebouwd, waarvan u zich de bouw en inrichting wel niet zal kunnen voorstellen …. We moesten planken onder de stoelpoten slaan opdat de poten niet in het veen zouden wegzakken. Tegen de wand was een grote kei geplaatst en daarvoor werd op de grond het vuur door middel van turven aangelegd, dienende niet alleen voor warmte maar ook voor kookdoeleinden; boven het vuur een ijzeren ketel, met een ketting opgehangen aan de zoldering …. ’s Morgens moest ik van moeder met een bezem de as over de vloer verspreiden, zoals vroeger in cafe’s wel zand werd gestrooid om de vloer een helder aanzien te geven …. Een heel enkele keer bezocht ik de school, maar het was bitter noodzakelijk bij te dragen in het onderhoud van het gezin ….’

Hendrikje is 107 jaar geworden en een tijdje de oudste inwoonster van Nederland geweest.

Kinderen Meijering-Brinks:


Berend         * 15-2-1848 Dalen              +           Amersfoort?

Geertje        * 16-1-1851 Dalen              +14-10-1929 Barger Oosterveld
x 1. Emmen 19-9-1872
Jan Meendering  (48)
x 2. Emmen 8-5-1913
Harm Hoving    *      1850 Emmen              +  4-6-1920     ,,

Hendrikje      * 7-11-1853 Dalen              + 14-1-1961 Ter Apel
x Emmen 27-3-1874
Jans Smit      *      1843 Roswinkel          +11-10-1923    ,,

Roelof         * 19-2-1857 Dalen              +           Sleen?
x Emmen 12-5-1882
Aaltje Boelen  *      1861 Vastenow           +

Gezina         *28-11-1859 Nieuw Buinen       +           Rotterdam?

x 1 Emmen 27-5-1890

Willem Santing *      1852 Roswinkel          + 11-7-1898 Emmer Compascuum

x 2. Emmen 7-6-1906

Gerrit Post    *      1869 Zuidwolde          (echtscheiding 1923)

 

Jan            *25-11-1862 Nw.Buinen          +  7-8-1939 Lauderzwarteveen

x 1. Emmen 5-4-1889

Marijke Douwes Jongbloed*1857 Oostellingswerf + 30-5-1897 Weerdingerveen

x 2. Emmen 6-8-1897

Geertje Veltrop*      1869 Roswinkel          + 22-3-1936 Ter Apelkanaal

Gesien         * 6-12-1865 Bargercompascuum               +
x Emmen 2-5-1890
Roelof Kiewiet *      1858 Odoorn             +

Aaltje         * 23-7-1871 Bargercompascuum               +30-12-1871 Bargercompascuum

 
16.                               Bernard Sandmann en Anna Margaretha Manning

15-9-1864.

Bernard Sandmann, op 31-12-1835 geboren in Lindloh, trouwde, Rütenbrock 3-6-1862, met Anna Margaretha Manning, geboren in Rütenbrock op 3-2-1839. Sandmann was timmerman-landbouwer. Ze hebben eerst nog in Ter Apelkanaal gewoond. In Emmen werden ze op 15-9-1864 ingeschreven, komend van Vlagtwedde. Ze woonden in het Voor-Compas. Een zoon heeft hier lang gewoond, de andere zoon woonde in Emmer-Compascuum. Twee getrouwde dochters zijn jong overleden. Margaretha Manning overleed hier op 29-7-1883. Sandmann stierf op 9-2-1915 bij zijn dochter in Wesuwermoor. De Sandmans stammen van Lohne in Oldenburg.

Kinderen Sandmann-Manning:


Harm Albert           * 28-6-1862 Ter Apelkanaal+ 9-2-1915 Wesuwermoor

x Emmen2-10-1888
Anna Maria Brand  (40)


Leenke                *31-10-1867 Bargercompascuum          +27-1-1901 Bargercompascuum
x Emmen 29-12-1899
Bernard Anton Reis  (111)

Maria Gesina          *19-10-1870 Bargercompascuum          +          Wesuwermoor
x Emmen 15-9-1893
Frans Conen  (62)

Geert                 *  2-4-1876 Bargercompascuum          +22-1-1952 Emmer-Comp.
x Emmen 30-3-1911
Lammegie van den Berg * 1883 Emmer Compascuum   +30-8-1975(Nieuw Amsterdam)

Thecla                * 20-8-1878 Bargercompascuum          +14-5-1900 Bargercompascuum
x Emmen 17-8-1900
Johan Herman Bentlage *      1878 Bargercompascuum         +30-8-1967 Horsten

17.                                     Gerhard Wilkens en Helena Janknecht

4-10-1864.

Bij een geboorteaangifte op 4-10-1864 door Kramer (6, pagina 26) staat als getuige vermeld Geert Wilkens, 30 jaar, arbeider te Rundeveen.
Deze Wilkens stamde vermoedelijk van Heede. Helena Janknecht, geboren te Walchum op 4-2-1843, stierf hier op 29-6-1865, 21 jaar oud. Zij werd begraven in Rütenbrock.
Vermoedelijk is Geert Wilkens toen teruggekeerd naar Duitsland.


18.                           Bernard Heinrich Suelmann en Maria Margaretha Müller

..-10-1864.

Bernard Heinrich Suelmann, later Sulmann, geboren 28-1-1816 in Lindloh, trouwde op 2-7-1844 te Rütenbrock met Margaretha Müller, geboren 20-3-1820 in Schwartenberg.
Hun oudste kind, Johann Wilhelm (86, pagina 99) werd geboren in Rütenbrock. Daarna woonden ze in Hebelermeer, daar zijn hun andere kinderen geboren. Suelmann huurde hier op 4-6-1864 een perceel grond met de voorwaarde daarop voor 1 mei 1865 een woning te bouwen en te bewonen. Sulmann deed zelf aangifte te Emmen van het overlijden van zijn 18-jarige dochter Anna Maria op 19-9-1865. Volgens het dodenboek van Wesuwe is zij te Brook overleden en in Wesuwe begraven. Zoals meer leden van deze uitgebreide familie hadden ook zij de huisnaam ‘Kloet(en)’. De familie woonde later in Zwartemeer, twee zoons en een dochter hebben daar ook gewoond. Een kleinzoon was de bekende Johann Hermann die lang vakbondsbestuurder en gemeenteraadslid was. De zoon Anton was betrokken bij een vechtpartij en vertrok daarom naar Amerika. Margaretha Müller overleed op 4-4-1881. Sulmann hertrouwde, Emmen 6-3-1883, met de wed. Wielage-Wilken. Hij overleed op 26-5-1886 in Zwartemeer.

Kinderen Suelmann-Müller:


Johann Wilhelm (86)  * 27-6-1845 Rütenbrock

Anna Maria           *  3-4-1847 Hebelermeer  + 19-9-1865 Brook (Wesuwe)

Johann Hermann       * 23-5-1849 Hebelermeer  + 28-1-1906 Zwartemeer

x 1. Bargercompascuum 15-8-1875 – Emmen 25-4-1876
Geziena Aleida Sibon *  6-9-1852 Maten        + 21-3-1886     ,,     
x 2. Bargercompascuum 15-5-1887 – Emmen 12-7-1887
Maria Thecla Röckers *15-8-1854 Groß Fullen  + 30-7-1893     ,,
x 3. Emmen 21-5-1895
Anna Elisabeth Wübker*      1845 Neuringe     + 22-8-1918 Bargercompascuum

Maria Elisabeth      * 18-3-1851 Hebelermeer  +  1-9-1914 Barger Oosterveld
x 1. Bargercompascuum 9-12-1877 – Emmen 25-7-1878
Johann Hermann Robben  (96)
x 2. Emmen 16-4-1901
Johann Hermann Eilers*      1847 Fresenburg   + 17-7-1906    ,,

Anton                *14-10-1852 Hebelermeer  ---         Amerika

Maria Angela         *23-11-1857 Hebelermeer  + 30-1-1922 Zwartemeer
x 1. Bargercompascuum 19-3-1881
Franz Rocks          * 20-7-1858 Lingen       + 11-1-1908     ,,    
x 2. Emmen 3-12-1908
Gerhard Hermann Backs*      1855 Tuntel       + 28-5-1931 Harderwijk

Johann Heinrich      * 22-5-1860 Hebelermeer  +17-10-1931 Zwartemeer

x Rütenbrock 27-1-1885

Anna Gertrud Römer   * 10-8-1856 Schwartenberg+26-11-1925 (Zwolle)

Anna Adelheid        * 22-5-1860 Hebelermeer  +                   D.

x Twist 12-11-1889

Albert Berndsen      * 16-1-1863 Avereest     +                   D.


19.                                                Johann Heinrich Kollmer

14-11-1864.

Heinrich Kollmer en Heinrich Hüsers (20, pagina 40) woonden ‘aan de Runde’ toen zij op 14-11-1864 Johannes Hendrikus Veltrop (112, pagina 124) mishandelden. Ze kregen hiervoor elk 2 maanden gevangenisstraf + ƒ8,- boete en moesten aan kosten ƒ13,63½ betalen.
Deze Kollmer (of Kolmer, Colmer) huisde hier toen vermoedelijk alleen in een keet of hut. Ook van anderen is zoiets bekend, b.v. Jan Berend Wilken (47, pagina 64) en Joseph Teiken (102, pagina 115).
Hendrik Kollmer staat niet op de lijst van 1872. Later woonde hij hier wel weer, in Zwartemeer. Hij was op 2-8-1841 geboren in Hebelermeer. Hij trouwde, Wesuwe 5-3-1867, met Anna Gesina Krüssel. Zij was 30 jaar ouder dan hij en in 1810 te Hebelermeer geboren. Ze woonden in Hebelermeer, Gesina Krüssel overleed daar op 25-4-1878.
Kollmer kwam hier terug met Maria Anna Reis, geboren 23-12-1851 in Hebelermeer. De inschrijfdatum voor die twee is 17-10-1879. Er werd een kind geboren dat een half jaar werd. Maria Anna Reis stierf op 17-6-1880 bij haar broer Peter Reis (111, pagina 123).
Hendrik Kollmer hertrouwde op 29-8-1880 in Bargercompascuum met Maria Catharina Klönne, in 1860 geboren, ook in Hebelermeer. Ze woonden in Zwartemeer. Op 16-11-1894 trouwden ze ook in Emmen, waarbij hun kinderen werden gewettigd. Catharina Klönne overleed op 28-12-1906. Kollmer trouwde nog eens, Emmen 25-4-1907, met Margaretha Wilken, te Altenberge geboren in 1841. Zij was toen weduwe van achtereenvolgens Johann Heinrich Wielage, Bernard Heinrich Sulmann (18, pagina 38) en van Anton Wilken.
Margaretha Wilken is op 23-7-1916 bij haar zoon Harm Wielage aan de Limietweg gestorven. Hendrik Kollmer overleed op 28-11-1919 in het ziekenhuis te Zwolle.
De Kollmers stammen van Lahn bij Werlte.

Kinderen Kollmer-Klönne:


Maria Catharina       * 20-8-1881 Zwartemeer       +  2-6-1964 Zwartemeer
x Emmen 19-11-1903
Johan Herman Gerdes   *  2-5-1877     ,,           + 18-2-1963    ,,

Johannes Heinrich     *23-12-1883 Zwartemeer       + 2-10-1956 Klazienaveen
x Emmen 4-9-1906
Maria Helena Wolters  *      1885 Rütenbrock       + 17-4-1959    ,,

Gesina                *  4-7-1887 Zwartemeer       + 25-6-1976 Zwartemeer
x Emmen 18-7-1907
Jan Berend Heidotting * 21-7-1884    ,,            + 15-6-1961    ,,

Jan Frans             *  6-4-1890 Zwartemeer       + 27-1-1925 Klazienaveen
x Emmen 8-6-1911
Maria Aleida Bakker   *      1891 Klazienaveen     ---

Angela                * 24-4-1893 Zwartemeer       +29-10-1977 Klazienaveen
x 1. Emmen 4-1-1912  
Jan Harm Karperien    *      1882 Slagharen        ---
x 2. Emmen 9-11-1918
Heinr. Lucas Schnöink *      1896 Amsterdamscheveld+ 5-12-1978    ,,

Johan Gerard          * 13-6-1896 Zwartemeer       + 13-7-1942 Klazienaveen

Johan Herman          * 31-5-1899 Zwartemeer       + 24-6-1971 (Arnhem)
x Emmen 20-4-1929
Femia Maria Lippold   * 23-5-1907     ,,           + 17-9-1989 Zwartemeer

Antoon                * 12-2-1902 Zwartemeer       + 15-6-1931 Klazienaveen

x Emmen 14-11-1925

Marg. Adelh. Valke    *  6-5-1904     ,,           + 20-8-1986     ,,

20. Heinrich Hüsers en Maria Catharina Berken

14-11-1864.

Hüsers woonde op 4-6-1864 nog in Hebelermeer. Hij huurde toen een deel van plaats 33, met de verplichting er een woning op te bouwen voor 1-5-1865. Hier is de datum aangehouden waarop de zoon Johann Heinrich hier woonde.
Heinrich Hüsers, op 16-2-1819 geboren te Hebelermeer, trouwde op 16-4-1844 in Wesuwe met Catharina Berken, geboren 23-1-1817, ook in Hebelermeer. Op de lijst van pastoor Vroom staan maar twee van hun kinderen, Johann Hermann en Bernard Heinrich, de anderen verbleven in Duitsland.
Ze zijn later vertrokken naar Schöninghsdorf. Hüsers overleed daar op 2-8-1881, zijn vrouw op 7-2-1904. Sommige kinderen van hen hebben hier gewoond. De zoon Johann Heinrich kende het molenaarsvak. Hij werd ‘Muller-Hendrik’ genoemd. Hij heeft gewerkt in Roswinkel, Nw. Dordrecht en Bargercompascuum, later woonde hij in Zwartemeer.

Kinderen Hüsers-Berken:


Maria Angela           *  20-5-1844 Hebelermeer  +  9-1-1929 Fehndorf
x Meppen 25-11-1873
Bern. Heinr. Hüsers    *  5-12-1842 Altenberge

Johann Heinrich        * 12-11-1845 Hebelermeer  +  6-4-1918 Zwartemeer
x 1. …. (niet voor de B.S., kinderen heetten Exel)
Anna Elisabeth Exel    *       1854 Altenberge   + 27-6-1892     ,,
x 2. Emmen 20-1-1893
Maria Thecla Hölscher  *  9-12-1864 Hebelermeer  + 10-8-1906     ,,

Anna Maria             *  24-8-1847 Hebelermeer  + 18-3-1909 Bargercompascuum
x Meppen 15-2-1876
Joh. Wilhelm Specken   *  26-6-1853 Lindloh      + 15-4-1940 Bargercompascuum

Johann Hermann         *  14-7-1849 Hebelermeer  + 17-5-1922 Schöninghsdorf
x Hebelermeer 25-4-1885

Maria Cath. Menke      * 29-4-1862    ,,        ---

Anna Margaretha        * 28-1-1856 Hebelermeer  + 25-4-1926 Bargercompascuum
x Bargercompascuum 29-12-1876 – Emmen 25-5-1877
Jan Harm Heidotting    *   4-2-1849 Nw.Schoonebeek+30-5-1909 Bargercompascuum

Bernard Heinrich       *  17-8-1859 Hebelermeer  +  8-5-1942 Schöninghsdorf
x Hebelermeer 18-7-1882
Anna Margaretha Linnemann*     1856    ,,        ---


21.                                                Bernard Heinrich Schulte

1-12-1864.

Bernard Heinrich Schulte, geboren te Altharen op 16-4-1808, was weduwnaar van Angela Adelheid Robben toen hij naar hier kwam met drie volwassen kinderen. Ze hadden in Dankern gewoond en daarna een korte tijd in Sellingerbeetse. Ze kwamen op 1-12-1864 naar hier.

Ze woonden in de Maatschappij. Van een dochter werd op 10-2-1866 een kind geboren, dat vijf dagen later overleed. Het werd te Rütenbrock begraven. De andere dochter, Maria Adelheid, kreeg op 19-7-1866 een kind dat werd aangegeven als Grieta Aleid. Adelheid trouwde later met Gerhard Fischer, haar dochter trouwde met een zoon van Fischer uit zijn eerste huwelijk. Ze zijn allen naar Amerika vertrokken.

Bernard Heinrich Schulte overleed op 8-12-1868. Hij werd in Erica begraven. Sinds de oprichting van een R.K. kerk en begraafplaats te Erica in 1866 werden bijna alle Katholieken van hier daar begraven, tot hier in 1876 een eigen kerkhof kwam.

Van de zoon, hij werd ‘Feiken-Harm’ genoemd, ging het verhaal dat hem een arm stukgeslagen werd bij een ruzie die ontstond bij het ‘richten’ van een huis of schuur. Deze Harm trouwde met Maria Gesina Bruns van Tuntel. Dit huwelijk was kinderloos. Na de dood van zijn vrouw is Hermann Schulte vertrokken naar Amerika (Missouri) samen met de Fischers.

Kinderen Schulte-Robben:


Maria Adelheid        *       1832 Dankern  +            Amerika

x Odoorn6-5-1873
Johann Gerhard Fischer* 4-10-1831 Düneburg +               ,,


Johann Hermann        *  8-10-1835 Dankern  +            Amerika
x Emmen 1-9-1869
Maria Gesina Bruns    *  30-4-1825 Tuntel   +  22-3-1884 Bargercompascuum

Euphemia Maria        *  29-5-1841 Dankern  +  26-2-1899 Bargercompascuum
x 1. Wesuwe 13-8-1869
Bernard Heinrich Albers  (71)
x 2. Bargercompascuum 20-4-1885
Jan Harmsen           *  27-9-1841 Maten    +   2-2-1918 Bargercompascuum


22. Bernardus Thier en Anna Gesina Kramer

7-12-1864.

Bernard Thier was op 18-8-1839 geboren in Mussel (Onstwedde). Zijn vader was smid en in Billebeck D. geboren. Later woonde die familie in de Maten.
Bij een verhuring van boekweitveen op 7-12-1864 was Thier één van de huurders. Hij woonde toen in de Maatschappij, samen met Anna Gesina Kramer (of Cramer), geboren in Altenberge. Van hen was geen huwelijk te vinden.

Thier mishandelde op 7 en 8 Mei 1865 zijn buurman Franz Gielbers (31, pagina 49) en diens vrouw. Hiervoor werd hij tot 15 dagen gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens het ondergaan van die straf overleed hij op 21-7-1865 te Assen. Volgens de overlijdensakte woonde hij te ‘Kolonie bij de Runde’ en was hij ongehuwd.

Op 8-9-1865 werd hier van hen een kind geboren. Het werd te Emmen aangegeven door Johann Bernard Cramer, 53 jaar, arbeider te Oldenberg (Altenberge). Hij verklaarde dat zijn dochter Anna Gesina Cramer, arbeidster te Oldenberg, op 8-9-1865 bevallen was ten huize van haar bruidegom. Naam van het kind Jan Berend.
Bij de doop in Rütenbrock van deze Johann Bernard trad als meter op Anna Helena Driever-Schumacher (38, pagina 55), ook wonend te Compascuum. Anna Gesina Kramer is vermoedelijk kort daarna teruggekeerd naar Duitsland met haar zoon.


23.                                         Johann Book en Anna Maria Budde

..-..-1864.

Johann (Jan) Book, op 17-12-1825 geboren in Altenberge, trouwde te Wesuwe op 26-11-1850 met Maria Budde, in Brok (ook wel Brook genaamd, bij Wesuwe) geboren op 19-10-1825.
Book, op 20-8-1864 landbouwer in Emen bij Haren, huurde hier toen 3 ha grond op het westeinde van plaats 36 met de verplichting van woningbouw voor 1-5-1865.

Ze hadden eerder in Dankern gewoond, daar waren hun kinderen geboren. De drie zoons hebben hier ook gewoond, later vertrok één van hen naar Wezuperbrug gem. Zweeloo, een andere is verhuisd naar Hesepertwist.
Maria Budde overleed hier op 30-9-1888, Jan Book op 25-7-1890.

Kinderen Book-Budde:


Bernard Heinrich    *20-11-1852 Dankern    + 17-5-1919 Wezuperbrug
x Emmen 1-11-1887                               
Maria Gesina Wielage*      1863 Altenberge +  9-3-1928    ,,

Johann Gerhard      * 11-9-1855 Dankern    + 31-8-1913 Bargercompascuum
x Emmen 18-11-1884
Sanna Harmsen       * 2-11-1850 Zandberg   +           (Harderwijk)

Johann Bernard      * 17-3-1860 Dankern    +           Hesepertwist
x Emmen 15-6-1886
Maria Hake          * 17-6-1863 Exloërveen ---

Johann Hermann      *  5-7-1863 Dankern    +19-10-1873 Bargercompascuum

24.                                                     Jan Hindrik Heine

22-1-1865.

Hendrik Heine werd op 22-1-1865 ingeschreven in deze gemeente, komend van Odoorn. Hij heeft vermoedelijk de eerste jaren hier alleen gewoond.
Heine was op 17-6-1844 geboren in Zandberg en trouwde op 31-5-1870 te Rütenbrock en in Emmen op 23-9-1870 met Maria Angela Wösten, geboren te Lindloh, 1-11-1838. In Emmen gaf hij op schaapherder te zijn in Rundeveen.

Ze hebben in de Maatschappij gewoond, later verhuisden ze naar Barger-Oosterveld. Angela Wösten overleed daar op 12-7-1897, hun huwelijk was kinderloos.
Hendrik Heine hertrouwde, Emmen 1-10-1897, met Marijke Helena Emmerink, geboren 3-10-1865 in Valtherveen. De drie zoons van dit huwelijk schreven hun naam als Heinen.
Jan Hindrik Heine overleed te Barger-Oosterveld op 28-9-1915, Marijke Helena Emmerink op 17-7-1953.

Kinderen Heine-Emmerink:


Jan Kasper        *30-8-1898 Barger.Oosterveld +18-2-1963 Barger Oosterveld
x Emmen 19-11-1927
Maaike Joh. Knegt *     1905 Erica             + 8-3-1992 (Weiteveen)

Harm. Henderikus  * 9-8-1901 Barger.Oosterveld +21-1-1969 Barger.Oosterveld
x Emmen 14-2-1925
Anna Maria Tieben *25-3-1896 Zwartemeer        +14-4-1990   ,,

Johannes Gerardus *6-12-1905 Barger.Oosterveld +23-4-1965 Emmen
x Emmen 16-11-1929
Maria Schulte     *17-10-1900Munsterscheveld   +12-9-1972   ,,

25.                               Hermann Heinrich Borgmann en Anna Angela Wilken

31-4-1865.

De familie Borgmann werd op 31-4-1865 te Emmen ingeschreven, komend van Wesuwe. In October 1865 pachtten ze 10 ha grond op plaats 34, met de voorwaarde er een woning op te bouwen. Borgmann, op 29-4-1812 geboren in Altharen, trouwde op 5-5-1840 te Wesuwe met Anna Angela Wilken (soms Lammers), geboren in Lathen op 12-9-1808. Ze woonden eerst in Wesuwe, hun kinderen werden daar geboren. Hier woonden ze aan de ‘Streek’ (Schoolweg) op plaats nr. 34. Hermann Heinrich Borgmann overleed op 10-12-1892, zijn vrouw op 4-11-1893. Via hun zoon Johann Joseph hebben ze een talrijk nageslacht.

Kinderen Borgmann-Wilken:


Johann Joseph       *  6-3-1841 Wesuwe        + 15-9-1919 Bargercompascuum

x Rütenbrock14-5-1872
Maria Catharina Reis*15-6-1845 Lindloh       + 21-2-1910 Bargercompascuum

Anna Maria          *20-12-1846 Wesuwe        + 12-7-1889 Dankern
x Wesuwe9-2-1875
Joh. Hermann Sandten* 1-7-1849 Dankern       ---

Maria               *  2-2-1848 Wesuwe        ---   naar Amerika

Anna Angela         *  9-3-1853 Wesuwe        +  9-9-1878 Bargercompascuum

x Emmen 25-5-1875

Heinrich Joseph Teiken (102)

Kinderen van Johann Joseph:

Herman Otto         *13-12-1873 Bargercompascuum          + 21-2-1931 Bargercompascuum
x Emmen 28-7-1903
Margaretha Muller   * 24-2-1878 B.Oosterveld  + 17-1-1967 Bargercompascuum
 

Hendrik             * 12-1-1876 Bargercompascuum          + 16-2-1965 Wesuwermoor

x Emmen  16-5-1907

Anna Helena Cramer  * 6-11-1879 Hebelermeer   +  5-9-1954     ,,  

Anna Adelheid       *10-12-1877 Bargercompascuum          +  1-6-1967 Emmer Compascuum
x Emmen 25-5-1905
Jan Hendrik Muller  *  7-1-1874 Emmerrunde    + 24-9-1965   ,,

Maria Angela        *  5-2-1880 Bargercompascuum         +  3-5-1958 Erika D.
x Emmen 20-4-1911
Johannes Gerardus Kramer  (7)

Helena              *30-10-1882 Bargercompascuum          + 26-8-1911 Emmer Compascuum
x 1. Emmen 9-8-1906
Johan Herman Lübbers  (107)
x 2. Emmen 20-10-1909
Alexander Snijders  * 9-10-1869 Erica         + 11-5-1939 Barger Oosterveld
 
Anna Gesina         * 20-2-1885 Bargercompascuum          +29-10-1977 Emmer Compascuum
x Emmen 15-5-1913
Jan Berend Muller   * 1-12-1883 Emmerrunde    +  6-6-1963    ,,
 

Bernard             *  9-3-1888 Bargercompascuum         +          (Lathen?)


26.                               Willem Feringa en Anna Tecla Einhaus

1-5-1865.

Met deze datum zijn in Emmen een rijtje Compascumers ingeschreven die hier waarschijnlijk al eerder woonden. Misschien had de veldwachter van Emmen een rondtocht gemaakt.
Willem Feringa, geboren op 6-10-1805 te Groningen, trouwde op 7-5-1829 in Twist met Anna Tecla Einhaus (Einhus, Enhus), in Hesepertwist geboren op 9-1-1805.
De geboorte van Feringa was in Groningen niet te vinden. Misschien is hier een naamsverandering in het spel. Er werd op die tijd een Willem Geertsma geboren, de naam van de moeder, Margaretha Wilken, is gelijk aan wat Feringa opgaf.
Bij hun trouwen gaf Feringa kleermaker als beroep op, later was hij daar ‘Hausling’, dat is arbeider met een klein boerenbedrijfje.
Ze hebben lang in Adorf bij Twist gewoond. Daar woonden ze nog toen Feringa op 4-6-1864 een deel van plaats 32 pachtte met de verplichting van woningbouw voor 1-5-1865.

Toen ze naar hier kwamen waren er nog twee kinderen bij hen thuis en een kleinzoon Gerhard Wilhelm (Veringa). Twee zoons woonden toen in Hebelermeer, één ervan , Hermann Heinrich Otto (34, pagina 52), kwam hetzelfde jaar ook naar hier, een dochter was gehuwd in Slagharen.
Willem Feringa (soms Veringa) woonde later in Zwartemeer. Anna Tecla Einhaus overleed op 3-5-1879, Willem Feringa op 28-1-1891. Het zijn de voorouders van veel katholieke Feringa’s en Veringa’s.

Kinderen:


Maria Adelheid           * 28-2-1829 Hesupertwist+   8-6-1886 Zwartemeer
x 1. Erica 17-6-1872 - Emmen 14-10-1873
Johann Hermann Wester  (29)
x 2. (niet voor de B.S.)
Johann Hermann Berens  (27)

Gerhard Heinrich         *  3-3-1831 Adorf       +            Amerika
x Wesuwe 12-2-1857
Anna Adelheid Thole      * 7-11-1834 Hebelermeer +  24-9-1883 Hebelermeer

Hermann Heinrich Otto(34)*11-11-1833 Adorf 

Margaretha Elisabeth     * 26-2-1839 Adorf       +  21-5-1913 Slagharen
x Ambt Hardenbergh 21-9-1861
Johannes Willebrordus Korterink*1814 Raalte      +  17-6-1892     ,,

Johann Albert            *  6-3-1842 Adorf       + 25-11-1892 Zwartemeer
x Erica 27-8-1872 - Emmen 24-4-1873
Maria Helena Bruns       * 28-8-1841 Tuntel      +  21-6-1912 Klazienaveen
(hertrouwd Lodewijk van Rijswijk)


27.                                                  Johann Bernard Berens

1-5-1865.

Ook Bernard Berens huurde op 4-6-1864 hier een stuk grond, deel van plaats 26, met verplichte woningbouw en bewoning vóór 1-5-1865. Hij woonde toen nog in Lindloh bij zijn ouders. Hij heeft hier eerst gewoond in een keet op plm. 150 m. van de Runde, samen met zijn broer Johann Hermann. Later werd er een betere woning gebouwd op die grond aan de ‘Schoolweg’. Johann Bernard Berens was op 22-8-1830 geboren te Lindloh, zijn broer Harm was daar op 23-6-1827 geboren.

Bernard (of Berend) trouwde op 11-3-1873 te Emmen met Anna Helena Muller, geboren 6-3-1843 in Roswinkel. Hij overleed al op 27-2-1881. Helena Muller vertrok in 1913 naar Emmer-Compascuum, zij stierf daar op 3-12-1919.

Harm Berens is al gauw verhuisd naar Zwartemeer. Hij trouwde enkele jaren later met Maria Adelheid Feringa (26). Zij overleed op 8-6-1886 in Zwartemeer, Harm Berens op 9-5-1893.

Kinderen Berens-Muller:

Johan Bernard          *31-3-1875 Bargercompascuum    + 26-9-1947 Bargercompascuum
x Emmen 12-8-1909
Anna Grietje Wilken  (47)

Anna Margaretha        *17-1-1878 Bargercompascuum    +25-6-1894 Bargercompascuum


Gezina                 * 14-1-1881 Bargercompascuum    +  2-4-1965 Jipsingboermussel
x Vlagtwedde 23-7-1904
Johann Bernard Schulte * 17-6-1874 Bersede + 21-9-1952    ,,

 

28.                            Johann Heinrich Tholen en Anna Dorothea Bergmann

1-5-1865.

Heinrich Tholen, geboren 8-1-1829 in Lindloh, trouwde te Rütenbrock op 14-11-1865 met Dorothea Bergmann, op 6-7-1833 geboren in Dankern. Ook Tholen had hier grond gepacht, een deel van plaats 17, met de bekende voorwaarden. Ze hebben aan de Schoolweg gewoond.

Volgens de lijst van pastoor Vroom ‘diende’ in 1872 bij hen Adelheid Gerdes, 13 jaar oud, verder onbekend.

In 1878 woonden ze in Barger-Oosterveld. Daar zijn ze gestorven, Hendrik Tholen op 22-8-1896, Dorothea Bergmann op 22-5-1906. Hun twee kinderen zijn jong gestorven.

Kinderen Tholen-Bergmann:


Johan Herman   * 15-8-1866 Bargercompascuum  +  5-9-1889 Barger-Oosterveld

Maria Angela   * 30-9-1869 Bargercompascuum  +  5-9-1902 Barger-Oosterveld
x Emmen 5-4-1892
Bernard Heinrich Müller  (82)

29.                               Johann Hermann Wester en Maria Gesina Falke

1-5-1865.

Harm Wester was op 20-8-1864 landbouwer in Hebelermeer, toe hij hier 8.80 ha grond pachtte dat lag op het westeinde van plaats 31. Hij moest daar voor 1-5-1865 een woning bouwen en bewonen. Hermann Wester was in Klein Bersen geboren op 3-6-1820 en trouwde op 15-2-1858 te Wesuwe met Maria Gesina Falke, in Hebelermeer op 28-12-1833 geboren.
Hun oudste kinderen werden in Hebelermeer geboren. Hier woonden ze aan de Schoolweg-Zuid op plaats 31. Gesina Falke overleed al op 24-9-1871.

Wester hertrouwde, Erica 17-6-1872 - Emmen 14-10-1873, met Maria Adelheid Feringa  (26, pagina 46). Harm Wester overleed hier op 31-12-1876. Sommige kinderen vertrokken naar Duitsland, anderen naar Amerika.

Adelheid Feringa hertrouwde met Harm Berens  (27, pagina 47).

Kinderen Wester-Falke:


Bernard Lucas         * 21-6-1858 Hebelermeer + 20-4-1907 Adorf
x Hebelermeer 3-5-1881
M.Cath. Schleper      * 1854          ,,      ---
  (wed. Talken)

Gerhard Heinrich      * 31-7-1860 Hebelermeer +           Schöninghsdorf?
x Hebelermeer 2-7-1882
Maria Gesina Berens   * 20-5-1853     ,,      ---

Johann Gerhard        * 23-9-1862 Hebelermeer ---

Maria Catharina       * 3-11-1864 Hebebelmeer ---

Anna Margaretha       *25-6-1867 Bargercompascuum        +           Amerika
x Bargercompascuum19-11-1888
Joh. Bernard Brickmann*      1866 Lorup       +              ,,

Maria Elisabeth       *7-11-1869 Bargercompascuum        + 11-3-1884 (Meppen)

Kind Wester-Feringa

Maria Gesina          *16-4-1873 Bargercompascuum       + 21-1-1876 Bargercompascuum


30. Harmannus Luttel en Maria Adelheid Kappen

3-5-1865.

Harmannus Luttel was op 12-7-1839 geboren in Zaadveenen, zo werd Steenwijksmoer toen genoemd. Hij leefde hier samen met Maria Adelheid Kappen, te Hebelermeer geboren op 5-10-1834.

Bij hen was ook een zuster van haar, Margaretha Kappen. Van deze Margaretha werd hier op 3-5-1865 een dochter Engel geboren. Harm Luttel gaf de geboorte aan in Emmen. Margaretha en haar dochter vinden we hier verder niet terug.

Luttel deed ook aangifte van Fentriene, op 14-8-1865 geboren te Rundeveen, dochter van Maria Adelheid Kappen. Het kind stierf op 30-10-1865 en werd te Rütenbrock begraven. Van dit paar werd op 16-12-1866 Berend Hendrik geboren. Op 14-3-1867 trouwden ze in Emmen, op 18-3-1867 te Erica.

Op 6-11-1867 werd Luttel in Assen veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf wegens diefstal van een plank. Dat was een plank van een brug in het Smeulveen, hij had de plank gebruikt voor zijn varkenshok. Verzachtende omstandigheden waren; geringe waarde van het ontvreemde en armoede van de verdachte.

Niet lang na 1872 zijn ze vertrokken naar Meppen, Adelheid Kappen overleed daar op 28-11-1901.

Kind M. Kappen:


Engel                 *   3-5-1865 Bargercompascuum    ---

Kinderen Luttel-M.A. Kappen:


Fentriene             *  14-8-1865 Bargercompascuum    + 30-10-1865

Berend Hendrik        * 16-12-1866 Bargercompascuum    ---
x Meppen 27-10-1896
Anna Helena Brand     *   2-3-1875 Tuntel  ---

Elizabeth             *  15-5-1872 Bargercompascuum    ---

31.                                Franz Gilbers en Maria Angela Wilken

7-5-1865.

Franz Gilbers (of Gielbers), geboren 2-12-1826 te Rütenbrock, trouwde daar op 26-11-1861 met Angela Wilken, in Lindloh geboren op 15-12-1829. Ze hebben een paar jaar in de Maatschappij gewoond.

Hij en ook zijn vrouw werden op 7-5-1865 mishandeld door Thier (22, pagina 42). Gilbers werd op 27-3-1867 veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf wegens diefstal van een zak turf. Armoede van de beklaagde werd als verzachtende omstandigheid aangenomen.

Na 1867 vinden we hen hier niet terug, ze zijn teruggegaan naar Lindloh. Hun huwelijk was kinderloos. Angela Wilken overleed op 27-7-1899 in Lindloh.


32.                       Hermann Heinrich Hoffard en Maria Margaretha Ahlers

9-5-1865.

Hoffard, op 19-11-1835 in Krüssel (Wesuwe) geboren, trouwde te Rütenbrock op 9-5-1865 met Margaretha Ahlers, geboren 10-10-1844 in Schwartenberg. In Onstwedde werd nogeens getrouwd op 18-5-1865. Bij het huwelijk in Rütenbrock staat Compascuum als toekomstige woonplaats. De vader van Hoffard was in Alten Rheine geboren. Zijn ouders hadden eerst in Krüssel gewoond, later verhuisden ze naar Horsten (Onstwedde).

Het gezin Hoffard-Ahlers woonde hier aan de Schoolweg-Noord op plaat 15, dicht bij het Voor-Compas. Harm Hendrik Hoffard is hier op 20-9-1897 overleden, zijn vrouw is op 28-10-1917 gestorven in Barger-Oosterveld één van hun kinderen.

De oudste zoon ging naar Amerika, Geert Harm vertrok naar Duitsland. Bernard woonde hier in de Maatschappij. De dochter en de jongste zoon hebben in Barger-Oosterveld gewoond.

Kinderen Hoffard-Ahlers:


Antoon                * 13-5-1868 Bargercompascuum  +           Amerika Minnesota

Geert Harm            *25-10-1869 Bargercompascuum  +           Lathen?
x Rütenbrock 11-2-1896
M. Angela Nijenhuis   * 15-5-1869 Haren +

Bernardus Henderikus  * 28-6-1873 Bargercompascuum  +12-11-1951 Bargercompascuum

x Emmen 25-9-1901
Anna Adelh. Wessels   * 25-2-1883 Bargercompascuum  + 27-2-1950 Bargercompascuum
 
Maria Angela          *  2-6-1878 Bargercompascuum  + 15-8-1959 Barger Oosterveld
x Emmen 19-7-1898
Hindrik Haitel  (13)
 
Johannes Gerhardus    * 28-7-1881 Bargercompascuum +  8-6-1925 Barger Oosterveld
x Emmen 24-10-1907
Maria Helena Bentlage * 27-9-1887 Bargercompascuum  + 18-9-1975 Musselkanaal


33.                                      Jan Geert Ameln en Anna Helena Koks

26-8-1865.

Geert Ameln, te Zandberg geboren op 4-2-1834, trouwde op 26-8-1865 in Vlagtwedde met Anna Helena Koks (Kocks), op 24-2-1845 geboren in de Maten. Met die trouwdatum werden ze ook in Emmen ingeschreven als inwoner van hier.

Ze woonden in de Maatschappij. Er werden tien kinderen geboren, twee overleden jong. Na de geboorte van een tweeling op 20-1-1885 overleed Helena Koks op dezelfde dag.
Twee dochters zijn hier getrouwd, Anna Engel met Bernard Heinrich Brand (40, pagina 57). Ze waren niet gehuwd voor de Burgerlijke Stand; de kinderen van hen heetten Ameln.
Geert Ameln vertrok in 1903 met de laatste drie kinderen naar Amerika, drie kinderen waren daar al.

De vader van Geert Ameln, Georg (hier Jurrien of Jurjen), geboren in Oberlangen , woonde hier later ook. Hij was hertrouwd met Maria Wielage, in 1825 geboren te Niederlangen. Dat huwelijk was ook niet burgerlijk gesloten, hun kinderen heetten Wielage. Georg Ameln overleed hier op 23-5-1881, zijn vrouw op 2-5-1890.

Kinderen Ameln-Koks:


Anna Engel        * 16-11-1865 Bargercompascuum           +  5-1-1897 Barger Oosterveld  x Bargercompascuum 23-1-1888  (niet B.S., kinderen Ameln)
Bernard Heinrich Brand  (40)

Hindrik Antoon    *19-11-1867 Bargercompascuum             ---         Amerika

Georg             * 8-11-1870 Bargercompascuum             ---         Amerika

Anna Maria        * 25-3-1873 Bargercompascuum            + 28-9-1949 Zwartemeer

x Emmen19-11-1895
Johannes Anth. Bernardus Lippold

                 *  5-7-1870 Nieuw Amsterdam  + 15-6-1956     ,,

Anna Marg.Engelina* 21-8-1875 Bargercompascuum             ---         Amerika

Anna Magrieta     * 11-8-1877 Bargercompascuum            ---         Amerika

Anna Helena       *15-12-1879 Bargercompascuum             ---         Amerika

Geert             * 20-7-1882 Bargercompascuum             + 23-4-1884 Bargercompascuum

Jan Geert         * 20-1-1885 Bargercompascuum             ---         Amerika

Maria Catharina   *20-1-1885 Bargercompascuum             + 26-8-1885 Bargercompascuum


34.                          Hermann Heinrich Otto Feringa en Maria Anna Diesen

31-8-1865.

Op 31-8-1865 werd in Emmen weer een rijtje nieuwe bewoners van Compascuum ingeschreven. Hierbij was ook deze Feringa, een zoon van Willem Feringa (26, pagina 46).
Geboren in Adorf op 11-11-1833 en gedoopt als Hermann Heinrich Otto. Later leest men meestal Johann Hermann of Jan Harm.

Hij trouwde op 3-11-1857 in Wesuwe met Maria Anna Diesen, te Hebelermeer geboren op 2-2-1831. Ze hebben eerst in Hebelermeer gewoond, hier woonden ze in de Maatschappij, dicht bij de (latere) Postweg. Feringa overleed op 13-7-1887, Maria Diesen op 14-9-1889.

Twee zoons en een dochter zijn hier blijven wonen, waaronder Gerhard Heinrich (Hendrik), die door een verschrijving een Veringa werd.

Kinderen Feringa-Diesen

Anna Helena              * 29-1-1859 Hebelermeer +23-10-1943 Hebelermeer
x Hebelermeer 9-5-1876
Hermann Heinrich Gösling *      1850 Börger      + 26-9-1937     ,,

Johann Wilhelm           *10-11-1860 Hebelermeer +  8-2-1916 Lindloh
x Rütenbrock 11-8-1885
Maria Mäsker             *  9-9-1858 Lindloh     + 30-8-1938    ,,

Maria Angela             *10-10-1862 Hebelermeer + 11-8-1945 Ter Apelkanaal
x Emmen 12-7-1879
Harm Hindrik Wolbers     * 10-9-1845 Maten       + 11-1-1906     ,,

Hermann Heinrich         * 16-8-1864 Hebelermeer + 28-4-1953 Bargercompascuum
x 1. Emmen 25-3-1890
Elisabeth Kramer         * 30-8-1869 Valtherveen + 3-11-1895 Bargercompascuum
x 2. Emmen 8-5-1896
Angela Rolfes            * 25-8-1873 Rütenbrock  + 17-3-1946 Bargercompascuum

Gerhard Heinrich         * 11-5-1866 Bargercompascuum        + 2-10-1953 Bargercompascuum
x Emmen 20-6-1893
Maria Helena Ottens  (98)

Jan Harm                 * 21-1-1869 Bargercompascuum        + 15-7-1937 Osterbrock
x Groß Stavern
Anna Elisabeth Deijmann  *      1870 Klein Stavern+20-2-1933     ,,

Jan Berend               * 17-1-1871 Bargercompascuum        + 14-8-1931 Den Haag

Maria Margaretha         *14-1-1873 Bargercompascuum        +  2-8-1951 Bargercompascuum
x Emmen31-3-1894
Johann Burchard Rolfes   *24-8-1871 Rütenbrock  +  5-6-1952 Bargercompascuum      


Anna Adelheid            * 20-5-1877 Bargercompascuum        + 25-5-1953 Ter Apelkanaal
x Odoorn 16-5-1902
Lukas Gerdes             * 19-4-1873 Exloërmond  +23-10-1958    ,,


35.                         Hermann Heinrich Pranger en Maria Adelheid Grüter

31-8-1865.

Pranger, geboren 3-10-1810 te Sögel, trouwde op 21-9-1847 in Haren met Maria Adelheid Grüter, geboren 19-7-1812 in Landegge. Zij was toen weduwe van Hermann Heinrich Lantermann. Ze hebben lang in Landegge gewoond, daar zijn hun kinderen geboren. Hier woonden ze in de Maatschappij. Pranger overleed op 20-6-1885, zijn vrouw op 12-5-1891.

De oudste dochter trouwde met Albert Einhaus. Dit huwelijk was niet burgerlijk gesloten, de kinderen heetten Pranger. De zoon heeft in Meppen gewoond, hij verongelukte samen met drie anderen bij kanaalwerkzaamheden.

De dochter uit het eerste huwelijk van vrouw Pranger heeft hier maar een korte tijd gewoond.

Kinderen Lantermann-Grüter:


Anna Adelheid           * 11-6-1841 Landegge    ---         D.

Kinderen Pranger-Grüter


Maria Angela            *  8-5-1848 Landegge    + 3-12-1920 Bargercompascuum
x Bargercompascuum 31-5-1875  (niet B.S., kinderen Pranger)

Johann Albert Einhaus   *29-7-1844 Twist       +  5-2-1916 Bargercompascuum


Anna Helena             *16-10-1849 Landegge    + 17-8-1876 Bargercompascuum
x
Bern.Heinrich Brümmer   *      1845 Geest       + 27-4-1884 Munnikemoer

Hermann Heinrich        * 21-2-1852 Landegge    +14-12-1895 Meppen
x Meppen 29-1-1878
Anna Angela Schwieters  *      1845 Neuringe    ---
   (wed. Berentzen)

Elisabeth               *18-11-1854 Landegge    + 29-6-1946 Bargercompascuum
x Emmen 22-8-1878
Jan Hendrik Berends     * 13-3-1846 Horsten     + 19-2-1913 Bargercompascuum

Maria Catharina         * 18-7-1857 Landegge    +28-11-1932 Meppen
x Bargercompascuum 31-7-1887
Joh. Bernard Hüsers     *      1862 Hebelermeer + 23-5-1911   ,,   


36. Gerhard Hermann Brinkmann en Maria Tecla Sandmann

31-8-1865.

Harm Brinkmann, op 3-5-1830 geboren in Neudersum, trouwde te Rütenbrockop 1-5-1855 met Tecla Sandmann, in Schwartenberg geboren op 29-11-1828. De ouders van Brinkmann woonden toen al lang in Rütenbrock. Hun kinderen werden in Schwartenberg geboren. Hier woonden ze in de Maatschappij. Het gezin Brinkmann staat in het rijtje dat op 31-8-1865 te Emmen werd ingeschreven. Tecla Sandmann overleed op 6-11-1873.

Brinkmann hertrouwde, Emmen 21-4-1875, met Anna Margaretha Robben  (96, pagina 109). Harm Brinkmann stierf hier op 9-1-1892. Margaretha Robben (Brinkmanns Greite) vertrok met haar zoon Hendrik naar Barger-Oosterveld. Zij is nog een paar keer getrouwd geweest.

Kinderen Brinkmann-Sandmann:


Anna Gesina           * 15-2-1856 Schwartenberg +  2-9-1877 Bargercompascuum

Hermann Bernard       *24-12-1860 Schwartenberg +           Schöninghsdorf
x Hebelermeer 27-1-1885
Maria Adelh.Linnemann *      1867 Hebelermeer   +              ,,

Albert                * 22-4-1863 Schwartenberg +  8-8-1932 Bargercompascuum
x Emmen 22-7-1887
Maria Gesina Fischer  * 27-3-1859 Hebelermeer   + 21-2-1951 Bargercompascuum

Kinderen Brinkmann-Robben


Herman Antoon         * 10-2-1877 Bargercompascuum          + 10-1-1880 Bargercompascuum

Jan Hendrik           *31-10-1878 Bargercompascuum          +3-8-1961 Barger Oosterveld
x Emmen 26-4-1930 (echtscheiding, Assen 19-9-1933)
Johanna Loers         *      1893 Idafehn D.    ---

37.                                                 Joseph Suntrup

31-8-1865.

Met deze datum staat te Emmen ook Joseph Suntrup ingeschreven als arbeider in Rundeveen.Hij was in 1825 in Dankern geboren en ongehuwd. Hij heeft hier niet lang gewoond en staat niet op de lijst van pastoor Vroom.

Op 31-8-1880 trouwde te Rütenbrock een Gerhard Joseph Suntrup, in Dankern geboren op 30-3-1824, weduwnaar en arbeider in Rütenbrock, met Anna Margaretha Hake, op 14-3-1832 in Rütenbrock geboren. Vermoedelijk is dit ‘onze’ Joseph Suntrup. Hij is niet verder gevolgd.


38.                     Johannes Hermannus Driever en Anna Helena Schomaker

31-8-1865.

Ook deze Driever staat op die datum ingeschreven. In Wesuwe zijn ze te vinden als Johann Driver, geboren op 18-6-1830 te Amsterdam, op 28-11-1854 in Wesuwe getrouwd met Helena Schomaker, geboren 28-4-1825 in Tinnen. Ze hadden eerst in Dankern gewoond. Ze hadden vier dochters, twee ervan waren hier bij hen thuis. Ze hebben hier een korte tijd gewoond, in 1867 was Driever (Driver, Driewer) pachtboer in Lindloh. Op 29-12-1896 overleed Johann Hermann Driever, hij was toen pachter in Schwartenberg.

Kinderen Driever-Schomaker:


Anna Catharina     *  1-8-1852 Tinnen  + 10-9-1886 Munsterscheveld
x   1879?  (niet B.S., kinderen Driever)
Joh.Hermann Grummel* 11-2-1852 Lindloh + 12-5-1904     ,,

Anna Helena        * 27-4-1854 Dankern +
x 1. Rütenbrock 5-3-1878
Bern.Theodor Schmitz*18-3-1853 R.brock +17-12-1888 Schwartenberg
x 2. Rütenbrock  18-2-1890
Joh.Bernard Schmitz* 30-4-1865    ,,   +

Helena Adelheid    *      1855 Dankern +29-11-1867 Lindloh

Anna Elisabeth     * 22-2-1856 Dankern +  4-9-1927 Schwartenberg vroedvrouw

39.                               Johann Bernard Jansen en Maria Anna Lageman

31-8-1865.

Bernard Jansen, in Altharen op 10-4-1822 geboren, trouwde op 20-11-1861 te Wesuwe met Maria Anna Lagemann, geboren 23-1-1832 in Bruchterbeck bij Ibbenbüren. Ze woonden eerst in Krüssel (Wesuwe).

Bij hen thuis was ook een zuster van vrouw Jansen, Maria Elisabeth Lagemann, op 28-7-1836 geboren te Bruchterbeck.

De Jansens hadden één dochter. Hier werd nog tweemaal een levenloos kind geboren. Deze familie verhuisde kort na 1882 naar Barger-Oosterveld. Maria Anna Lagemann overleed op 18-1-1893.

Bernard Jansen hertrouwde, Emmen 16-11-1893, met Margaretha Robben (96, pagina 109), weduwe Brinkmann. Bernard Jansen overleed op 31-12-1900.

De zuster van vrouw Jansen, Elisabeth Lagemann, stierf, ongehuwd, op 13-9-1889 in Barger-Oosterveld.

Kind Jansen-Lageman:


Maria Elisabeth     *25-5-1864 Krüssel        +25-10-1904 Barger Oosterveld
x 1. Emmen 9-8-1881
Joh.Hermann Bolk    *28-8-1857 Hesupertwist   +  2-2-1889    ,,
x 2. Emmen 4-7-1890
Joh.Kasper Mulder   * 1-9-1864 Sellingerbeetse+  6-8-1893    ,,
x 3. Emmen 19-4-1898
Joh.Hendrik Arends  *     1845 Nw.Schoonebeek + 28-5-1930    ,,
   (hertrouwd met Aaltje Geertjes)

40.                                 Johann Hermann Brand en Anna Gesina Wilken

4-9-1865.

De familie Brand werd te Emmen op 4-9-1865 ingeschreven als inwoners van hier, komend van Wesuwe. Harm Brand, op 5-5-1828 geboren in Lathen, getrouwd met Anna Gesina Wilken, geboren op 20-3-1829, eveneens te Lathen. Ze hadden eerst gewoond in Haar (Wesuwe), daarna hebben ze hier een korte tijd gewoond, dan een aantal jaren in Lindloh en daarna weer hier. Ze woonden in de Maatschappij, later zijn ze verhuisd naar Barger-Oosterveld. Harm Brand overleed daar op 31-8-1899, zijn vrouw op 30-10-1899.

Kinderen Brand-Wilken:


Bernard Heinrich     * 5-12-1862 Haar         + 20-9-1928 Barger Oosterveld
x 1. Bargercompascuum 23-1-1888 (niet B.S., kinderen Ameln)
Anna Engel Ameln  (33)
x 2. Emmen 11-1-1898
Antonetta de Haan    *      1872 Kloosterburen+ 22-9-1925    ,,   

Anna Maria           *  3-3-1866 Bargercompascuum        +           Groß Fullen

x Emmen2-10-1888
Harm Albert Sandmann  (16)


Maria Elisabeth      * 27-8-1870 Lindloh      + 5-11-1873 Lindloh

Hermann Heinrich     *  5-9-1876 Lindloh      +           Enschede?
x Emmen 16-2-1900
Aaltje van der Weide *      1879 Emmen        +              ,,

 
41.                         Johann Hermann Nieters en Maria Gesina Hermsen

5-9-1859.

Harm Nieters was op 10-10-1834 geboren in Neusustrum, zijn vader kwam van Apeldorn D. Hij trouwde op 5-9-1865 te Rütenbrock met Maria Gesina Hermsen, in Rütenbrock geboren op 22-7-1840. Bij dit huwelijk staat Compascuum als hun toekomstige woonplaats. Ze waren hier landbouwers in het Voor-Compas. Maria Gesina Hermsen overleed op 24-6-1913, Harm Nieters op 18-5-1914.

Hun vijf dochters zijn hier getrouwd, de vier zonen emigreerden naar de Verenigde Staten; Minnesota en Noord Dakota.

Kinderen Nieters-Hermsen:


Maria Helena        * 1-2-1866 Bargercompascuum            + 16-1-1894 Bargercompascuum

x Emmen 25-5-1888
Jan Husers  (61)

Gesina Regina       *13-9-1868 Bargercompascuum            + 12-4-1942Barger Oosterveld
x Emmen 12-7-1889
Joh.Bernard Wübkes  *14-6-1864 Hebelermeer     +30-10-1904 Bargercompascuum

Maria Adelheid      *8-11-1870 Bargercompascuum            +  1-8-1935Barger Oosterveld
x Emmen 6-9-1892
Johann Rudolf Gerdes  (76)

Gerhard             *26-12-1872Bargercompascuum            + 5-5-1951 Rockville MN.

Bernard             *30-6-1875 Bargercompascuum            + 29-8-1958 RockvilleMN.
x Clara CityMN.26-9-1899
Susanna Maria Jasken* 5-1-1879 Sellingerbeetse + 11-6-1959      ,,

Griet               *17-3-1877 Bargercompascuum            + 10-3-1922 Zwartemeer
x Emmen 7-5-1903
Jan Conen           *13-11-1874Nieuw Dordrecht +27-12-1930     ,,

Herman              *30-6-1879 Bargercompascuum            +21-12-1951 BismarckND.
x Jacobs Prairie ND. 12-2-1907

Marg.Wilhelmina Boos*     1887 Rockville MN.   +  4-8-1948 Burleigh C.
 
Herman Hendrik      *18-5-1881 Bargercompascuum            + 27-8-1948 Rockville MN.
x Rockville MN. 6-9-1921
Mary Spoden         *     1889                 +15-10-1957      ,,
   (wed. Young)
 

Anna                * 8-1-1884 Bargercompascuum            +  1-6-1972Barger Oosterveld
x Emmen 23-11-1905
Geert Hendrik Mensen* 1-4-1881Jipsingboermussel+ 18-6-1945     ,, 


42.                                       Herman Krieger en Veronica Hussmann

6-1-1865.

Herman Krieger (‘Krieger-Mans’) was op 8-8-1835 geboren te Roswinkel. Zijn vader, geboren in Bawinkel D. was daar kleermaker. Veronica Hussmann was geboren in Ahlen bij Steinbild op 6-2-1839. Haar ouders woonden later in Zandberg.

Ze woonden in de Maatschappij toen op 6-10-1865 hun zoon Hindrik geboren werd. Ze trouwden op 13-1-1866 te Emmen en op 25-2-1866 in de katholieke kerk te Zandberg. Tijdelijk, omstreeks 1878, woonden ze in Barger-Oosterveld, later woonden ze weer hier. Herman Krieger overleed hier op 3-6-1887. Veronica Hussmann stierf op 25-4-1894 in de Maten. De naam Hussmann werd verhollandst tot Hoesman.

Van hen werden hier zes kinderen geboren, vier ervan zijn jong overleden. Het jongste kind ging als 9-jarige naar Hilter D., vermoedelijk als knechtje. De zoon Hindrik werd na de dood van zijn moeder in 1894 in een inrichting geplaatst te ‘s Hertogenbosch, waar hij 3 jaar later is gestorven.

Kinderen Krieger-Hussmann:


Hendrik         * 6-10-1865 Bargercompascuum    +  8-6-1869 Bargercompascuum

Helena          * 12-2-1868 Bargercompascuum    + 24-5-1869 Bargercompascuum

Hindrik         * 16-6-1870 Bargercompascuum    +  2-5-1897 ‘s Hertogenbosch

Helena          * 11-6-1873 Bargercompascuum    + 16-5-1875 Bargercompascuum

Maria Catharina *28-3-1876 Bargercompascuum   + 27-7-1878 Barger Oosterveld

Harm Hindrik    *11-11-1879 Bargercompascuum    +           D.
x 10-6-1903
Helena Robben   * 14-4-1868 Altharen+


43.                            Johann Heinrich Hoge en Gesina Adelheid Schomaker

30-10-1865.

De buren die aangifte deden van het overlijden van het kindje Luttel-Kappen (30, pagina 49) op 30-10-1865, waren Jan Hindrik Hoge, 47 jaar en Harm Hindrik Pranger, 55 jaar, ‘naburen’, arbeiders in Rundeveen. Het gezin Hoge (3 mannelijke en 2 vrouwelijke personen) was op 12-7-1860 te Emmen ingeschreven, komend van Hardenberg. Of ze hier toen al zijn komen wonen is onduidelijk. Heinrich Hoge was op 3-2-1820 in Hebelermeer geboren. Zijn vader was geboren in Tinnen, zijn grootvader in Westerloh. Hij hoorde tot degenen die naar Slagharen trokken waar toen volop vervening was.

Hij trouwde, Ambt Hardenberg 9-2-1847, met Gesina Adelheid Schomaker, weduwe van Jan Hendrik van der Aa. Zij was geboren op 18-7-1810 te Twist. Van haar eerste huwelijk waren twee kinderen, Geert Peter (81, pagina 94) en Maria Katharina, die trouwde met Gerhard Heinrich Hemelt (116, pagina 126). Naar hun stiefvader werden ze soms Hoge genoemd.

In Slagharen werd hun zoon Johannes Hendrikus geboren op 30-8-1848. Ze hebben hier niet lang gewoond, in de lijst van pastoor Vroom van 1872 staan ze onder Nw. Dordrecht (Vastenow). Daar zijn ze blijven wonen.

De zoon Johannes Hendrikus trouwde, Bargercompascuum 12-4-1875 - Emmen 15-6-1875, met Maria Catharina Lantermann, geboren 21-1-1846 in Haren D. Gesina Adeleid Schomaker overleed op 11-7-1877 in Nw. Dordrecht, Heinrich Hoge op 21-4-1908. De zoon Johannes Hendrikus overleed daar op 18-11-1925, zijn vrouw op 8-11-1936. Ze hebben een talrijk nageslacht.

Kinderen v.d. Aa-Schomaker:


Geert Peter (Pieter)    * 17-6-1841 Slagharen   + 14-7-1975 Bargercompascuum
x Emmen 3-9-1870
Anna Margaretha Meijer  *  1-1-1837 Dörpen      + 12-4-1883 Munsterscheveld

Maria Katharina         * 30-11-1835 de Maten   + 19-4-1902 Zwartemeer
x Ambt Hardenbergh 6-7-1861
Gerhard Heinrich Hemelt * 16-12-1834 Adorf      + 12-2-1902     ,,

Kind J. Heinrich Hoge-Schomaker:


Johannes Hendrikus    * 30-8-1848 Slagharen     +18-11-1925 Nieuw Dordrecht

x Bargercompascuum 12-4-1875 - Emmen 15-6-1987
Maria Cath. Lantermann* 21-1-1846 Haren         + 8-11-1936 Nieuw Dordrecht

Kinderen J. Hendrikus Hoge - M.C. Lantermann:


Johan Hendrik        * 16-7-1876 Nieuw Dordrecht+24-10-1959 Nieuw Dordrecht
x Emmen 26-1-1904
Maria Tecla Lübbers  (107)

Anna                 * 25-4-1879 Nieuw Dordrecht+ 31-3-1952 Hesupertwist
x Twist 5-5-1903
Bernard Heinr. Aehlen*10-10-1873 Twist          ---

Gezina Aleida        * 13-3-1882 Nieuw Dordrecht+  6-8-1949 Nieuw Dordrecht
x Emmen 4-5-1905
Herman Theodoor Loves*  6-1-1878 Bargercompascuum          +26-10-1970      ,,
Willem               * 23-8-1885 Nieuw Dordrecht+ 27-3-1963 Nieuw Dordrecht
x Emmen 25-4-1912
Susanna Maria Berens *  1-5-1891 Zwartemeer     + 30-7-1960      ,,

 

44.                                       Kornelius Kocks en Anna Helena Müter

24-2-1866.

Kornelius (of Cornelis, of Cornelus) Kocks, geboren 29-4-1835 in de Maten, trouwde op 24-2-1866 te Emmen en op 5-3-1866 in Nieuw Schoonebeek (kerk) met Anna Helena Müter, te Lindloh geboren op 17-9-1829. De vader van Kocks was geboren in Meppen D., zijn grootvader kwam van Breda - Nrd. Brabant. Als woonplaats gaf Kocks eerst op Rundeveen, later Smeulveen. Vermoedelijk woonden ze in het Smeulveen tussen de Maatschappij en het Barger Oosterveld. Bij het opstellen van de lijst van katholieken van Bargercompascuum en Nw.Dordrecht ( + Barger-Oosterveld en Angelsloo) was pastoor Vroom al begonnen om Kocks bij Nw.Dordrecht in te delen, maar zette hem toen toch onder Bargercompascuum Later waren ze landbouwers in Barger-Oosterveld. Kornelis Kocks overleed op 3-12-1889, Helena Müter op 28-8-1891. Ze hebben een talrijk nageslacht.

Kinderen Kocks-Müter:


Anna Margaretha    * 13-5-1866 Rundeveen   +  9-4-1942 Barger Oosterveld
x Emmen 23-3-1884
Wilhelm Siekman    * 10-4-1860 Gieten      +  4-9-1926    ,,

Wilhelmus Nicolaas *26-12-1867 Rundeveen   +  4-2-1937 Barger Oosterveld
x Emmen 27-3-1894
Maria Aleid Fuhler * 8-11-1873 Valtherveen + 3-12-1947    ,,

Geertruid          *  6-4-1870 Rundeveen   + 21-7-1945 Erica
x Emmen 23-6-1893
Jan Jozef Lange    *  1-3-1860 Roswinkel   +  3-9-1937   ,,

Herman Heinrich    *  3-3-1872 Rundeveen   + 3-10-1962 Barger Oosterveld
x Emmen 21-2-1900
Angela Ottens  (98)

Anna Helena        *  3-2-1874 Rundeveen   +29-11-1952 Barger Oosterveld
x Emmen 27-3-1894
Jan Geert Fuhler   *20-10-1871 Valtherveen +  6-9-1962    ,,

45.                                    Derk Wolters en Johanna Boekhoud

24-2-1866.

Derk Wolters, geboren 21-7-1831 in Vorwald bij Emlichheim, trouwde op 24-2-1866 te Emmen met Johanna Boekhoud, op 21-10-1842 geboren in de gem. Odoorn. Beiden waren toen arbeiders in Rundeveen. Op de lijst van paardenbezitters van 28-5-1867 staat ook Derk Wolters. Hij woonde in de Maatschappij tussen Rabbers (2, pagina 22) en Tubben (14, pagina 34). Op 24-10-1867 werd van hen een tweeling geboren, gevolgd door een dochter op 24-11-1874. Johanna Boekhoud overleed op 16-5-1879. Gerekend naar de aangevers, Kocks (44, pagina 61) en Jan Berend Muller, woonden ze toen dicht bij Barger-Oosterveld.

Wolters hertrouwde, Emmen 20-7-1880, met Grietien Vreriks, weduwe van Albert Bos van Den Oever. Zij was in 1839 te Emmen geboren.

Toen de dochter Geessien in 1900 wilde trouwen kon zij geen toestemming van haar vader overleggen. Derk Wolters was voor enkele jaren geleden vertrokken met onbekende bestemming. Er kwam toestemming van de rechtbank.

Kinderen Wolters-Boekhoud:


Lammegien       *24-10-1867 Smeulveen    + 16-8-1906 Emmen
x Emmen 18-2-1892
Egbert Klasen   *      1867 Emmen        +

Hendrik         *24-10-1867 Smeulveen    ---

Geessien        *24-11-1874 Smeulveen    +
x Emmen 6-4-1900
Hendrik Volkers *      1864 Gramsbergen  + 27-2-1927 Nieuw Amsterdam

Kinderen Wolters-Vreriks


Geertien        *  9-4-1881 Smeulveen    +
x Emmen 8-5-1913
Gerhardus Reurink *    1885 Emmen        +

46.                            Johann Theodor Tenfelde en Margaretha Aleida Herbers

23-3-1866.

Theodor Tenfelde, geboren op 22-2-1842 in Grasdorf bij Neuenhaus, trouwde op 14-4-1863 te Twist met Margaretha Aleida Herbers (soms Herbes), in Nw.Schoonebeek geboren op 8-8-1838.

Ze hebben hier maar kort gewoond, daarna in Amsterdamscheveld (Ellenbeek). Een enkele keer werd de naam verschreven tot Ten Velde. Vrouw Tenfelde-Herbers overleed op 16-5-1901. Tenfelde stierf op 30-1-1931 in Munnekemoer bij Ter Apel. Ze hebben een talrijk nageslacht. Om onduidelijke redenen gaf Tenfelde in Emmen altijd Johan Heinrich als voornamen op. Enkelen deden dat omdat ze in Duitsland gezocht werden.

Kinderen Tenfelde-Herbers:


Marg. Elisabeth        *19-12-1860Nieuw Schoonebeek +        Schöninghsdorf
x Twist 24-4-1883
Joh. Bernard Jansen    *26-11-1856Schwartenberg     +              ,,  

Bernard Heinrich       *7-11-1863 Klein Ringe       +26-12-1940Klazienaveen
x Emmen 16-10-1891
Maria Aleid Schnöing   *     1869 A'damscheveld     +  5-5-1961    ,,   

Anna Maria             *23-3-1866 Rundeveen         +        Schöninghsdorf
x Wesuwe19-8-1890
Joh. Wilhelm Veltrup   *     1854 Rühlertwist       +              ,,  

Bernhard               * 23-9-1868A'damscheveld     +19-4-1953 Zwartemeer
x Emmen 28-4-1893
Gerritdina Gezina Ter Haar * 1870 Coevorden         + 7-3-1951     ,,

Geert Harm             *29-3-1871 A'damscheveld     +16-3-1943 Weiteveen
x Emmen 30-4-1897
Anna Grieta Schnöing   *     1874       ,,          +16-12-1950    ,,

Jan Harm               *12-7-1875 A'damscheveld     +30-8-1927 Klazienaveen
x Emmen26-4-1898
Maria Catharina Sommer *     1868       ,,          + 28-2-1929    ,,


Maria Adeleid          *26-12-1877A'damscheveld     +16-8-1961 Zwartemeer
x Emmen 20-8-1903
Herm.Heinr. Schwieters *     1878 Groß Ringen       +19-2-1972     ,,

Jan Hendrik            *2-11-1881 A'damscheveld     +29-2-1964 Klazienaveen
x Schoonebeek 26-1-1912
Anna Maria Roosken     *     1892 Nieuw Schoonebeek +30-8-1981     ,,

Maria Gez.Catharina    * 9-3-1887 A'damscheveld     +9-2-1894 A'damscheveld


47.                               Johann Bernard Wilken en Anna Adelheid Nögel

1-5-1866.

Wilken pachtte op 25-10-1865 8 ha grond op plaats 28 met de verplichting van woningbouw en bewoning voor 1-5-1866. Hij woonde toen nog in Hebelermeer.
Jan Berend Wilken, geboren op 26-2-1836 te Hebelermeer, trouwde in Rütenbrock op 22-10-1867 met Anna Adelheid Nögel, geboren 17-1-1844 in Schwartenberg.

Hij heeft hier eerst alleen gewoond in een keet aan de Runde op plaats 28. Al gauw kocht hij 8 ha grond van van Holthe tot Echten op plaats nr. 27 en daarop werd een boerderij met café en winkel gebouwd. Het is daar lang het middelpunt van Bargercompascuum geweest. In Juni 1921 brandde door blikseminslag het oude pand af.
Adelheid Nögel overleed op 16-9-1896, zij werd als eerste begraven op het nieuwe deel van het oude kerkhof. Jan Berend Wilken is oud geworden, hij stierf op 30-3-1928.

In 1872 ‘dienden’ bij hen Gerhard Heinrich Lübbers (107, pagina 119), Maria Schulte, 19 jaar en Anna Gesina Brinkmann, 17 jaar. De laatste twee komen verder hier niet voor.

Kinderen Wilken-Nögel:


Anna Grietje           * 6-10-1871 Bargercompascuum       + 4-10-1952 Bargercompascuum

x Emmen 12-8-1909
Johan Bernard Berens  (27)

Anna Tecla             * 19-9-1873 Bargercompascuum       +  8-4-1949 Klazienaveen
x Emmen 31-1-1896

Herm.Heinr. Borker     *20-10-1867 Groß Fullen+ 31-3-1946      ,,

Anna Helena            * 9-6-1875 Bargercompascuum       +29-11-1932 Bargercompascuum

Anna Angela            *17-1-1877 Bargercompascuum       +17-4-1878 Bargercompascuum

Maria Anna             *18-10-1878 Bargercompascuum      + 18-6-1970 Schalkhaar
x Emmen 30-8-1904
Katharinus van der Meer*      1872 Blaauwhuis +10-10-1956     ,,

Bernhard Gerhard       * 25-3-1881 Bargercompascuum       + 17-1-1961 Bargercompascuum
x 1. Emmen 27-2-1908
Tetje van der Weide    * 29-3-1868 Bolsward   + 28-2-1952 Bargercompascuum
x 2. ..-5-1953
Anna Elisabeth Nögel   *      1917 Rütenbrock +  8-1-1982 Bargercompascuum

Anna Angela            *13-10-1883 Bargercompascuum       + 5-11-1973 (Weiteveen)

Johan Gerhard          *18-12-1886 Bargercompascuum       +22-1-1944 Bargercompascuum


48.                                                         Jan Meendering

1-5-1866.

Jan Meendering, in 1838 geboren te Onstwedde, werd op 1-5-1866 te Emmen ingeschreven. Waar hij hier gewoond heeft was niet te vinden.
Hij trouwde op 19-9-1872 te Emmen met Geertje Meijering (15, pagina 35). Ze hebben lang in de Maatschappij gewoond, later zijn ze verhuisd naar Barger-Oosterveld.
Jan Meendering overleed daar op 10-3-1912. Geertje Meijering hertrouwde, Emmen 8-5-1913, met Harm Hoving, in 1850 te Emmen geboren. Harm Hoving overleed op 4-6-1920, Geertje Meijering op 14-10-1929.

Kinderen Meendering-Meijering:

Albertje       *19-8-1873 Bargercompascuum               +           Bathorn? D.
x Emmen 5-5-1904
Hendrik Niers  *      1876 A'damscheveld      --- 

Grietje        *26-10-1875 Bargercompascuum               +  1-6-1877 Bargercompascuum (verdronken)

Harm           *  5-5-1878 Bargercompascuum              +  4-2-1907 Barger Oosterveld

Jan            * 14-3-1889 Barger Oosterveld  + 23-3-1889 Barger Oosterveld


49.                   Gerhard Heinrich Gerving en Anna Margaretha Henrica Kappen

14-7-1866.

Heinrich Gerving was op 20-11-1822 geboren in Wessum bij Ahaus (ten Z. van Gronau). Hij was ergens getrouwd met Margaretha Kappen, op 6-8-1832 geboren in Hebelermeer. Op 1-7-1881 trouwden ze nog eens te Emmen, waarbij hun negen kinderen gewettigd werden.
Ze hadden eerst in Exloërveen, gem. Odoorn, gewoond. Gerving huurde op 14-7-1866 vier ha grond op plaats 42, ze woonden hier toen al.
In Exloërveen waren vijf kinderen geboren, waarvan er één jong overleed. Hier werden ook nog vijf kinderen geboren, één ervan is hier gestorven.
In 1883 vertrok het gezin Gerving naar Michigan in de Ver. Staten. Later woonden ze in North Dakota. Gerving overleed op 21-10-1899 in Glen Ullin ND., zijn vrouw stierf daar op 30-8-1909.

Kinderen Gervin-Kappen:


Joh’s Harmannus      * 19-6-1856 Exloërveen  +           Amerika

Johan Bernard        * 22-6-1858 Exloërveen  +  4-7-1861 Exloërveen

Gerh’s Henderikus    * 18-5-1860 Exloërveen  +           Amerika

Joh’s Bernardus      * 28-9-1862 Exloërveen  +           Amerika

Herman               * 22-1-1864 Exloërveen  +           Amerika

Gerrit               *13-10-1866 Bargercompascuum        +           Amerika

Maria Helena         * 8-8-1869 B.C         + 4-12-1882 Bargercompascuum

Anna Margaretha      * 4-9-1871 Bargercompascuum       +           Amerika

Geertruida Aleida    * 1-10-1873 Bargercompascuum        + 19-4-1953 Glen Ullin ND.
x Glen Ullin ND. 14-4-1896
Michael M. Wetzstein *  1870 Speier(Rusland) + 10-3-1961   ,,

Maria                *  3-7-1877 Bargercompascuum       +           Amerika


50.                                    Harm Klasens en Wemeltien Siebring

30-9-1866.

Harm Klasens, geboren 16-9-1832 in de gem. Odoorn, trouwde daar op 12-6-1858 met Wemeltien Siebring, in Gasselte geboren op 4-4-1836.
Ze waren landbouwers in Exloërveen, daar werden hun drie kinderen geboren, de laatste op 6-8-1866. Twee maanden later woonden ze hier aan de Schoolweg-Zuid. In Emmen werden ze pas op 13-11-1867 ingeschreven.
Harm Klasens overleed hier op 8-3-1868, 35 jaar oud. Zijn vrouw keerde terug naar Exloërveen. Zij hertrouwde, Odoorn 12-10-1874, met Klaas Klasens, een broer van Harm. Zij overleed op 27-3-1880 in Exloërveen.

Kinderen Klasens-Siebring:


Hendrik Henderikus * 20-9-1858 Exloërveen      +  9-7-1924 E.(Groningen)
x 1. Odoorn 4-6-1883
Aukje Rozema       *      1864     ,,          ---
x 2. Odoorn 6-1-1891
Trientje Boerma    *      1858     ,,          + 27-1-1901 Roswinkel
   (wed. Veurink)
x 3. Emmen 2-9-1902
Katharina Arends   *14-12-1881 Roswinkelerveen ---

Lambert            *24-10-1862 Exloërveen      ---
x Odoorn 23-5-1885
Jantien Pruisscher *      1865     ,,          ---

Geessien           *  6-8-1866 Exloërveen       ---

51.                                                    Maria Adelheid Bolk

14-1-1867.

Adelheid Bolk, op 6-11-1833 geboren te Hebelermeer, verbleef in Bargercompascuum toen haar zoon Geert Harm geboren werd. Zij was toen ten huize van Lucas Falke (52, pagina 68). De geboorte werd in Emmen aangegeven door hun buurman Jan Berend Jansen (39, pagina 56), 44 jaar, arbeider in Rundeveen. Het kind stierf op 24-3-1867.
Later was Aleid Bolk getrouwd met Johann Heinrich Brokmann, geboren in Hebelermeer op 24-6-1828. Hij woonde in Nw. Dordrecht en was weduwnaar. Tijdelijk hebben ze ook in Bargercompascuum gewoond, later weer te Nw. Dordrecht. Omdat ze niet voor de Burgerlijke Stand getrouwd waren werden hun kinderen als onwettig beschouwd en heetten ze Bolk.
Adelheid Bolk overleed in Nw. Dordrecht op 30-3-1878, Heinrich Brokmann stierf op 15-1-1925 in Rühlermoor.

Kind M.A.Bolk:

Geert Harm       * 14-1-1867              + 24-3-1867

Kinderen Brokmann-Bolk:


Geert Hindrik    * 27-8-1871 Nw.Dordrecht +            Limburg
x Emmen 20-10-1899
Henderica Franke *10-12-1874 Oranjedorp   +               ,,

Geert Harm       * 15-7-1874 Bargercompascuum         + 18-3-1875 Bargercompascuum

Maria Helena     *30-9-1876 Bargercompascuum         ---

52 .      Lucas Falke

14-1-1867.

De Lucas Falke, die in het vorenstaande bedoeld werd, was geboren te Hebelermeer op 28-1-1839. Hij overleed hier, ongetrouwd, op 27-11-1867 ten huize van zijn zwager Hermann Wester (29, pagina 48).

Ook de vader van Lucas Falke heeft hier een korte tijd gewoond, misschien woonden ze samen. Dat was Bernard Lucas Falke, in 1796 geboren te Elbergen, parochie Emsbüren. Hij was weduwnaar van Anna Margaretha Wübker. Dochters van hen waren o.a. Maria Adelheid, getrouwd met Bernard Heinrich Hölscher, die hier later ook woonden, Maria Gesina, gehuwd met Hermann Wester (29, pagina 48) en Anna Catharina, getrouwd met Johann Carl Rass (53, pagina 69). Bernard Lucas Falke moet al gauw weer vertrokken zijn naar Hebelermeer, waar hij op 20-2-1871 overleed.


53.                                    Johann Carl Rass en Anna Catharina Falke

12-3-1867.

Op 23-3-1860 verhuurden de Bargerboeren nog boekweitveen in hun Compascuum. Tot de huurders behoorde ook Jan Rass, landbouwer te Vastenow (Nw.Dordrecht). Ook bij de geboorteaangiften van hun kinderen in 1862 en 1864 gaf Rass als woonplaats op Vastenow. Bij de geboorte van Jan Berend op 12-3-1867 werd Rundeveen opgegeven als woonplaats.

Johann Carl (Jan) Rass was op 12-2-1829 geboren in Neuversen. Anna Catharina Falke was in Hebelermeer geboren op 23-9-1836. Ze trouwden op 15-9-1862 in de kerk te Nw.Schoonebeek, maar zijn om de een of andere reden eerst op 3-4-1896 te Emmen voor de Burgerlijke Stand gehuwd. Toen konden nog alleen de drie jongste kinderen gewettigd worden, de anderen waren te oud en behielden de naam Falke of Valke.

Hier woonden ze op grond die aan de boeren van Hebelermeer was afgestaan en aan de familie Falke was toegewezen. Die grond lag op het zuideinde van Compascuum bij de ‘Beek’, het Martelsdiepje. Daar woonde later de zoon Berend Hendrik. Jan Rass werd op 9-7-1899 door de bliksem gedood, zijn vrouw overleed op 27-12-1915 te Emmerschans bij een dochter. De meeste kinderen woonden in Zwartemeer. Er zijn veel nakomelingen.

Kinderen Rass-Falke:


Johann Jacob  (Falke)  * 19-2-1860 Hebelermeer + 20-6-1942 Zwartemeer
x Emmen 10-5-1895
Maria Helena Hüsers    *  3-1-1875     ,,      + 8-11-1931     ,,

Anna Margaretha(Falke) * 6-10-1862 Vastenow    + 1-12-1948 Emmerschans
x Hebelermeer 25-11-1886
Johann Bernard Backs   * 18-1-1839 Hebelermeer +19-12-1925 Bargercompascuum

Bernhard Lucas(Valke)  *14-11-1864 Vastenow    + 20-9-1938 Zwartemeer
x Emmen 4-5-1888
Maria Margaretha Menke *      1861 Hebelermeer + 23-7-1942     ,,

Jan Berend  (Valke)    * 12-3-1867 Bargercompascuum        +23-12-1949 Zwartemeer
x Emmen 2-9-1890
Maria Catharina Koop   *  3-3-1870 Hebelermeer + 13-6-1928     ,, 

Jan Harm  (Falke)      * 2-5-1870 Bargercompascuum       + 14-2-1941 Zwartemeer
x Emmen 23-6-1893
Maria Gesina Berens    *22-11-1869 Hebelermeer + 29-8-1940     ,,

Elisabeth  (Rass)      *29-10-1873 Bargercompascuum        + 25-1-1963 Enschede
x Emmen 23-10-1900
Johann Hermann Tiben   * 29-8-1877 Lindloh     +  2-1-1965    ,,

Berend Hendrik (Rass)  *15-10-1876 Bargercompascuum        + 10-9-1965 Bargercompascuum
x Schöninghsdorf
Maria Christina Mensen *      1888 Schön.dorf  +17-11-1973 Zwartemeer

Lena  (Rass)           *  7-7-1879 Bargercompascuum       +  1-2-1965 Zwartemeer
x Emmen 15-4-1915
Jan Wilhelmus Lippold  * 23-4-1877 Nieuw A.dam +  8-2-1954     ,,


54.                      Johann Engelbert Gebbeken en Maria Catharina Rüschen

24-3-1867.

Gebbeken werd op 16-6-1825 in Hebelermeer geboren en als Johann Engelbert gedoopt. Later schreef men van Johann Heinrich. Hij kreeg als ‘huisnaam’ Büter, omdat zijn stiefvader Buter (55, pagina 71) was. De schrijfwijze in Duitsland was Büter, in Nederland Buiter of Buter.
Hij trouwde op 18-11-1851 te Wesuwe met Maria Catharina Rüschen, op 22-6-1831geboren in Hebelermeer. Ze woonden eerst in Hebelermeer en in Haar (Wesuwe) voor ze naar hier kwamen. Gebbeken hoorde tot de buren die het overlijden van het kindje Bolk (51, pagina 68) aangaven. De naam Gebbeken werd hier verschreven tot Gepken.

Ze woonden aan de Schoolweg-Zuid. Twee zoons en een dochter zijn naar Amerika gegaan. De zoon Franz overleed als 10-jarige op 30-7-1876. Hij werd als eerste begraven op het nieuw aangelegde kerkhof. Hij was hier ook de eerste misdienaar.

Gebbeken was hier lang kerkmeester. Het echtpaar is later naar Erica verhuisd waar toen een dochter woonde. Catharina Rüschen overleed daar op 13-12-1914, Gebbeken op 13-2-1917.

Kinderen Gebbeken-Rüschen:


Johann Heinrich  * 20-1-1856 Hebelermeer ---         Michigan V.S.

Maria Ang.Adelh .* 7-8-1859 Haar        +17-10-1953 Bargercompascuum
x Emmen 1-7-1884
Herm.Heinr. Greve* 19-2-1860 Altenberge  + 11-7-1939 Bargercompascuum

Ang. Margaretha  * 7-10-1862 Haar        ---         Amerika

Joh.Bern. Franz  *20-11-1865 Haar        + 17-8-1876 Bargercompascuum

Johan Herman     * 4-4-1870 Bargercompascuum        ---         Missouri V.S.


Maria Gesina     *  6-6-1873 Bargercompascuum        +           Eindhoven
x Emmen 3-4-1894
Frans Bentlage  (80)


55.                          Henricus Josephus Buter en Gesina Adelheid Haarmann 

24-3-1867.

Buter, geboren in Westerbroek, gem. Hoogezand, gedoopt op 12-7-1805 te Kleinemeer (Hoogezand). De pastoor van Kleinemeer schreef Buiter. Zijn vader kwam van Wesuwe, zijn moeder van Niederlangen.

Hij trouwde op 19-10-1830 in Wesuwe met Gesina Adelheid Haarmann, geboren 4-6-1802 te Hebelermeer. Zij was weduwe van Johann Heinrich Gebbeken, geboren 19-12-1799 in Rühle, overleden op 24-12-1829 in Hebelermeer. Van dat huwelijk waren twee kinderen; Johann Engelbert (54, pagina 70) en Maria Gesina. Het huwelijk van Buter bleef kinderloos. Na in Hebelermeer gewoond te hebben zijn ze met haar zoon naar hier gekomen en woonden ze bij elkaar. Gesina Adelheid Haarmann overleed op 10-2-1880, Buter stierf op 15-4-1887.

56.                           Jan Hindrik Bruining en Anleenke Brinkman

2-4-1867.

Hendrik Bruining was op 29-1-1844 te Zandberg geboren, zijn vrouw was daar geboren op 28-11-1840. Beiden van Duitse herkomst; Brüning en Brinkmann.
Vermoedelijk waren ze ergens voor de Kerk getrouwd. Hier werd op 2-4-1867 hun dochter Margaretha geboren. In Emmen trouwden ze op 31-3-1871, waarbij hun twee kinderen werden gewettigd.

Bruining (Brüning) kwam uit een smedenfamilie uit Hemsen, hij werd daarom wel ‘Smid-Hinne’ genoemd. Zijn vader, Johann Hermann Brüning, geboren in Hemsen op 13-2-1812, overleed hier bij zijn zoon op 4-3-1887.

Deze familie heeft hier op meerdere plekken gewoond, eerst in de buurt van het Zwartemeer, het laatst in de Maatschappij. Anleenke (Anna Helena) Brinkman overleed hier op 23-5-1909, Bruining was later scheper in Tuntel, daar is hij gestorven.

Kinderen Bruining-Brinkman:


Margaretha          *  2-4-1867 Bargercompascuum     + 12-5-1941 (Weiteveen)
x….
……… Over            ---

Anna Helena         *18-12-1869 Bargercompascuum      + 31-1-1931 Bargercompascuum

x Emmen 14-2-1894
Harm Harms          * 13-3-1869 Roswinkel + 25-1-1958 Bargercompascuum

Meike Trientje      * 4-11-1872 Bargercompascuum      + 18-2-1940 Bargercompascuum
x Emmen 9-5-1897
Bern.Heinr. Dijck   * 1-11-1873 Altenberge+ 25-7-1947 Bargercompascuum

Herman              * 26-6-1875 Bargercompascuum      +           D.

x

Margaretha Backs    * 27-7-1879 Tuntel    ---

Gesina Aleida       * 22-8-1879 Bargercompascuum     + 12-3-1964 Barger Oosterveld
x Emmen 17-4-1902
Joh.Heinrich Cosse  *      1871 Lindloh   +  8-8-1945    ,,


57.                                 Wed. Helena Margaretha Suelmann - Schmitz

1-5-1867.

Helena Margaretha Schmitz, geboren 23-12-1806 in Rütenbrock, trouwde daar op 26-5-1829 met Johann Gerhard Suelmann, in Lindloh geboren op 30-8-1794. Zij vestigden zich in Zandberg, waar toen de bewoning op gang kwam. Daar werden hun kinderen geboren. De naam Suelmann werd in Odoorn verbasterd tot Suilman en Zoelman.

Geert Suelmann overleed te Zandberg op 25-4-1866. Een paar maanden later huurde de oudste zoon, Jan Harm Zoelman, hier een deel van plaats 12 in het Voor-Compas, met de verplichting daar een woning op te bouwen voor 1-5-1867. Ze hebben lang in het Voor-Compas gewoond. Ook deze familie werd ‘Kloeten’ genoemd, de huisnaam die uit Lindloh was meegenomen.

De wed. Suelmann-Schmitz overleed op 25-9-1885. De zoons bleven daar ongehuwd wonen. De oudste dochter, Maria Tecla, of Marija Thekela, zoals ze in Odoorn ingeschreven werd, trouwde met Bernard Heinrich Berens (‘Scheper-Hendrik’). De andere dochter heeft in Lindloh gewoond.

Kinderen Suelmann-Schmitz:


Marija Thekela      * 15-5-1835 Zandberg    + 8-11-1898 Bargercompascuum
x Emmen 18-9-1878
Bern.Heinrich Berens*  8-4-1846 Hebelermeer +  2-2-1932 Bargercompascuum
(hertr. Maria Catharina Mensen * 1867 Groß Fullen)

Jan Harm            *  7-3-1838 Zandberg    + 15-5-1916 Bargercompascuum

Marianna            *  2-1-1842 Zandberg    + 30-8-1878 Lindloh
x Rütenbrock 5-8-1873
Nicolaus Fischer    * 29-9-1833 Lindloh     ---

Harmannus Henderikus* 31-8-1846 Zandberg    + 18-2-1926 Barger Oosterveld

58.                                        Jan van der Spoel en Annechien Klasens

1-5-1867.

Jan van der Spoel, geboren 15-10-1834 te Borger, trouwde op 26-10-1865 in Odoorn met Annechien Klasens, in Exloërveen geboren op 8-8-1842.
Van der Spoel was eerst landbouwer in Exloërveen. Op 14-7-1866 pachtte hij hier een gedeelte van plaats 41 met de bekende verplichting van woningbouw.
Ze zijn hier blijven wonen. Achtereenvolgends overleden ; Jan van der Spoel op 3-7-1883, de oudste zoon, 19 jaar oud, op 3-4-1885 en Annechien Klasens op 18-1-1894. De zoon Harm verdronk in het Süd-Nordkanal op 12-8-1898.

Kinderen van der Spoel-Klasens:


Hendrik           * 11-3-1866 Exloërveen      +  3-4-1885 Bargercompascuum

Lambert           * 30-9-1868 Bargercompascuum            + 23-8-1943 Klazienaveen
x 1. Emmen 8-8-1893
Hendrikje de Wind *      1871 Ooststellingwerf+ 14-7-1926     ,,
x 2. Emmen 11-10-1930
Fettje de Vries   *      1858 Nw.Amsterdam    +20-10-1941     ,,

Harm              *30-10-1871 Bargercompascuum           + 12-8-1898 Schöninghsdorf

Aaltje            * 30-7-1874 Bargercompascuum            +  4-7-1961 Zwartemeer
x Emmen 2-11-1894
Jan Posthuma      * 26-1-1870 Nw.Amsterdam    + 18-7-1950     ,,

Geert             * 28-2-1877 Bargercompascuum            +           Coevorden
x Coevorden 1-7-1909
Johanna Soetebier *      1889 Coevorden       + 11-2-1978     ,,

Geertje           * 14-4-1880 Bargercompascuum            + 11-4-1909 Bargercompascuum

x Emmen 11-6-1901
Bernard Kracht    * 18-1-1882 Zwartemeer      + 28-1-1960 (Weiteveen)
  (hertr. Maria Gesina Pasken * 1891 Lindloh)


59. Jan Hendrik Wagenaar en Geertje Vonk

2-5-1867.

Jan Hendrik Wagenaar, geboren 26-10-1799 in Emlenkamp (Emlichheim), trouwde op 20-12-1831 te Dalen met Geertje Vonk, in Orvelte geboren op 4-4-1807. Hij was toen boerenknecht in Veenhuizen (Dalen), zij was dienstmeid in Pathuis (Coevorden).
Hun kinderen werden geboren in de gem. Dalen, in 1857 verhuisden ze naar de gemeente Emmen.

Toen de zoon Johannes trouwde op 2-5-1867 woonden zijn ouders te Rundeveen, in de Maatschappij. Vermoedelijk woonden ze hier al langer. In of na 1874 zijn ze verhuisd naar Emmen of Noordbarge. Wagenaar overleed op 28-3-1880 , ze woonden toen in het armenhuis te Emmen, Geertje Vonk verdronk op 19-8-1888 in Noordbarge.

Kinderen Wagenaar-Vonk:


Fenna          * 16-2-1833 Dalen      + 2-10-1912 Schoonebeek
x 1.
Albert Peeks   ---
x 2.Rolde 9-1-1874
Warmold Scholte*      1840 Odoorn     + 19-2-1906     ,,

Hendrik        * 27-1-1835 Dalen      +           Amerika

Johannes       *22-12-1836 Dalen      + 22-7-1913 Emmer Compascuum
x Emmen 2-5-1867
Lodewijka Wind *  6-7-1835 Onstwedde  +15-10-1899     ,,

Mans           *      1840 Dalerveen  ---

Marregien      *  9-8-1843 Dalerveen  ---
x Rolde 22-5-1868
Jan Strijker   *      1838 Rolde      ---

Willem         * 10-7-1847 Dalerveen  +  8-2-1898 Noordbarge

Gerrit         *  2-2-1851 Dalerveen  ---

60.                                          Albert Smid en Anna van der Spoel

29-5-1867.

Albert Smid, geboren 21-7-1834 te Stadskanaal, trouwde op 14-5-1864 in Odoorn met Anna van der Spoel, op 12-9-1839 geboren in Buinerveen, gem. Borger. Ze waren eerst landbouwers in Valtherveen. Uit een overlijdensaangifte van 29-5-1867 blijkt dat ze toen hier woonden, in de buurt van Robben (7, pagina 27). Smid (soms Smit) pachtte op 12-9-1868 vier ha grond op plaats 82 in het Barger Oosterveen, ten westen van de Runde. Er moest voor 1-5-1869 een woning op gebouwd worden.

Rond 1900 woonden ze in Nw.Dordrecht, later woonden ze in Zwartemeer. Daar hebben ook hun meeste kinderen gewoond, de zoon Albert als caféhouder en Hendrik als postkantoorhouder. Albert Smid overleed op 3-9-1906 te Zwartemeer, Anna van der Spoel stierf daar op 18-4-1915.

Kinderen Smid-van der Spoel:


Helena                   * 10-9-1865 Valtherveen +12-7-1929 Zwartemeer
x Emmen 5-6-1885
Marten de Vries  (4)

Geertje                  *  4-3-1868 Bargercompascuum        ---

x Odoorn17-4-1891
Lambert Sanders          *      1863 Odoorn      ---


Albert                   * 22-5-1871 Bargercompascuum       +28-7-1923 Zwartemeer
x Emmen 21-8-1900
Hendrikien Hidding       *      1880 Sleen       ---

Hendrik                  * 5-12-1873 Bargercompascuum        + 3-2-1945 Klazienaveen
x Emmen 9-12-1899
Annachina Janna Wijnholds*      1882 Nw.Dordrecht+30-3-1962 Emmen

Bonna                    * 12-9-1879 Bargercompascuum       +16-2-1961 Zwartemeer
x Emmen 22-5-1902
Geert Stevens            * 14-9-1880 Odoorn      +15-8-1965     ,,


61.                                    Johann Hermann Hüsers en Tecla Schulte

5-6-1867.

Harm Hüsers (hier Husers), op 11-8-1828 geboren te Rütenbrock, trouwde daar op 12-5-1857 met Tecla Schulte, geboren 19-2-1831, ook in Rütenbrock. Ze woonden eerst in Exloërveen, daar werden hun kinderen geboren. In Emmen werden ze op 5-6-1867 ingeschreven.

De familie Husers woonde hier aan de Streek (Schoolweg) op plaats 17. Harm Husers overleed hier op 3-5-1894, Tecla Schulte is daarna vertrokken naar Rütenbrock.

Kinderen Hüsers-Schulte:


Jan Harm      * 2-10-1858 Exloërveen + 16-8-1882 Bargercompascuum

Jan           * 16-8-1860 Exloërveen + 16-9-1934 Bargercompascuum(verdronken)
x 1. Emmen 25-5-1888
Maria Helena Nieters  (41)
x 2. Emmen 1-5-1894
Maria Jansen  *      1859 Rütenbrock +  7-3-1942 Bargercompascuum

Magrietha     * 22-5-1866 Exloërveen + 26-9-1887 Bargercompascuum
x Emmen 19-10-1886
Johann Heinrich Schulte  (88)

62.                           Johann Hermann Heinrich Conen en Maria Gesina Koop

13-8-1867.

Harm Conen, geboren 14-4-1833 te Altenberge, trouwde op 24-4-1860 in Rütenbrock met Maria Gesina Koop, ook in Altenberge geboren, op 31-7-1837. Ze woonden eerst in Altenberge, daarna in Exloërveen. Ze werden in Odoorn op 13-8-1867 uitgeschreven, gaande naar Emmen. Hier woonden ze aan de Schoolweg op plaats 20.

Maria Gesina Koop overleed hier op 24-11-1910, Harm Conen op 28-8-1915. Hij stond bekend als een goede verteller.

De zoon Frans heeft eerst hier gewoond en vertrok naar Wesuwermoor. Twee andere zoons woonden hier langer en vertrokken naar Amsterdamscheveld (later Weiteveen).

Kinderen Conen-Koop:


Maria Gesina        * 17-5-1860 Altenberge  +           Rütenbrock
x Rütenbrock 2-5-1882
Joh.Heinr. Jansen   * 28-9-1855 Rütenbrock  +               ,,

Frans               * 21-2-1863 Exloërveen  +           Wesuwermoor
x Emmen 15-9-1893
Maria Gesina Sandman  (16)

Jan Harm            * 3-12-1864 Exloërveen  + 25-3-1935 Barger Oosterveld
x Emmen 23-8-1895
Maria Aleid Gepken  * 20-2-1872 Nw.Dordrecht+15-5-1939    ,,

Adeleid             * 15-5-1867 Exloërveen  +12-11-1945 Klazienaveen 
x Emmen 31-5-1895
Joseph Voss         *28-12-1865 Horsten     + 31-1-1949     ,,

Jan Berend          * 11-5-1871 Bargercompascuum        + 28-9-1952 Weiteveen
x Emmen 10-5-1910
Maria Angela Wösten  (87)

Herman              * 25-5-1874 Bargercompascuum        + 11-4-1953 Weiteveen
x Emmen 9-8-1906
Maria Adelh. Berends*  2-7-1883 Bargercompascuum        +25-11-1978     ,,

Maria Helena        * 30-4-1876 Bargercompascuum        +  7-2-1952 Klazienaveen
x Emmen 23-9-1898
Jan Berend Wösten  (87)

63. Johann Hermann Rolfes en Maria Margaretha Kemper

25-10-1867.

Harm Rolfes, op 12-11-1823 geboren in Bokholt (Wesuwe), trouwde op 20-4-1861 te Wesuwe met Margaretha Kemper, in Dankern geboren op 23-6-1831. Ze hebben eerst in Bokholt gewoond, daar overleed op 21-6-1866 nog een kind van hen. Hier werd op 25-10-1867 de zoon Geert geboren, die jong overleed. Ze woonden vooraan in de Maatschappij, ook de zoon en kleinzoon hebben daar gewoond. De dochters vertrokken naar Duitsland. Margaretha Kemper overleed op 24-11-1891, haar man stierf vijf dagen later, op 29-11-1891.

Kinderen Rolfes-Kemper:


Johann (Jan)    * 17-2-1863 Bokholt + 23-2-1923 Bargercompascuum

x Emmen4-3-1892
Anna Catharina Bos  (70)


Tecla           *      1865 Bokholt + 21-6-1866 Bokholt

Geert           *25-10-1867 Bargercompascuum    + 14-4-1869 Bargercompascuum

Engel           * 23-1-1871 Bargercompascuum    +           D.
 
Maria Magdalena * 15-1-1874 Bargercompascuum   +           Kathen D.


64.                               Bernard Heinrich Brümmer en Maria Helena Weinans

12-12-1867.

Brümmer, op 24-5-1819 geboren in Dankern, trouwde te Wesuwe op 26-10-1852 met Maria Helena Weinans, geboren 3-10-1825 in Rütenbrock. Hun oudste kinderen werden in Altharen en Düne geboren. Hier werd op 12-12-1867 de dochter Maria Gezina geboren. Ze woonden hier dicht bij het Zwartemeer. Maria Helena Weinans overleed al op 19-9-1873. De oudste dochter trouwde in 1877 te Hebelermeer. De hele familie emigreerde in 1878 via Duitsland naar de Ver.Staten, Minnesota (MN). Brümmer overleed daar op 21-3-1888 in Glencoe MN. Twee zoons droegen later de naam Bremmer. Veel nakomelingen wonen in Aitkin MN.

Kinderen Brümmer-Weinans:

Anna Maria           * 27-9-1854 Altharen      +           Amerika
x Hebelermeer 22-5-1877
Johann Gerhard Backs *      1847 Hebelermeer   +           (spoorloos)

Johann Hermann       * 19-9-1856 Düne          ---         Amerika

Johann               *      1858 Düne          ---         Amerika

Heinrich             *  3-7-1862 Düne          + 22-4-1940 Manammwah MN.
x Aitkin MN. 19-4-1898
Mary Schroer         * 21-9-1869 Düne          + 13-8-1957 Litchfield MN.
   (wed. Joh’s Bernardus Borghuis  (94))

Martin               * 13-3-1864 Düne          ---         Amerika

Maria Gezina         *12-12-1867 Bargercompascuum          + 16-8-1949 Detroit Lake MN.
x 1.
Bern.Herm. Hüsers    * 14-3-1859 Rütenbrock    + 4-11-1894 Forest Pr.MN.

x 2 Aitkin MN. 17-8-1895

Heinr.Anton Teiken   * 23-1-1854 Schwartenberg +      1899

x 3. Aitkin MN. 1-7-1899

Bern.Heinr. Teiken   * 2-7-1872    ,,         +18-6-1960 WuiteEarthMN.

Griet Aleida         * 15-3-1871 Bargercompascuum          ---         Amerika    


65.                                        Hermann Backs en Catharina Bernsen

29-11-1867.

Hier werd op 29-12-1867 een Jan Berend geboren, zoon van Catharina Berensen (Bernsen), in 1842 geboren te Hesepertwist. Zij was ten huize van Harm Backs, in 1834 geboren te Tuntel. Een buurman, Johann Heinrich Kuhl  (66, pagina 81) gaf het kind aan te Emmen op 14-1-1868. Op 18-3-1868 werd door de rechtbank te Assen Harm Backs, 34 jaar, arbeider in Rundeveen, veroordeeld tot ƒ1,- boete en betaling van ƒ3,81½ aan kosten. Dit wegens verzuim om binnen 3 dagen na een bevalling aangifte te doen van een kind, zijn zoon. De moeder, Catharina Berensen, wonend in Pruisen, verbleef in zijn huis. Ze waren beiden voor enige maanden uit Hannover gekomen om zich hier te vestigen. Ze hadden gehuisd in een door hen opgerichte keet waarin het bedoelde kind was geboren. Behalve de vader, Harm Backs, was een buurvrouw bij de geboorte aanwezig geweest. Tenslotte had een buurman het kind aangegeven. In Juli 1868 werden ze bij Hebelermeer over de grens gezet omdat ze geen middelen van bestaan hadden.

Kind Backs-Bernsen

Jan Berend      * 29-11-1867


66.                                Johann Heinrich Kuhl en Maria Helena Kosse

29-12-1867.

Heinrich Kuhl, geboren 4-12-1821 in Groß Fullen, trouwde op 5-8-1845 te Meppen met Maria Helena Kosse (of Cosse), op 18-3-1821 geboren in Wesuwe. Ze hadden eerst in Groß Fullen gewoond, op 18-2-1865 overleed daar nog een kind van hen. In 1867 woonden ze hier, Kuhl was de buurman die tenslotte het kind aangaf van Backs-Bernsen  (65, pagina 80). Hier woonden ze aan de Schoolweg-Zuid, ongeveer halfweg de kerk en het Zwartemeer. Helena Kosse overleed op 2-10-1898, Heinrich Kuhl stierf op 13-2-1901. Er zijn talrijke nakomelingen.

Kinderen Kuhl-Kosse:

Bernard Georg       *  7-8-1845 Wesuwe      + 12-5-1925 Bargercompascuum
x Hebelermeer 15-11-1872
Anna Hel. Hölscher  *15-11-1851 Hebelermeer +  1-9-1918 Bargercompascuum

Maria Adelheid      *14-12-1847 Wesuwe      +           Schöninghsdorf

x Bargercompascuum 9-11-1874 - Emmen 4-8-1876

Gerhard Heinrich Albers  (72)

Maria Tobia         *27-3-1852 Groß Fullen +27-6-1924 Bargercompascuum

x 1. Emmen 19-5-1885

Joh.Bernard Wessels *23-1-1827 Rütenbrock  +21-10-1895 Bargercompascuum

x 2. Emmen 13-11-1896

Bern . Herman Arends *14-1-1848 Maten       + 10-5-1901 Bargercompascuum

x 3. Emmen 13-2-1902

Cornelis Ruijs      *24-10-1832 Princenhage + 28-8-1915 Bargercompascuum

Hermann Heinrich    *  7-5-1854 Groß Fullen +  3-5-1943 (Weiteveen)

x Rütenbrock 20-6-1888

Anna Cath. Rassfeld *      1864 Rütenbrock  +12-5-1935 Bargercompascuum

Johannes Rudolph    *31-3-1857 Groß Fullen +22-6-1942 Bargercompascuum
x Emmen 14-7-1885
Marijzien Wolters   * 19-1-1857 Roswinkel   + 27-6-1924 Bargercompascuum

Maria Margaretha    *21-12-1860 Groß Fullen +21-1-1869 Bargercompascuum

Maria Catharina     *12-3-1864 Groß Fullen +18-2-1965 Groß Fullen


67.                         Johann Hermann Hoffmann en Euphemia Catharina Enhus

25-4-1868.

Hoffmann, op 8-10-1835 geboren in Altenberge, trouwde op 24-10-1863 in Ambt Hardenbergh met Euphemia Catharina Enhus, geboren 8-9-1835 te Hesepertwist. Ze woonden hier nog maar kort toen op 25-4-1868 hun zoon Antoon Otto geboren werd. Bij de aangifte in Emmen gaf Hoffmann op arbeider te zijn in Slagharen. Het kind werd geboren ten huize van Jan Hindrik Bruining  (56, pagina 71). Het kind stierf op 21-10-1868 en vrouw Hoffmann-Enhus overleed op 26-12-1868. Zij werd te Wesuwe begraven. Hoffmann is daarna vertrokken. In 1883 is hij hier weer komen wonen. Hij was hertrouwd met Aleida ter Brake, geboren in Ootmarsum op 1-5-1840. Van hier zijn ze verhuisd naar Munsterscheveld. Hoffmann overleed daar op 16-5-1907, Aleida ter Brake op 5-8-1922. Er zijn geen kinderen van bekend.

Kind Hoffmann Enhus:

Antoon Otto            * 25-4-1868            + 21-10-1868

68.                               Johann Heinrich Jasken en Maria Helena Segbers

27-5-1868.

Heinrich Jasken, op 15-10-1831 geboren te Versen, trouwde in Onstwedde op 16-5-1863 met Maria Helena Segbers, geboren 29-9-1824 in Osteresch (Altharen). Helena Segbers was eerder getrouwd geweest, Onstwedde 3-5-1852, met Gerhard Heinrich Wielage, in 1815 geboren te Klosterholte D. Van dat huwelijk waren twee kinderen. Wielage overleed op 27-5-1861 in Horsten. De familie Jasken werd op 27-5-1868 ingeschreven te Emmen. Ze hadden eerder in Horsten gewoond. Hier woonden ze dicht bij het Zwartemeer. Ze hebben hier niet lang gewoond en vertrokken naar Schöninghsdorf, dat toen in opkomst was. Hendrik Jasken overleed op 14-11-1911 in het ziekenhuis te Meppen.

Kinderen Wielage Segbers:

Susanna Aleid          *26-11-1854 Horsten        +17-12-1918 Bargercompascuum
x Emmen 4-6-1886
Joh. Hermannus Zwake   * 24-9-1852 Nw.Schoonebeek +17-10-1896 Bargercompascuum

Jan Harm               *13-12-1856 Horsten        +  7-8-1936 Varloh D.

x Meppen 12-5-1885

Sus. Maria Cath. Efken *20-3-1864Varloh         +12-9-1920    ,,

Kinderen Jasken Segbers:

Anna Maria             *17-7-1864Horsten        +22-7-1948 Bargercompascuum
x Emmen 13-4-1888
Herman Hendrik Wehkamp *19-10-1863 Nw.Schoonebeek + 17-8-1907 Bargercompascuum

Maria Gesina           * 22-8-1867 Horsten        + 19-7-1953 Bargercompascuum
x Meppen 2-5-1894
Herm. Hendrikus Bruins * 20-3-1868 Avereest       + 23-3-1938 Bargercompascuum


69.                                Jannes Klingenberg en Zwaantien Jalving

17-6-1868.

Jannes Klingenberg, op 22-9-1831 in Sleen geboren, trouwde te Oosterhesselen op 28-10-1857 met Zwaantien Jalving, geboren 5-4-1831 in Zweeloo. Hij was toen boerenknecht te Oosterhesselen, haar vader was daar boer. Ze woonden eerst in Noord Sleen, daar werden hun kinderen geboren. In Emmen werden ze op 17-6-1868 ingeschreven. Ze hebben hier in de buurt van Robben (7, pagina 27) gewoond.

Jannes Klingenberg overleed op 5-7-1877. Zijn vrouw hertrouwde, Emmen 24-10-1878, met Hindrik Lubbers, geboren 22-11-1818 in Dalen, van beroep dekker of rietdekker. Ze zijn hier blijven wonen. Zwaantien Jalving stierf op 25-9-1893. Hindrik Lubbers was eerder getrouwd geweest met Trientien Geerts. Hij overleed op 28-5-1900 in Zwartemeer ten huize van zijn stiefzoon Jan Klingenberg.

Kinderen Klingenberg-Jalving:

Jan              *  2-9-1861 Noord Sleen  +23-11-1926 Oranjedorp
x Emmen 19-5-1885
Hindertje Bakker *      1862 Nw.Dordrecht + 25-2-1941 Nw.Dordrecht

Marchien         * 15-8-1864 Noord Sleen  + 17-9-1945 Bargercompascuum
x Emmen 3-6-1887
Mannes Karssing  *18-11-1852 Hattem       + 23-1-1922 Bargercompascuum

Hendrik          *17-12-1867 Noord Sleen  +17-11-1870 Bargercompascuum


70.                                              Marten Bos en Grietje Ameln

29-7-1868.

Marten Bos, geboren 23-4-1835 te Veendam (Ommelanderwijk), trouwde op 29-7-1868 in Emmen met Grietje Ameln (Amelen), op 3-10-1836 in Zandberg geboren. Bos was toen arbeider in Rundeveen. Ze woonden in de Maatschappij. Marten Bos overleed op 23-11-1903, Grietje Amelen (eigenlijk Margaretha Ameln) stierf op 14-9-1915. Van de zoon Hendrik zijn hier veel nakomelingen.

Kinderen Bos-Ameln:

Anna Catharina         *18-6-1869 Bargercompascuum  + 9-10-1950 Bargercompascuum

x Emmen 16-3-1892
Johann Rolfes  (63)

Georg                  *  9-3-1872 Bargercompascuum  +           Börgerwald D.
x 1. Emmen 9-10-1894
Aaltje Schepers        *      1869 Odoorn
   (wed. Möller(82))
x 2. Börgerwald 25-11-1919
Angela Deters          *        

Anna Engelina          *26-12-1874 Bargercompascuum  + 30-5-1881 Bargercompascuum

Jan Hendrik            *  5-2-1878 Bargercompascuum  + 15-5-1949 Bargercompascuum

x Emmen 21-1-1904

Maria Marg. Bentlage   *15-10-1886 Bargercompascuum + 20-2-1966 Bargercompascuum


71.                                Bernard Heinrich Albers en Maria Elisabeth Wewers

12-9-1868.

Albers, op 15-4-1830 in Rühlertwist geboren, trouwde op 31-1-1860 te Twist met Maria Elisabeth Wewers, ook in Twist geboren, op 3-4-1834. Na eerst in Rühlertwist gewoond te hebben woonden ze hier, dicht bij het Zwartemeer. Op 12-9-1868 huurde Albers, toen arbeider te Compascuum, een perceel grond ten westen van de Runde (Barger Oosterveen), met de verplichting er een woning op te bouwen.

Elisabeth Wewers overleed op 14-3-1869. Albers hertrouwde, Hebelermeer 13-8-1869, met Euphemia Maria Schulte (21, pagina 41).

Bernard Heinrich was een zoon van Johann Bernard Albers (72, pagina 86). Misschien zijn ze tegelijk naar hier gekomen. Later woonde de vader bij hen in. De huisnaam van deze familie was ‘Pallers’.

Bernard Heinrich Albers overleed op 26-1-1880. Zijn vrouw hertrouwde op 20-4-1885 in Bargercompascuum met Jan Hermsen (‘Bil-Jan’), geboren in de Maten op 27-9-1841. Zij overleed op 26-2-1899 in Bargercompascuum, Jan Hermsen stierf hier op 2-2-1918.

De zoon Jan Berend woonde in Zwartemeer, later in Duitsland. De andere kinderen zijn ook vertrokken, sommigen naar Amerika.

Kinderen Albers-Wewers:

Johann Bernard    * 15-5-1861 Rühlertwist  +           Rühlermoor?
x Emmen 6-2-1885
Maria Helena Klöne* 14-4-1868 Exloêrveen   ---

Hermann Heinrich  * 4-10-1863 Rühlertwist  ---         Missouri V.S.

Johann Heinrich   * 13-5-1867 Rühlertwist  ---

Kinderen Albers-Schulte

Maria Elisabeth   *  1-9-1870 Bargercompascuum         +17-10-1871 Bargercompascuum

Bernard Heinrich  *28-12-1872 Bargercompascuum         ---

Bernard Herman    * 11-7-1876 Bargercompascuum         ---


72.                             Johann Bernard Albers en Anna Maria Wolters.

12-9-1868.

Bernard Albers, geboren 13-12-1801 in Hesepertwist, trouwde op 7-2-1826 te Twist met Anna Maria Wolters, op 23-1-1801 geboren in Klein Hesepe. De vader van Albers heette eerst Heidenrick, later Albers. Hun kinderen werden in Rühlertwist geboren. Albers woonde hier in de buurt van het Zwartemeer. Op de lijst van 1872 staat bij de oude Albers alleen de zoon Johann Bernard vermeld.

Anna Maria Wolters overleed op 20-12-1869, Bernard Albers stierf in Zwartemeer op 28-10-1882. Van de kinderen heeft alleen Bernard Heinrich (71, pagina 85) hier blijvend gewoond, de jongste zoon, Gerhard Heinrich woonde hier een aantal jaren.

Kinderen Albers-Wolters:

Anna Margaretha     *  6-6-1827 Rühlertwist   ---

Bernard Heinrich    * 15-4-1830 Rühlertwist (71)

Anna Adelheid       *  5-3-1834 Rühlertwist   +

x Rütenbrock 3-11-1868

Johann Rudolph Thole  (77)

Johann  Bernard     * 16-8-1836 Rühlertwist   ---

Johann Heinrich     * 24-2-1839 Rühlertwist   ---

Anton Josef         *  5-3-1842 Rühlertwist   + 23-6-1908 Rühlertwist
x  ?

Gerhard Heinrich    * 16-8-1846 Rühlertwist   +          Schöninghsdorf

x Bargercompascuum 9-11-1874 - Emmen 4-8-1876
Maria Adelheid Kuhl  (66)


73.                                             Hette Nuismer en Alberdina Pol

13-9-1868.

Hette Nuismer, geboren 13-3-1834 in de gem. Leek, trouwde op 5-6-1860 te Emmen met Alberdina Pol, op 13-5-1830 geboren in Assen. Zij was toen weduwe van Christiaan Hein Moes. Nuismer was arbeider in Zuidbarge en Oranjedorp voor hij naar hier kwam. Ze woonden in de Maatschappij, hier werd op 13-9-1868 hun dochter Trientje geboren.

Nuismer was hier al gauw ‘onbezoldigd rijksveldwachter’ en als zodanig trad hij op in de zaak tegen Arend Strijks (12, pagina 32). In Februari 1870 verzocht Nuismer, arbeider te Compascuum, aan B.en W. van Emmen om politiebediende te worden in Compascuum. Dat is om financiële redenen niet doorgegaan. Ze zijn in 1870 vertrokken naar Oranjedorp en vandaar in 1871 naar Westerbork. Hij was later brugwachter in Elperbrug. Nuismer overleed daar op 2-12-1902, zijn vrouw op 25-2-1908.

Kinderen Nuismer-Pol:

Bontje           *13-12-1862 Zuidbarge   + 29-8-1922 Odoornerveen
x Westerbork 2-2-1883
Jacob Aardema    *      1859 Opsterland  +

Janna            * 30-1-1864 Oranjedorp  + 5-10-1865 Zuidbarge

Johannes         * 16-9-1866 Oranjedorp  +
x Westerbork 17-11-1888
Jantien Vrieling *      1864 Sleen       +

Trientje         * 13-9-1868 Bargercompascuum        ---

Jan              *  1-1-1871 Oranjedorp  +  6-1-1871 Oranjedorp


74.                                      Hermann Wilhelm Veltrup en Maria Bos

14-9-1868.

Wilhelm Veltrup, hier Willem Veltrop, geboren 2-2-1812 te Emlichheim, trouwde op 1-5-1835 in Gramsbergen met Maria Bos, in Ballast gem. Coevorden geboren op 29-3-1806. Ze woonden eerst in de gem. Dalen en in Slagharen. De overlijdensaangifte van Johannes Haitel (13, pagina 33) op 14-9-1868 werd gedaan door de buren Willem Veltrop, 57 jaar en Willem Vos, 31 jaar, arbeiders in Rundeveen. Het gezin Veltrop heeft in de Maatschappij gewoond, vóór 1872 waren ze weer vertrokken. Later waren ze landbouwers in Roswinkelermarke. Maria Bos overleed op 29-11-1881, Willem Veltrop stierf enkele weken later, op 24-12-1881.

Met het huwelijk van hun dochter Johanna Christina was iets merkwaardigs. Op 1-11-1869 trouwde zij in de kerk te Erica met een Bernard Herman Diek. Met die naam staat hij in het trouwboek en is hij jarenlang te vinden in de Burgerlijke Stand. Hier werd nog een kind van hen geboren, toen verhuisden ze naar Ter Apelkanaal. Ook hun volgende drie kinderen werden aangegeven door Bernard Herman, terwijl de pastoor van Zandberg Wilhelm Dik als vader opschreef. Op 19-10-1878 trouwden Johann Wilhelm Dik en Johanna Christina Veltrop in Vlagtwedde, waarbij hun vier kinderen werden gewettigd. Wilhelm Dik werd in Duitsland gezocht als deserteur en had daarom de naam van zijn broer opgegeven.

Kinderen Veltrup-Bos:

Albert              *25-12-1841 Dalen      +28-12-1892 Mussel
x Emmen 12-5-1882
Maria Gez. Bargman  * 13-8-1853 Zandberg   + 26-4-1923 Horsten

Johanna Christina   *  8-5-1845 Slagharen  + 28-3-1931 Lindloh
x Erica 1-11-1869 - Vlagtwedde 19-10-1878
Johann Wilhelm Dik  *  1-4-1845 Altenberge +  4-4-1919 Munsterscheveld

Hermina             * 1-11-1848 Slagharen  +  4-3-1913 Ter Apelkanaal
x Onstwedde 31-5-1883
Bern. Joseph Jasken *      1831 Dankern    + 16-6-1915    ,,


75.                                    Johann Gerhard Wübben en Maria Tecla Ahlers

21-10-1868.

Geert Wübben (huisnaam ‘Rikken’) op 8-2-1839 te Rütenbrock  geboren, trouwde op 15-11-1866 in Wesuwe met Tecla Ahlers, in Haar (Wesuwe) geboren op 24-5-1841. De Wübbens stamden van Oberlangen. Ze hebben eerst nog in Haar gewoond, hier woonden ze dicht bij het Zwartemeer. Wübben was één van de buren die het overlijden van het kindje Hoffmann (67, pagina 82) op 21-10-1868 aangaven in Emmen.

Zijn schoonvader Hermann Joseph Ahlers, geboren 5-2-1800 te Wesuwe, woonde bij hen. Hij was weduwnaar van Maria Angela Müller. Hij overleed hier op 19-2-1871.

De zoon Joseph was hier de eerste kerkorganist. Hij trouwde met Helena Adelheid Meijer van Hebelermeer. Hij vertrok met zijn gezin en zijn ouders in 1897 naar Hebelermeer. Ook daar was hij organist en koster. Hij verdronk in 1915 in het Van Echtenskanaal te Zwartemeer. De ouders Wübben zijn in Hebelermeer gestorven.

Kinderen Wübben-Ahlers:

Joseph            * 17-8-1867 Haar        +31-12-1915 (Zwartemeer)
x Emmen 22-11-1887
Hel.Adelh. Meijer *16-11-1867 Hebelermeer +  7-4-1932 Hebelermeer

Geert Hendrik     *  8-3-1870 Bargercompascuum        + 16-8-1873 Bargercompascuum


76.                          Johann Hermann Gerdes en Anna Geertruida Clements

.-10-1868.

Hermann Gerdes, op 3-10-1819 geboren in Schwartenberg, trouwde op 20-4-1847 te Rütenbrock met Geertruida Clements, in Groningen geboren op 25-2-1818. Zij was toen diensmeid in Rütenbrock. De pastoor van Rütenbrock schreef Anna Walbürgis Kleemann. Haar vader, Willem Clements, was geboren in Wahn D. De vader van Gerdes was geboren in Bawinkel. Soms leest men in Rütenbrock Gers inplaats van Gerdes, daarom schrijven de nakomelingen hun naam ook verschillend.

Ze woonden eerst in Lindloh. Volgens een opgave van Gerdes zijn ze in October 1868 naar hier gekomen. Ze hebben eerst aan de Schoolweg gewoond op plaats 28. Daar huurde Gerdes een deel van op 6-10-1870 met de verplichting tot woningbouw. Later woonden ze achter in de Maatschappij. Ze hadden de huisnaam ‘Botkes’, ook nu is die naam nog bekend. Geertruida Clements overleed hier op 16-1-1893. Harm Gerdes stierf een dag later, op 17-1-1893. Drie zoons woonden later in Barger-Oosterveld.

Kinderen Gerdes-Clements:

Johann Hermann     * 18-5-1848 Lindloh        + 12-3-1915 Barger Oosterveld
x Emmen 25-4-1893
Maria Helena Bentlage  (80)

Johann Wilhelm     *  1-9-1849 Lindloh        ---         Amerika

Anna Gertrudis     * 11-7-1854 Lindloh        +  2-1-1919 Bargercompascuum
x 1. Bargercompascuum 12-5-1880
Wilhelm Heinrich Schulting  (101)
x 2. Emmen 8-8-1884
Jan Berend Rohling * 2-1-1855 Slagharen       + 14-1-1941 Bargercompascuum

Maria Adelheid     * 10-6-1856 Lindloh        + 15-8-1920 Nw. Dordrecht
x Bargercompascuum 25-5-1876 - Emmen 5-8-1898

Thomas Wolbert Fresenburg*1848 Woldmarfeld D. + 11-5-1929    ,,

Johann Heinrich    * 15-9-1858 Lindloh        + 18-2-1947 Barger Oosterveld

Johann Rudolf      *22-10-1860 Lindloh        +  8-8-1934 Barger Oosterveld
x Emmen 13-9-1892
Maria Adelheid Nieters  (41)


77.                                                     Johann Rudolf Thole

3-11-1868.

Rudolf Thole, geboren 11-4-1838 te Sustrum D., trouwde op 3-11-1868 in Rütenbrock met Anna Adelheid Albers, op 5-3-1834 geboren in Twist (dochter van 72). Thole was toen knecht in Altenberge. Bij dat huwelijk staat Compascuum als toekomstige woonplaats. Ze hebben hier maar een korte tijd gewoond. Ze werden op 12-4-1869 over de grens gezet met als reden ‘geen middel van bestaan’.

78.                                  Johann Franz Brokmann en Anna Maria Kolmer

3-11-1868.

Frans Brokmann, geboren in Hebelermeer op 7-8-1835, trouwde op 3-11-1868 te Wesuwe met Anna Maria Kolmer (of Kollmer), ook in Hebelermeer geboren, op 26-11-1843. Bij hun huwelijk staat Compascuum als hun toekomstige woonplaats. Frans was een zoon van Gerhard Heinrich Brokmann (91, pagina 104). Ze woonden hier eerst dicht bij het Zwartemeer, later in Zwartemeer. Franz Brokmann overleed op 27-2-1891.

Maria Kolmer hertrouwde op 22-9-1893 te Emmen met Johann Hermann Vedder in 1840 geboren in Klein Ringe. Vedder overleed op 13-3-1905 in Bargercompascuum

Maria Kolmer trouwde nog eens, Emmen 26-4-1906, met Johann Hermann Berens (95, pagina 108). Zij overleed op 17-8-1923 in Bargercompascuum

De naam van de zoon Geert Hindrik werd in Emmen verschreven tot Broekmann, de zoon Hermann Heinrich werd hier Brockman. Hij heeft in Schoonebekerveld gewoond.

Kinderen Brokmann-Kolmer:

Geert Hindrik(Broekmann)*20-9-1869 Bargercompascuum         +25-2-1945 Klazienaveen
x Emmen 4-11-1892
Angela Keuter  (11)

Hermann Heinr.(Brockman)*11-8-1872 Bargercompascuum         +14-3-1941 Schoonebekerveld

x Emmen 16-11-1894

Cath. Maria Lambers     *     1869 A'damscheveld+23-9-1931     ,,


79.                     Hendrik Karel Frederik Emilius van den Bosch en Grietje Glas

3-12-1868.

Hendrik van den Bosch, op 27-7-1819 geboren te Coevorden, trouwde op 7-4-1860 in Dalen met Grietje Glas, geboren 30-10-1839 in Schoonebeek.

Van den Bosch was toen onderwijzer in Nw.Schoonebeek, in 1864 werd hij hoofd van de school te Vastenow (Nw.Dordrecht).

Op zijn verzoek werd hij op 9-9-1868 benoemd tot hoofd van de dan in aanbouw zijnde school te Bargercompascuum Op 3-12-1868 werd het gezin van den Bosch door ‘de bevolking van ‘t Compas’ feestelijk opgehaald van Nw.Dordrecht en kon ‘meester Bosch’ hier zijn werk beginnen. ‘s Zomers had hij het gemakkelijk, de meeste kinderen waren dan als 'kouheer' bezig, vooral bij boeren in Duitsland. Of ze hielpen thuis bij het werk, maar tegen de winter had hij zoveel temeer leerlingen, rond 1890 groeide dat aantal wel tot 100. Wel was er veel verzuim, er was geen leerplicht. Ook kinderen van Zwartemeer gingen hier naar school.

Naast zijn onderwijzerstaak maakte hij zich ook op andere wijze verdienstelijk voor Bargercompascuum Wanneer er b.v. weer een weg of een Rundebrug in te slechte staat verkeerde, schreef meester Bosch weer naar het gemeentebestuur en naar de eigenaren van Bargercompascuum

In 1893 vroeg van den Bosch ontslag wegens moeilijkheden met zijn gezondheid. Hij was toen 74 jaar. Het pensioen was ƒ500,- per jaar. Ze vertrokken naar Klazienaveen. Meester Bosch, zo werd hij hier altijd genoemd, overleed op 1-10-1895. Zijn vrouw stierf te Nieuw Dordrecht op 19-5-1902 bij een dochter van hen.

Kinderen van den Bosch-Glas:

Katharina                 * 28-9-1860 Nw.Schoonebeek+          Nijverdal?
x Emmen 9-11-1886
Tekke Schoon              *      1857 Haren (Gron.) ---

Karolina                  * 17-6-1862 Nw.Schoonebeek+ 3-7-1954 Franeker
x Emmen 5-7-1862
Willem Bartels Paulusma   *1861 Tietjerksteradeel   + 9-7-1914 Klazienaveen

Johanna Gesina            * 20-9-1866 Nw.Dordrecht  +4-10-1866 Nw.Dordrecht

Johanna Gesina            *  8-2-1868 Nw.Dordrecht  +          Halfweg?
x Emmen 27-8-1889
Jan Willem Jeurissen      *      1863 Coevorden     ---

Christina                 * 16-7-1870 Bargercompascuum         +          Amsterdam?
x Emmen 27-11-1896
Willem Frederik Veltmeijer*      1866 Norg          ---

Frederica                 * 12-2-1873 Bargercompascuum          +22-7-1967 Ter Apel

Karel                     * 31-3-1876 Bargercompascuum          ---

Jantina                   * 3-10-1879 Bargercompascuum         +22-10-1956Klazienaveen
x Emmen 13-5-1909
Gerrit Fennema            *20-12-1884 Utingeradeel  + 1-2-1982 Emmen


80. Jan Berend Bentlage en Maria Helena Koop

9-2-1869.

Berend Bentlage, op 19-4-1845 geboren in Horsten (Onstwedde), trouwde te Rütenbrock op 30-11-1866 met Maria Helena Koop, geboren 14-12-1841 in Altenberge. Ze trouwden nog eens te Emmen op 19-7-1873 waarbij hun drie kinderen werden gewettigd. Ze werden op 9-2-1869 in Emmen ingeschreven. Hij hoorde tot de talrijke familie Bentlage die via Lindloh stamde uit Bockhoff bij Herzlake. Jan Berend werd ‘grote Bentlage’ genoemd om hem niet te verwarren met zijn neef en naamgenoot die hier later ook woonde. Ze woonden in de Maatschappij.

In 1919 verhuisden ze naar Barger-Oosterveld, waar al vier van hun kinderen woonden. Daar overleed Maria Helena Koop op 3-9-1932 en haar man 11 dagen later, op 14-9-1932.

Kinderen Bentlage-Koop:

Gerhard Heinrich      *21-10-1866 Altenberge   + 8-2-1940 Barger Oosterveld
x Emmen 9-10-1897
Maria Gesina Conen    *18-12-1869 Vastenow     +15-10-1959     ,,

Frans                 * 5-10-1869 Bargercompascuum        +          Eindhoven
x Emmen 3-4-1894
Maria Gesina Gebbeken  (54)

Maria Helena          *25-12-1871 Bargercompascuum        +6-11-1939 Barger Oosterveld

x Emmen 25-4-1893

Johann Hermann Gers  (76)

Johan Herman          *  3-4-1874 Bargercompascuum         + 2-1-1951 Emmer Compascuum

x Emmen 5-5-1899

Johanna Catharina Bos *17-10-1879 Maten        +23-2-1965      ,,

Maria Adelheid        *11-11-1876 Bargercompascuum         +22-10-1948Emmen
x Emmen 2-12-1902

Bernard Wessels  (106)

Anna Maria            * 28-3-1879 Bargercompascuum        +21-6-1952 Bargercompascuum
x Emmen 6-12-1898
Frans Arling          *26-11-1876 Braamberg    +25-12-1943Bargercompascuum

Maria Gesina          * 20-6-1881 Bargercompascuum        +          Heerlen
x Emmen 19-11-1901

Herm.Heinr. Pranger   *10-12-1877 Bargercompascuum(35)     +               ,,

Maria                 * 18-1-1885 Bargercompascuum         + 1-8-1971 Barger Oosterveld
x Emmen 18-4-1918
Johannes Jozef Borghuis  (94)


81.                               Geert Peter van der Aa en Anna Margaretha Meijer

11-2-1869.

Pieter van der Aa, op 17-6-1841 geboren in Slagharen, was met zijn stiefvader Hoge (43, pagina 60) naar hier gekomen. De grootvader van van der Aa was in Rotterdam geboren, trouwde in 1805 te Rütenbrock met de wed. Hüer-Fischer en woonde in Lindloh, later in de Maten. Misschien heeft Pieter hier eerst alleen gewoond in de Maatschappij. Op 11-2-1869 werd een half mud aardappels van hem gestolen door Strijks (12, pagina 32). In de dagvaarding stond zijn naam als ‘Pieter Hoge of van der Aa’.

Op 3-9-1870 trouwde hij te Emmen met Anna Margaretha Meijer, op 1-1-1837 geboren in Dörpen D. Ze hebben in de Maatschappij gewoond.

Van der Aa overleed al op 14-7-1875, hij werd 34 jaar. Zijn vrouw hertrouwde op 12-11-1875 in Bargercompascuum (niet in Emmen), met Jan Berend Krops, geboren 25-9-1841 in Horsten. Hun huwelijk was kinderloos. Margaretha Meijer overleed op 12-4-1883, ze woonden toen in Munsterscheveld. Krops hertrouwde.

Op de lijst van pastoor Vroom staat een dochter Anna Catharina (Meijer?) vermeld, zij is niet te vinden in het Bevolkingsregister. Zij was hier niet geboren en is vermoedelijk teruggegaan naar Duitsland. De dochter Geziena trouwde te Rütenbrock.

Kinderen van der Aa-Meijer:

Anna Catharina           *      1870            ----

Geziena                  *10-10-1872 Bargercompascuum       +          Lindloh?
x Rütenbrock 3-11-1896
Joh.Herm. Schulte        * 27-5-1871 Altenberge ---


82.                           Johann Wilhelm Müller en Maria Catharina Ostermann

11-2-1869.

Willem Müller, geboren 20-12-1831 te Schwartenberg, trouwde op 6-2-1866 in Rütenbrock met Catharina Ostermann, in Altenberge geboren op 6-7-1841.

Hun oudste kinderen werden in Altenberge geboren. Als inwoners van Bargercompascuum werden ze genoemd op 11-2-1860 bij de aardappeldiefstal bij van der Aa (81, pagina 94). Ze hebben gewoond in de Maatschappij, later in Barger-Oosterveld en in Munsterscheveld.

De Müller’s stammen via Schwartenberg van Wahn D. Hier werd de naam soms verschreven tot Möller, Moller of Muller.

Catharina Ostermann overleed op 28-4-1901 in Munsterscheveld, Willem Müller stierf te Barger-Oosterveld op 19-2-1902.

Kinderen Müller-Ostermann:

Anna Helena          * 25-7-1860 Altenberge     ---

Bernard Heinrich     *26-11-1866 Altenberge     +2-7-1946  B.Oosterveld
x 1. Emmen 5-4-1892
Maria Angela Tholen  (28)
x 2. Emmen 31-5-1904
Susanna Hoesman      *      1870 Sellingerbeetse---
   (wed. Kosse)

Johan Wilhelm        *  7-3-1869 Bargercompascuum           +20-6-1892 B.Oosterveld
x Emmen 31-12-1890
Aaltje Schepers      *      1869 Odoorn         +          Börgerwald ?
   (hertrouwd Georg Bos 70)

Johan Herman         * 24-4-1872 Bargercompascuum           +5-10-1941 B.Oosterveld
x Emmen 4-2-1898
Hendrikje Franke     * 14-6-1868 Oranjedorp     + 24-2-1940      ,,

Anna Maria           * 16-4-1875 Bargercompascuum           +18-1-1962 Emmer Compascuum
x Emmen 5-11-1901
Herman Schulte       *  4-5-1871 Veendam        +10-11-1918      ,,

Margaretha           * 31-1-1877 Bargercompascuum           ---

x ---

Johann Ahlers        ---                        +          Sustrum D.

Bernardus(Möller)    *30-11-1879 Bargercompascuum           + 7-8-1937 Emmer Compascuum
x Emmen 1-6-1911

Marg.Angela Emmerink*       1891 Barnflair      + 17-2-1974      ,,

Anna Helena         *  22-6-1884 B.Oosterveld   +26-12-1906Emmer Compascuum


83.                                        Johannes Brands en Grietje Niezing

12-3-1869.

Beiden geboren in Smilde, Johannes Brands op 18-9-1834, zijn vrouw op 29-9-1836. Getrouwd in Smilde op 2-2-1860. Ze woonden eerst enkele jaren in de gemeenten Smilde en Assen. Hier hebben ze enkele maanden gewoond ten westen van de Runde bij het Zwartemeer. In Emmen zijn ze op 12-3-1869 ingeschreven en op 21-7-1879 weer uitgeschreven als vertrokken naar Smilde. De oorzaak van dit korte verblijf was dat twee van hun kinderen omkwamen toen op 15-6-1869 hun keet afbrandde.

Brands had op 16-2-1869 grond gepacht van van Holthe tot Echten, ‘de westhelft van plaats 120 in het Bargerveen’. De pachtprijs voor 10 jaar was ƒ235,-, de grootte 2,50 ha. Het is niet doorgegaan. Ze woonden later in Bovensmilde. Grietje Niezing overleed op 14-2-1898.

Kinderen Brands-Niezing:

Gerbe           *  7-4-1860 Smilde  ---

Jan             * 15-7-1862 Smilde  ---

Trientje        *  4-5-1866 Assen   + 15-6-1869 Bargercompascuum

Jan             * 29-9-1868 Assen   + 15-6-1869 Bargercompascuum


84.                          Johann Hermann Kemper en Anna Margaretha Koop.

12-4-1869.

Harm Kemper, op 26-4-1829 geboren in Dankern, trouwde te Wesuwe op 2-6-1854 met Adelheid Blanke, geboren 3-5-1830 in Rütenbrock. Ze woonden in Düne (Wesuwe). Adelheid Blanke overleed op 9-2-1859. Van dat huwelijk waren drie kinderen.

Kemper hertrouwde, Wesuwe 22-5-1860, met Margaretha Koop (Kobs, Koops), op 9-3-1831 geboren te Niederlangen. Na eerst nog in Dankern gewoond te hebben kwamen ze naar hier en woonden aan de Schoolweg op plaats 26. Later woonde Zwake daar, toen woonde Kemper in de Maatschappij.

Bij hen verbleef zijn moeder, weduwe Anna Maria Kemper-Felix, geboren 11-5-1785 in Altharen. Zij overleed hier op 12-4-1869. Margaretha Kemper-Koops overleed op 27-1-1895 in de Maatschappij, Kemper stierf op 23-4-1907 in het Zwartenberger-Compascuum.

Kinderen Kemper-Blanke:

Anna Helena         * 20-8-1853 Düne          ---

Anna Angela         *  5-4-1855 Düne          +  1-1-1938 Schwartenberg
x Rütenbrock 5-8-1890
Joh.Heinr. Teiken   *11-12-1861 Schwartenberg +  2-1-1933     ,,   

Gerhard Heinrich    * 22-2-1857 Düne          +  4-6-1881 Horsten

Kinderen Kemper-Blanke:

Johann Gerhard      * 26-9-1867 Dankern       +28-11-1927 Maten

Harm                * 15-2-1874 Bargercompascuum          +           Meppen?

x Meppen 30-8-1910

Maria Adelh. Wilmes ---

  (wed.Keuter)


85.                      Johann Heinrich Gebbeken en Anna Geertruida Luttel

10-5-1869.

Hendrik Gebbeken, geboren 27-9-1834 in Hebelermeer, trouwde op 10-5-1869 te Wesuwe met Geertruida Luttel, op 11-10-1845 geboren in Slagharen. Als toekomstige woonplaats staat bij dit huwelijk Compascuum. De Gebbekens stammen via Hebelermeer van Rühle.

Ze woonden aan de Schoolweg op plaats 33. Van hen werd op 2-4-1870 een levenloos kind geboren. Het werd aangegeven door Teunis van Zijl, 69 jaar, tijdelijk arts te Emmen die erbij was geweest. Als woonplaats leest men dan in de Burgerlijke Stand van Emmen voor het eerst de naam Compascuum. Op 27-4-1876 trouwden ze nog eens te Emmen waarbij hun twee kinderen werden gewettigd.

Hendrik Gebbeken, een neef van J.E. Gebbeken (54, pagina 70), overleed hier op 16-1-1919, Geertruida (soms Gederhoet) Luttel stierf te Rütenbrock op 19-8-1928 bij één van haar kinderen. Twee zoons en twee dochters hebben in Duitsland gewoond.

Kinderen Gebbeken-Luttel:

Berend Engelbert    * 28-6-1871 Bargercompascuum        +  6-5-1923 Barger Oosterveld
x Emmen 11-5-1916
Maria Adelh.Speller *      1875 Bargercompascuum        + 26-2-1958    ,,
   (wed. Berens)

Jan Berend          *  5-8-1874 Bargercompascuum        + 31-5-1951 Versen D.
x Wesuwe 21-4-1902
Anna Helena Fenslage* 30-6-1877 Zwartemeer  + 21-4-1964    ,,

Johan Herman        *  1-4-1877 Bargercompascuum        + 12-7-1947 Rütenbrock
x Rütenbrock
Maria Marg. Herbers * 25-3-1883 Rütenbrock  +  1-1-1928    ,,

Berend Hendrik      * 24-1-1880 Bargercompascuum        +  1-4-1955 Emmen

x Emmen 10-9-1908

Maria Marg. Heller  * 27-5-1888 Braamberg   +11-10-1974    ,,

Maria Elisabeth     *  9-1-1883 Bargercompascuum        + 15-3-1969 Rütenbrock
x Rütenbrock 21-5-1912

Joh. Hermann Neehus * 22-7-1882 Rütenbrock  + 1-11-1942    ,,

Euphemia Catharina  * 21-7-1887 Bargercompascuum        + 11-5-1963 Rütenbrock

x Rütenbrock 21-7-1908

Herm.Joseph Schmitz * 14-9-1877 Rütenbrock  + 11-2-1952    ,,


86.                   Johann Wilhelm Suelmann en Maria Alida Cornelia Emmerink

8-6-1869.

Willem, de oudste zoon van Bernard Heinrich Suelmann (18, pagina 38) werd op 27-6-1845 in Rütenbrock geboren. Hij trouwde, Rütenbrock 21-7-1868, met Maria Alida Cornelia Emmerink, geboren 4-7-1846 te Coevorden.

In Rütenbrock werd hun eerste kind, Bernard Heinrich, geboren. Door een verschrijving werd hij een Suhlmann. Hier komt Willem Suelmann het eerst voor bij een overlijdensaangifte op 8-6-1869. Hij werd hier ‘Meer-Wilm’ genoemd omdat zijn ouders lang in Hebelermeer gewoond hadden.

Ze woonden hier eerst in de Maatschappij. Een korte tijd hebben ze in Barger-Oosterveld gewoond, daarna woonden ze hier op de Streek ten westen van de Runde, zuidelijk van de Postweg. Willem Suelmann overleed hier op 14-7-1916. Zijn vrouw stierf op 10-1-1928 te Barger-Oosterveld bij één van de kinderen.

Kinderen Suelmann-Emmerink:

Bernard Heinrich    * 13-9-1868 Rütenbrock + 10-2-1933 Barger Oosterveld

x Emmen 20-6-1893

Anna Maria Kremer   *  7-1-1866 Maten      + 15-2-1927    ,,

Sophia M. Magdalena * 30-3-1872 Bargercompascuum      + 24-3-1953    ,,
x Emmen 6-4-1894
Jan Harm Tieben     *  4-3-1973 Exloërveen + 7-11-1962    ,,

Hermanus Hendericus * 11-3-1875 Bargercompascuum       +26-11-1962 Erika D.

x Rütenbrock

Margaretha Schütte  * 28-5-1878 Sentrup D. + 31-5-1955    ,,

Jan Harm            *15-11-1877 Bargercompascuum       + 13-9-1968 Barger Oosterveld

x Emmen 4-5-1905

Fenna Cath.Bentlage * 1-11-1883 Bargercompascuum       +  9-7-1966    ,,

Franciscus          * 15-3-1881 Bargercompascuum       + 16-4-1956 Bargercompascuum

x Emmen 29-10-1908

Maria Marg. Alers   * 27-2-1890 Bargercompascuum       +20-11-1983 Bargercompascuum

Margaretha Angela   * 15-1-1884 Bargercompascuum       +  8-9-1915 Bargercompascuum

x Emmen 11-10-1906

Johan Gerhard Berens  (95)

Anna Angela         *26-12-1886 Bargercompascuum      + 18-3-1967 Klazienaveen
x Emmen 21-7-1910

Bernh.Heinr. Jansen * 26-1-1884 Twist      +  8-3-1968    ,,

Anna Adelheid       *  6-2-1890 Bargercompascuum       + 14-5-1935 Barger Oosterveld
x Emmen 25-1-1912
Jan Berend Menzen   * 14-5-1887 Bargercompascuum       + 28-2-1958    ,,


87.                      Hermann Bernard Wösten en Anna Angela Carolina Kamphus

3-7-1869.

Wösten, op 13-11-1839 geboren in Lindloh, trouwde te Rütenbrock op 17-4-1866 met Anna Angela Carolina Kamphus, op 16-6-1838 geboren in Laxten bij Lingen. Ze hebben eerst een tijdlang in Klein Hesepe gewoond, daar werd een zoon geboren. Hier werd op 3-7-1869 een levenloos kind geboren. Ze woonden in de Maatschappij, vrouw Wösten-Kamphus overleed hier op 3-5-1870.

Wösten hertrouwde, Rütenbrock 4-10-1870, met Engel Tholen, op 24-11-1845 in Zandberg geboren. Van hen werd hier op 14-8-1871 de zoon Jan Berend geboren. Het huwelijk Wösten-Tholen werd in Emmen lange tijd niet erkend, eerst na zijn huwelijk werd de naam van Jan Berend veranderd van Tholen in Wösten. Wösten moet in 1871 of begin 1872 vertrokken zijn, hij staat niet op de lijst van pastoor Vroom. Na eerst nog in Lindloh te hebben gewoond, woonden ze te Schöninghsdorf, daarna in Zwartemeer. Wösten overleed daar op 29-5-1920, zijn vrouw op 30-11-1922.

De oudste zoon, Hermann Heinrich Bernard (Harm), heeft hier lang aan de Schoolweg gewoond, vertrok toen naar Barger-Oosterveld.

De Wösten’s stammen via Schwartenberg van Bawinkel D.

Kinderen Wösten-Kamphus:

Hermann Heinr.Bern. *  7-3-1867 Klein Hesepe   + 2-4-1944 Barger Oosterveld

x Emmen 19-7-1892

Anna Maria Keuter  (11)

Kinderen Wösten-Tholen

Jan Berend          * 14-8-1871 Bargercompascuum           +15-1-1963 Klazienaveen
x Emmen 23-9-1898
Maria Helena Conen  (62)

Maria Helena        *  9-7-1874 Lindloh        ---

Maria Angela        * 24-2-1877 Lindloh        ---

Maria Elisabeth     * 25-9-1879 Schöninghsdorf +6-12-1902 Zwartemeer

Maria Adelheid      * 25-4-1883 Schöninghsdorf ---

Maria Angela        * 25-4-1885 Schöninghsdorf +25-10-1973Weiteveen
x Emmen 10-5-1910
Jan Berend Conen  (62)

Maria Gesina        *31-12-1887 Schöninghsdorf +     1961 Schöninghsdorf

x ---
---- Bernsen        ---


88.                       Johann Heinrich Schulte en Elisabeth Henrica Fullen

14-9-1869.

Heinrich Schulte, op 3-10-1819 geboren te Lindloh, trouwde op 7-5-1850 in Rütenbrock met Elisabeth Fullen, geboren 5-1-1822 te Meppen. Haar ouders woonden toen al lang in Lindloh. De Schulte’s stamden van Langen bij Lengerich. Deze Heinrich Schulte kreeg de huisnaam ‘Bakkers’ doordat zijn schoonvader bakker was en ze daar eerst bij in gewoond hebben. Hun kinderen werden in Lindloh geboren.

Uit een boekweitverkoping op 14-9-1869 blijkt dat Schulte hier toen landbouwer was. Ze woonden in de Maatschappij, later heeft de oudste zoon daar gewoond. Heinrich Schulte overleed op 9-5-1879, Elisabeth Fullen stierf op 16-11-1893.

De zoon Johann Heinrich, ‘Bakkers-Kroeze’, werd op 17-7-1891 door de bliksem gedood. De zoon Georg, ‘Bakkers-Geert’, was eerst winkelier in de Maatschappij, later in de Foxel - Emmer-Compascuum.

Kinderen Schulte-Fullen:

Gerhard Heinrich       *27-10-1852 Lindloh +  8-2-1929 Bargercompascuum

x Emmen 5-6-1888

Maria Elisabeth Hartmann  (108)

Wilhelm Joseph         * 23-8-1854 Lindloh +  1-8-1914 Bargercompascuum

x Emmen 5-10-1886

Maria Cath. Suelmann   * 15-3-1858    ,,   + 11-1-1935 Bargercompascuum

Johann Heinrich        * 10-5-1859 Lindloh + 17-7-1891 Bargercompascuum

x 1. Emmen 19-10-1886

Magrietha Husers  (61)

x 2. Emmen 22-5-1888

Maria Gesina Kramer  (6)

Johann Hermann         * 15-1-1862 Lindloh + 23-9-1952 (Klazienaveen)
x Emmen 11-11-1890
Maria Helena Hoffmann  *  7-5-1862    ,,   +27-12-1925 Bargercompascuum

Georg                  *11-10-1864 Lindloh +20-11-1929 Emmer Compascuum

x 1. Emmen 23-2-1897

Phenenna Cath.Bentlage *15-7-1875     ,,   +21-11-1918    ,,

x 2.Emmen 6-11-1920
Maria Elisabeth Müller *     1889 Altharen +           Schalkwijk?
   (hertrouwd, Emmen 2-5-1932, Gradus Jansen)


89.                                        Johann Fischer en Anna Maria Robben

1-12-1869.

Jan Fischer, op 30-3-1831 in Lindloh geboren, trouwde op 14-5-1861 te Rütenbrock met Anna Maria Robben, in Lindloh geboren op 10-11-1843. Zij was een dochter van Heinrich Robben (96, pagina 109).

Hun oudste kinderen werden in Lindloh geboren, te Emmen werden ze op 1-12-1869 ingeschreven. Hier woonden ze aan de Schoolweg op plaats 19. Maria Robben overleed hier op 12-12-1902, Jan Fischer stierf in Barger-Oosterveld op 15-7-1917.

Twee zoons woonden later in Barger-Oosterveld, de andere zoon overleed als koloniaal in Ned. Oost Indië. De dochters trouwden in Duitsland.

Kinderen Fischer-Robben:

Anna Catharina        * 19-4-1862 Lindloh    + 19-6-1871 Bargercompascuum

Heinrich Joseph       * 1-12-1864 Lindloh    +11-11-1958 Barger Oosterveld
x Emmen 6-5-1890
Anna Gesina Schuur    * 14-5-1871 Horsten    + 29-3-1952      ,,

Johann Heinrich       * 29-9-1867 Lindloh    +11-12-1891 Malang N.O.I.

Maria Gesina          * 19-4-1870 Bargercompascuum       +           D.  
x 1. ..
Clemens Aelen         *                      ---
x 2. Meppen 11-10-1910

Gerhard Rubertus      *                      ---

Anna Catharina        * 18-1-1873 Bargercompascuum      +           Lahre?
x Meppen 20-2-1900
Johann Heinrich Rolfes*      1872 Dörgen     ---

Johanna Helena        * 11-2-1876 Bargercompascuum       + 13-4-1904 Meppen
x Meppen 25-11-1902

Joh.Herm. Thieben     *      1879 Oberlangen +

Johan Herman          *20-10-1881 Bargercompascuum       +  6-7-1916 Barger Oosterveld

x Emmen 7-5-1914

Maria Elisabeth Cosse *      1863 Lindloh    + 26-4-1946 Erica

Anna Margaretha       * 7-12-1884 Bargercompascuum       +           D.

x Barmen 2-5-1912

Catharinus Augustus Dermund ---              ---

Anna Maria            * 16-5-1887 Bargercompascuum      +           D.
x  ?


90.                                Johann Heinrich Bollmer en Maria Gesina Lammers

1-12-1869.

Bollmer (of Bolmer), geboren 21-10-1806 in Versen, trouwde op 9-2-1836 te Wesuwe met Maria Gesina Lammers, geboren in Neuversen op 26-11-1813. Ze woonden in Versen, daar werden hun kinderen geboren, enkelen ervan zijn jong overleden.

Hier werden ze te Emmen op 1-12-1869 ingeschreven. Ze hebben hier dicht bij het Zwartemeer gewoond. De ouders gingen in 1895 terug naar Duitsland, vermoedelijk naar Wesuwermoor.

De zoon heeft hier lang gewoond en is toen ook naar Duitsland vertrokken. De dochter woonde te Zwartemeer.

Kinderen Bollmer-Lammers:

Johann Hermann        *  8-2-1845 Versen        +           Wesuwermoor?

x Bargercompascuum 22-10-1874 - Emmen 24-11-1893
Maria Angela Hüsers   *13-11-1850 Hebelermeer   ---

Maria Catharina       * 27-1-1857 Versen        +  2-1-1848 Zwartemeer

x Bargercompascuum 5-10-1875 - Emmen 24-8-1894
Jan Berend Heidotting *      1851 Nw.Schoonebeek+26-11-1924     ,,    


91.                            Gerhard Heinrich Brokmann en Anna Margaretha Leisdonk

1-12-1869.

Brokmann, op 28-10-1801 geboren in Hebelermeer, trouwde op 5-6-1827 te Wesuwe met Margaretha Leisdonk (later Leisdon), geboren 27-10-1805, eveneens in Hebelermeer. In Hebelermeer werden hun kinderen geboren. Ze werden op 1-12-1869 te Emmen ingeschreven, maar woonden vermoedelijk al eerder hier. Ze hebben aan de Streek (Schoolweg) gewoond, nier ver van het Zwartemeer. Brokmann (soms Brockmann) overleed op 15-1-1878, zijn vrouw op 5-1-1883. De meeste kinderen hebben hier ook gewoond.

De grootvader van Gerhard Heinrich was in 1779 in Wesuwe getrouwd. Hij was een ‘miles Hollandius’, een soldaat uit Holland.

Kinderen Brokmann-Leisdonk:

Johann Heinrich        * 24-6-1828 Hebelermeer +15-1-1925 Rühlermoor
x 1. Wesuwe 25-1-1859
Maria Gesina Wübkes    * 17-1-1841    ,,       +23-3-1870 Nieuw Dordrecht
x 2. .        (niet B.S.)
Maria Adelheid Bolk  (51)

Maria Adelheid         *  6-2-1832 Hebelermeer + 5-2-1915 Bargercompascuum

x Bargercompascuum 2-2-1877 - Emmen 1-7-1897
Johannes Hilleger      *  8-4-1848 Sleen       +13-2-1922 Barger Oosterveld
   (hertrouwd Anna Margaretha Robben  96)

Johann Franz           *  7-8-1835 Hebelermeer  (78)
x Wesuwe 3-11-1868
Anna Maria Kollmer

Johann Bernard         * 22-4-1842 Hebelermeer +12-11-1918Schoonebekerveld
x ---          - Emmen 14-8-1900
Maria Ges.Gerdes       *      1836 Wesuwe      +15-5-1909 Zwartemeer
   (wed. Bruns)

Maria Helena           * 13-1-1848 Hebelermeer +14-9-1889 Emmer Compascuum
x Hebelermeer 25-4-1871
Johann Heinrich Berken  (99)

Kind van M.A. Brokmann:

   Anna Maria(Brokmann)*      1859 Hebelermeer +14-6-1937 Bargercompascuum
   x Bargercompascuum 11-4-1880 - Emmen 14-5-1897
   Gerh.Herm. Peters   *      1855Wachendorf D.+ 1-6-1939 (Weiteveen)


92. Johann Caspar Heijne en Marijke Damhuis

18-1-1870.

Johann Caspar Heijne, later meestal Johan Kasper Heine, was op 14-10-1828 geboren in Neudersum, parochie Steinbild. Later woonden zijn ouders in Zandberg. Hij trouwde, Odoorn 9-2-1859, met Marijke Damhuis, op 2-7-1836 geboren te Franeker. Haar ouders waren in 1858 in Zandberg komen wonen.

De vader van Kasper Heine was in Schwartenberg geboren, zijn grootvader in Thull, gemeente Schinnen, Limburg.

Het echtpaar Heine-Damhuis woonde eerst in Zandberg, daarna in Weerdingermarke. Hier woonden ze dicht bij het Zwartemeer. Op 18-1-1870 werd bij hen een levenloos kind geboren. Later hebben ze te Zwartemeer gewoond. Marijke Damhuis overleed op 21-10-1908, Kasper Heine op 9-2-1916.

Van de zoons Jan Kasper en Rudolf wonen hier en in de omgeving veel nakomelingen.

Kinderen Heijne-Damhuis:

Jan Kasper          * 17-2-1860 Zandberg       +18-101921 (Venraij)
x Emmen 25-9-1883
Anna Marg Heidotting*      1862 Nw.Schoonebeek +19-12-1940 Zwartemeer

Feliks Johannes     * 30-6-1861 Zandberg       +30-11-1880 Bargercompascuum

Anna Gesina         *  3-5-1863 Weerdingemarke + 15-7-1864 Weerdingemarke

Anna Gesina         * 26-8-1865 Weerdingemarke +           Twist?
x Twist 31-7-1888
Bernard Heinrich Finder *  1849 Rühlertwist    ---

Johan Geert         * 20-9-1867 Weerdingemarke + 15-3-1937 Zwartemeer
x Emmen 6-5-1892
Afemia Maria Loohuis* 10-8-1871 Nw.Schoonebeek +26-10-1948    ,,

Aleid               *13-10-1872 Bargercompascuum           +14-10-1960 Rühlermoor
x Emmen 10-11-1891
Johann Bernard Nüsse*      1867 Langenberg D.  ---

Rudolf              * 30-1-1878 Bargercompascuum           + 7-11-1947 Klazienaveen
x Emmen 27-2-1908

Anna Maria Derothea Bruggenwirth

                    * 20-2-1887 Slagharen      + 10-5-1967     ,,


93. Johann Albert Buss en Maria Herbers

3-3-1870.

Albert Buss, op 27-7-1840 geboren in Hebelermeer, trouwde te Rütenbrock op 11-8-1867 met Maria Herbers, geboren 10-8-1847 in Altenberge. Ze woonden eerst in Altenberge.

Op 3-3-1870 bood hij zijn grond in Altenberge te koop aan, ze woonden toen al in het Compascuum. De dochter Anna Maria, in Altenberge geboren, overleed hier op 4-4-1870. Ze woonden nabij het Zwartemeer.

In 1879 verhuisden ze naar Schöninghsdorf, later woonden ze in Rühlermoor. Albert Buss overleed daar op 3-6-1925.

Kinderen Buss-Herbers:

Anna Maria             * 4-10-1868 Altenberge     +  4-4-1870 Bargercompascuum

Maria                  * 21-2-1871 Bargercompascuum          ---

Anna Gebina            * 14-9-1874 Bargercompascuum          ---

Herman Hendrik         * 11-2-1878 Bargercompascuum           + 30-3-1954 Rühlermoor
x ---
Maria Elisabeth Wilken * 15-6-1869 Hebelermeer    +
   (wed. Brickmann)

Margaretha             *  2-8-1881 Schöninghsdorf ---


94.                                Bernardus Johannes Borghuis en Margrita Langen

29-4-1870.

Berend Borghuis, geboren op 17-3-1845 in de Maten, trouwde, Emmen 18-4-1868, met Margrita Langen, geboren 19-12-1845 te Roswinkel. De vader van Borghuis was wever en geboren in Wildervank. Deze familie stamde vermoedelijk uit Twente.

Hun oudste kind werd geboren in Roswinkel, hier werd op 29-4-1870 Anna Geertruida geboren. Ze hebben lang in de Maatschappij gewoond en verhuisden toen naar Barger-Oosterveld. Borghuis was hier onbezoldigd rijksveldwachter, vooral om stropers te weren uit het Scholtensveld. Berend Borghuis overleed op 23-4-1917 te Barger-Oosterveld, zijn vrouw stierf enkele weken later, op 19-5-1917.

Hun twee oudste kinderen vertrokken op 30-4-1894 naar de Ver. Staten, Minnesota, twee zoons woonden in Barger-Oosterveld.

Kinderen Borghuis-Langen:

Johannes Bernardus * 18-4-1868 Roswinkel    +           Aitkin Minn.V.S.

x ---

Maria Schröer      * 21-9-1869 Düne(Wesuwe) ---

  (hertrouwd, Aitkin 19-4-1898, met Heinrich Brümmer (64)

Anna Geertruida    * 29-4-1870 Bargercompascuum         +           Minn.V.S.
x ---
...    ...  Jasken *

Harm’s Hendericus  * 5-10-1873 Bargercompascuum         + 10-7-1950 Barger Oosterveld
x 1. Emmen 19-11-1898
Griet Aleid Fuhler * 6-12-1869 Valtherveen  +27-8-1902 EmmerErfscheidenveen
x 2. Emmen 21-1-1904
Maria Helena Heller*  8-7-1872 Schwartenberg+18-11-1933 Barger Oosterveld

Anna Gebina        *  7-8-1876 Bargercompascuum         + 30-8-1955 Mussel
x Onstwedde 12-8-1905
Berend Arends      *  1-9-1874 Oomsberg     +31-12-1954   ,,

Maria Gesina       *  7-6-1879 Bargercompascuum        +           Enschede
x Emmen 10-5-1906

Herm’s Hendr’s Roelofs*9-12-1878 Maten      +             ,,

Johannes Jozef     * 8-12-1882 Bargercompascuum         +12-12-1959 Barger Oosterveld
x Emmen 18-4-1918
Maria Bentlage  (80)

Gesina             *  3-9-1886 Bargercompascuum         +           Enschede
x Emmen 29-8-1907
Johan Heinrich Berens  (95)


95.                                Johann Hermann Berens en Maria Gesina Schleper

22-7-1870.

Harm Berens, op 4-11-1840 geboren in Hebelermeer, trouwde, Wesuwe 27-701869, met Maria Gesina Schleper, ook in Hebelermeer geboren, op 7-11-1842.

De vader van Berens kwam van Hüntel (Wesuwe). Deze familie had de huisnaam ‘Douzen’.

Hun eerste kind werd hier op 22-7-1870 geboren. Ze hebben aan de Schoolweg gewoond op plaats 32. Maria Gesina Schleper overleed hier op 6-2-1905.

Harm Berens hertrouwde op 26-4-1906 te Emmen met Anna Maria Kollmer, toen weduwe Vedder, eerder wed. Brokmann (78, pagina 91). Harm Berens is op 13-3-1922 gestorven, Anna Maria Kollmer op 17-8-1923.

Kinderen Berens-Schleper:

Herman Heinrich      * 22-7-1870 Bargercompascuum         +14-11-1914 Bargercompascuum

x Emmen 12-11-1897
Maria Adelh. Speller *  6-5-1875 Bargercompascuum         + 26-2-1958 Barger Oosterveld
   (hertrouwd met Berend Engelbert Gebbeken (85)

Anna Maria           * 24-4-1873 Bargercompascuum         +           Meppen?
x Meppen 19-11-1895
Rudolph Koop         * 21-9-1864 Haren        ---

Johan Gerard         * 18-2-1877 Bargercompascuum         + 22-2-1927 (Winschoten)
x 1. Emmen 11-10-1906
Margaretha Angela Suelmann  (86)
x 2. 23-3-1916
Maria Gezina Husers  * 11-4-1890 Bargercompascuum         + 30-8-1978 Bargercompascuum

Maria Helena         * 15-1-1879 Bargercompascuum         +           Meppen?
x Meppen 27-11-1906
Johann Bernard Klaas *      1874 Klein Fullen ---

Johan Heinrich       * 2-10-1881 Bargercompascuum         +           Enschede
x Emmen 29-8-1907
Gesina Borghuis  (94)

Bernard Heinrich     * 23-1-1885 Bargercompascuum         + 11-2-1889 Bargercompascuum


96.                             Johann Heinrich Robben en Anna Catharina Wester

6-10-1870.

Heinrich Robben, een neef van Robben (7, pagina 27), werd op 8-4-1818 geboren in Haar (Wesuwe). Hij trouwde op 22-11-1842 te Rütenbrock met Catharina Wester, geboren 6-10-1816 in Lathen. Zijn ouders woonden toen in Lindloh.

Hun kinderen werden in Lindloh geboren. Robben pachtte, samen met zijn schoonzoon Jan Fischer (89, pagina 102) op 6-10-1870 een deel van plaats 19 met de verplichting om er te wonen. Ze waren toen al landbouwers in Compascuum.

In 1877 woonden ze al in Barger-Oosterveld. Catharina Wester overleed daar op 18-2-1901, Heinrich Robben op 15-4-1901.

Kinderen Robben-Wester:

Anna Maria         *10-11-1843 Lindloh      +12-12-1902 Bargercompascuum

x Rütenbrock 14-5-1861

Johann Fischer  (89)

Anna Margaretha    * 6-11-1846 Lindloh      +  4-4-1935 Barger Oosterveld
x 1. Emmen 21-4-1875
Gerhard Hermann Brinkmann  (36)
x 2. Emmen 16-11-1893
Johann Bernard Jansen  (39)
x 3. Emmen 26-3-1903

Bern.Heinr. Jansen *      1842 Binnenborg D.+ 15-5-1915     ,,
x 4. Emmen 26-10-1916
Johannes Hilleger  *  8-4-1848 Sleen        + 13-2-1922     ,,

Bernard Heinrich   * 16-8-1849 Lindloh      + 16-2-1914 Bargercompascuum
x 1. Bargercompascuum 29-2-1876 (niet B.S.; kinderen Meijer)
Anna Helena Meijer * 8-12-1852 Düthe D.     + 24-4-1882 Barger Oosterveld
x 2. --        - Emmen 17-6-1892
Aaffien Moes       *      1855 Assen        + 28-4-1919 Bargercompascuum

Engelbert          * 18-3-1852 Lindloh      +23-10-1938 Barger Oosterveld

x Bargercompascuum 9-12-1877 - Emmen 19-8-1892

Maria Ges. Wielage * 29-2-1856 Waldhöfe D   +17-11-1922     ,,

Johann Hermann     * 22-9-1857 Lindloh      +  9-2-1898 Barger Oosterveld

x Bargercompascuum 9-12-1877 - Emmen 25-7-1878

Maria Elisabeth Sulmann  (18)


97.                                            Johann Hermann Suelmann

6-10-1870.

Op de lijst van pastoor Vroom staat als nr. 36 deze Suelmann. Hij heeft hier niet lang gewoond. Hij was hier landbouwer toen hij op 6-10-1870 een deel van plaats 20 huurde, met de verplichting er een woning te bouwen. Daar woonde hij in 1872.

Harm Suelmann, geboren 7-4-1841 te Lindloh, trouwde, Rütenbrock 15-9-1878, met Maria Catharina Mensen van Hebelermeer. Ze woonden in Schöninghsdorf toen Suelmann op 12-8-1886 plotseling in Lindloh overleed. Catharina Mensen hertrouwde in 1887 met Jan Geert Gosefoort van Erica. Daar is zij gestorven.


98.                                        Jan Ottens en Maria Catharina Sibum

14-2-1871.

Jan Ottens, geboren op 17-4-1842 in Oomsberg, gem. Onstwedde, trouwde op 14-2-1871 te Erica met Catharina Sibum, geboren 19-12-1847 in Lindloh. De vader van Ottens kwam van Dankern. Er is geen burgerlijk huwelijk van te vinden. Vermoedelijk heeft de pastoor van Rütenbrock, waar dit huwelijk ook is opgeschreven, een ‘trouwakte’ afgegeven. Ottens was toen scheper in Compascuum. Ze hebben hier lang als landbouwers in het Voor-Compas gewoond en zijn later vertrokken naar Barger-Oosterveld. Jan Ottens overleed daar op 2-8-1915, zijn vrouw op 14-11-1926.

Kinderen Ottens-Sibum:

Maria Elisabeth      *10-12-1871 Bargercompascuum       + 3-12-1878 Bargercompascuum

Maria Helena         * 25-3-1873 Bargercompascuum       + 6-12-1937 Bargercompascuum
x Emmen 20-6-1893
Gerhard Heinrich Veringa  (34)

Jan Harm             *  1-7-1874 Bargercompascuum       +25-12-1920 Barger Oosterveld
x Emmen 14-3-1899
Anna Maria Fuhler    * 21-4-1876 Valtherveen+  4-1-1949      ,,
   (hertrouwd 21-5-1927 Johann Wilhelm Grummel)

Angela               * 20-2-1876 Bargercompascuum       + 26-4-1949 Barger Oosterveld
x Emmen 20-2-1900
Herman Heinrich Kocks  (44)

Maria Elisabeth      * 5-10-1879 Bargercompascuum       +29-12-1914 Barger Oosterveld
x Emmen 23-4-1903

Herm’s Bern’s Fuhler *      1879 Valtherveen+ 22-4-1955      ,,
   (hertrouwd 20-5-1915 Margaretha Catharina Grummel)

Aleida               *  3-8-1882 Bargercompascuum      +           Ruurlo?

x Lochum 23-4-1911

Joh’s Hendrikus Bluemers ---

Maria                * 25-4-1884 Bargercompascuum      +  7-3-1920 Rütenbrock
x 1. Rütenbrock 13-7-1909
Rudolf Gerdes        *      1881 Rütenbrock +12-11-1914 IJperen B.
x 2. Rütenbrock ..
Rudolf Nik.Tieben    *      1883 Hesepe     + 10-1-1968 Rütenbrock

Geertruida           * 28-9-1886 Bargercompascuum       + 22-4-1968 Bargercompascuum

x Emmen 27-4-1911

Joh.Bernard Heller   * 27-8-1883 Braamberg  + 10-1-1974 Bargercompascuum

Thekla               * 15-1-1888 Bargercompascuum       + 22-1-1963 Barger Oosterveld

x Emmen 31-8-1911

Hendrik Fuhler       * 11-2-1891 Valtherveen+ 8-10-1973      ,,

Bernard              * 27-9-1891 Bargercompascuum      + 24-5-1976 Barger Oosterveld
x Emmen 15-8-1918
M.Anna Aleida Heijne * 17-3-1899 Maten      + 19-5-1968      ,,


99.                           Johann Heinrich Berken en Maria Helena Brokmann

25-4-1871.

Heinrich Berken, geboren 20-11-1843 in Neuringe, parochie Twist, trouwde op 25-4-1871 te Hebelermeer met Maria Helena Brokmann, in Hebelermeer geboren op 13-1-1848. Zij was een dochter van Brokmann (91, pagina 104). De vader van Berken was geboren in Dankern.

Bij hun huwelijk staat Compascuum als de toekomstige woonplaats. Eerst woonden ze dicht bij het Zwartemeer, later in Munsterscheveld en tenslotte in het Zwartenberger-Compascuum te Bargercompascuum Helena Brokmann  overleed op 14-9-1889 in Emmer-Compascuum.

Berken hertrouwde, Emmen 28-2-1890, met Elisabeth Conen, in 1862 geboren te Altenberge. Elisabeth Conen overleed hier op 18-12-1921, Hendrik Berken op 29-8-1922.

Kinderen Berken-Brokmann:

Herman Antoon     *  4-6-1874 Bargercompascuum             +           Recklinghausen?

x Emmen 9-5-1901

Anna Marg. Fuhlert*      1870 Holthe D.+

Berend Hendrik    *  5-5-1879 Munsterscheveld  +16-10-1960Barger Oosterveld
x Emmen 28-9-1911
Engel Brickmann   * 11-2-1888 Zwartemeer       +13-10-1962      ,,

Anna Elisabeth    *17-11-1883 Munsterscheveld  +                       D.
x Haltern 3-6-1914
Paul Robert Hohlfeld *   1875 Görlitz          ---

Kinderen Berken-Conen:

Gerhard Heinrich  * 10-1-1891 Emmer Compascuum + 22-1-1970 Emmer Compascuum
x Emmen 19-2-1914
Trijntje Nieman   *21-12-1896 Musselkanaal     + 1-12-1972      ,,  

Johan Herman      * 14-2-1896 Emmer Compascuum +28-12-1942(+Hannover) Bargercompascuum
x Emmen 10-5-1919
Maria Elis.Hüsers * 25-4-1896 Zwartemeer       +28-12-1988 Emmen
   (hertrouwd 23-6-1945 Pieter Alkema * 1906 Bargercompascuum)

Maria Elisabeth   * 10-1-1899 Emmer Compascuum + 19-8-1932 Bargercompascuum
x Emmen 29-1-1921
Henderikus Nieman * 23-7-1900    ,,            + 19-2-1942 Emmer Compascuum
   (hertrouwd 10-4-1937 Christina Wolters * 1907 Munnekemoer)

Anna Maria        * 16-6-1906 Bargercompascuum             ---
x ---

---               ---


100. Johann Gerhard Koop

20-10-1871.

Geert Koop, op 24-12-1841 geboren in Hebelermeer, heeft hier eerst gewoond met zijn zuster Maria Catharina, in Hebelermeer geboren op 15-2-1850.

Koop trouwde op 13-8-1872 te Hebelermeer met Maria Helena Disen, daar ook geboren, op 23-3-1848. Ze trouwden op 27-4-1876 nog eens in Emmen waarbij hun twee kinderen gewettigd werden.

Maria Catharina Koop trouwde op 8-2-1874 in Meppen met Heinrich Georg Schulte, in 1847 geboren te Kathen (Lathen). Ze hebben zo’n 20 jaar in Kopstukken (Onstwedde) gewoond en zijn toen weer vertrokken naar Duitsland.

Geert Koop woonde hier aan de Postweg, even ten oosten van de Schoolweg. In de 80-er jaren zijn ze verhuisd naar Barger-Oosterveld. Koop overleed daar op 3-5-1913, zijn vrouw op 9-10-1915.

Kinderen Koop-Disen:

Herman Heinrich      *  8-5-1873 Bargercompascuum          ---
x Assen 6-5-1905

Anna Wilh’a Const’a v.d. Heijden * 1871 Assen  ---

Anna Maria Catharina * 17-9-1875 Bargercompascuum         + 9-1-1889 Barger Oosterveld

Johannes Hendrik     * 22-6-1878 Bargercompascuum          +31-8-1951 Barger Oosterveld
x Emmen 20-10-1904
Maria Gezina Theijken  (102)

Johan Bernard        * 23-6-1881 Bargercompascuum          ---


101. Bernard Schulting en Anna Helena Nüssen

15-12-1871.

Bernard Schulting, geboren 12-12-1825 in Berge bij Fürstenau, trouwde op 29-11-1851 te Berge met Elisabeth Voss, van Grafeld. Van dit huwelijk waren twee zonen. Schulting was bakker in Berge. Elisabeth Voss is daar overleden.

Schulting hertrouwde op 8-8-1865 te Rütenbrock met Anna Helena Nüssen, in Lindloh geboren op 20-1-1846. Ze hebben een aantal jaren in Lindloh gewoond. Ze woonden hier op het eind van de Maatschappij. Schulting was hier bakker-landbouwer. Hij overleed op 21-12-1901. Helena Nüssen stierf bij haar dochter in Provincialmoor op 17-10-1914.

Drie zoons en een dochter zijn hier jong gestorven, de andere kinderen hebben in Duitsland gewoond.

Kinderen Schulting-Voss:

Wilhelm Heinrich         *19-12-1851 Berge       +25-11-1883 Bargercompascuum
x Bargercompascuum 12-5-1880  (niet voor de B.S.)
Anna Gertrudis Gerdes  (76)
   (hertrouwd 8-8-1884 Jan Berend Rohling * 1855 Slagharen)

Gerhard Heinrich         *25-12-1853 Berge       +           Rütenbrock

x Bargercompascuum 20-4-1882 - Emmen 8-12-1882
Marg. Adelheid Schmitz   *      1862 Rütenbrock  ---

Kinderen Schulting-Nüssen:

Johann Rudolf Carl       *  9-1-1867 Lindloh     + 21-7-1898 Bargercompascuum
x Emmen 10-8-1894
Helena Margaretha Arling * 28-2-1868 Braamberg   + 24-4-1951 Bargercompascuum
   (hert. 12-5-1899 Johann Hermann Wielage * 1873 Altenberge)

Bernard                  *  7-5-1869 Lindloh+ 29-5-1886 Bargercompascuum

Elisabeth                * 13-1-1872 Bargercompascuum        +           Fehndorf

x Bargercompascuum 10-10-1890

Johann Bernard Janning   *      1863 Twist       +             ,,

Helena Wilhelmina        * 28-9-1874 Bargercompascuum        +  7-7-1901 Bargercompascuum

Helena Carolina          *  1-1-1878 Bargercompascuum        + 1-10-1951 Provincialmoor
x Emmen 11-10-1898
Johan Gerard Bentlage    * 16-3-1875 Bargercompascuum        + 23-3-1917   ,,


Hier volgen mensen die niet eerder voorkwamen in de Bevolkingsregisters van Emmen, in huurcontracten, enz. Ze staan wel op de lijst van pastoor Vroom van 1872. Sommigen zijn in 1872 naar hier gekomen, anderen woonden er waarschijnlijk al langer.

102. Heinrich Joseph Teiken

1872.

Joseph Teiken, geboren op 26-8-1836 in Schwartenberg, heeft hier de eerste jaren blijkbaar op zijn eentje gewoond in het Voor-Compas, op plaats 16.

Hij trouwde op 25-5-1875 te Emmen met Anna Angela Borgmann (25, pagina 45). Zij overleed al op 9-9-1878 na de geboorte van hun tweede kind. Dat kind stierf 10 dagen later bij zijn familie in Schwartenberg.

Josef Teiken hertrouwde op 10-9-1880 te Emmen met Maria Gezina Kramer, geboren 5-12-1847 in Zandberg. De naam Teiken veranderde toen in Theijken doordat de pastoor van Rütenbrock die zijn geboortebewijs afgaf, die naam toen zo schreef.

Joseph Theijken overleed op 21-11-1915 in het Voor-Compas, zijn vrouw stierf op 29-11-1919 in Barger-Oosterveld bij haar dochter.

De Teikens stammen via Schwartenberg van Waldhöfe bij Sögel.

Kinderen Teiken-Borgmann:

Heinrich Anton         * 10-7-1876 Bargercompascuum      +  8-8-1915 Bargercompascuum

Angela Adelheid        *  7-9-1878 Bargercompascuum      + 17-9-1878 Schwartenberg

Kinderen Teiken-Kramer:

Anna Angela            *24-10-1881 Bargercompascuum      +  5-6-1920 Bargercompascuum

x Emmen 28-11-1899
Jan Berend Suelmann    * 10-4-1879 Bargercompascuum      +  3-5-1929 Bargercompascuum(+Groningen)
   (hertrouwd A.M.Christina Bos wed. Bürmann * 1886 E.C.)

Anna Maria             *21-11-1883 Bargercompascuum      +           Haren D.
x Haren 31-5-1910
Johann Bernard Schulte *

Maria Gezina           *  8-9-1885 Bargercompascuum      + 10-2-1957 Barger Oosterveld
x Emmen 20-10-1904
Johannes Hendrik Koop  (100)

Jan Willem             *  9-7-1893 Bargercompascuum      +  1-2-1960 Bargercompascuum
x Emmen 11-5-1916
Anna Aleida Muller     * 31-3-1890 Emmerrunde+  6-6-1978 (+Coevorden)


103. Gerhard Heinrich Tholen en Maria Adelheid Nieters

1872.

Deze familie Tholen staat als nummer 25 op de lijst van pastoor Vroom. Geert Hendrik Tholen, op 23-4-1822 geboren te Lindloh, trouwde op 6-5-1851 in Rütenbrock met Maria Adelheid Nieters, geboren 2-10-1828 in Neusustrum. De Tholen’s stammen van Haren.

Hun kinderen werden in Lindloh geboren, behalve de jongste, die hier op 28-10-1872 geboren werd.

Ze woonden vooraan in de Maatschappij, maar zijn al gauw naar Zwartemeer verhuisd. Maria Adelheid Nieters overleed daar op 21-10-1892, Tholen op 5-9-1894.

Vier zoons zijn vertrokken, sommigen naar Amerika.

Kinderen Tholen-Nieters:

Johann Rudolf         *      1851 Lindloh     +  9-1-1866 Lindloh

Maria Helena          * 22-9-1853 Lindloh     + 6-12-1865 Lindloh

Maria Catharina       * 22-8-1856 Lindloh     + 11-7-1885 Bargercompascuum
x Emmen 30-8-1877

Joh.Hermann Robben    * 30-9-1837 Rütenbrock  +17-12-1918 Emmer Compascuum

Johann Bernard        * 5-11-1858 Lindloh     + 12-6-1926 Barger Oosterveld
x 1. Emmen 20-2-1880
Maria Gesina Kramer   *24-10-1860 Valtherveen +22-11-1882 Bargercompascuum
x 2 Emmen 26-6-1883
Anna Maria Lampen     * 13-6-1852 Hebelermeer + 12-7-1897 Bargercompascuum
x 3. Emmen 1-2-1898
Maria Aleida Snijders * 31-8-1871 Erica       + 7-10-1952 Barger Oosterveld

Hermann Heinrich      * 13-2-1861 Lindloh     ---

Johann Heinrich       *13-10-1863 Lindloh     ---

Johann Rudolf         * 11-5-1866 Lindloh     +18-12-1916 Zwartemeer
x Emmen 26-11-1889                                        (+Den Bosch)  
Maria Aleida Gerdes   * 13-7-1872 Valtherveen +  7-1-1961 Bargercompascuum

Johann Hermann        *  5-1-1869 Lindloh     ---

Theodoor Heinrich     *28-10-1872 Bargercompascuum        ---


104. Maria Lubbers

1872.

Maria Lubbers staat als nr. 29 op de lijst van pastoor Vroom. Zij was toen 17 jaar en zou geboren (of gedoopt) zijn in Zandberg. Ze was ‘ancilla’ (dienstmeid of huishoudster). Vermoedelijk was zij dienstmeid bij Hoffard (32, pagina 50). Dit moet Maria Lubbers zijn, geboren 25-10-1854 te Roswinkel en gedoopt te Rütenbrock. Tot 1857 behoorden de katholieken van de Maten en Roswinkel tot de parochie Rütenbrock, daarna tot de parochie Zandberg. Ze was een dochter van Bernard Lucas Lubbers en Anna Maria Hemmen. Zij overleed, ongehuwd, op 28-10-1927 in Emmer-Compascuum.

105. Johann Bernard Schröer

1872.

Schröer staat als nr. 32 op de lijst van 1872. Dat is ook alles wat er hier van hem is te vinden. Hij was op 23-11-1843 geboren in Lindloh en heeft later in Hebelermeer gewoond. Hij is twee maal getrouwd geweest, de eerste keer, Hebelermeer 25-7-1876, met Maria Tecla Falke wed. Wilken, en vervolgens, Hebelermeer 21-4-1879, met Anna Maria Diesen. Schröer overleed op 4-2-1882 in Hebelermeer.


106. Johann Heinrich Wessels en Maria Tecla Ottens

1872.

Hendrik Wessels, op 13-2-1839 geboren in Rütenbrock, trouwde daar op 20-4-1869 met Tecla Ottens, geboren 26-11-1844 in Horsten. Zij was toen dienstmeid te Lindloh. Wel schreef de pastoor van Rütenbrock als hun toekomstige woonplaats Compascuum, maar ze hebben eerst een paar jaar in Roswinkel gewoond. De familie Wessels woonde aan de Schoolweg op plaats 17. Hendrik Wessels overleed al op 21-8-1881. Ook twee kinderen zijn jong gestorven. Tecla Ottens stierf bij haar schoonzoon Heinrich Hartmann (108, pagina 120) op 5-1-1927.

Kinderen Wessels-Ottens:

Maria Elisabeth     * 15-2-1870 Roswinkel + 8-11-1918 Bargercompascuum
x Emmen 25-10-1892
Johann Heinrich Hartmann  (108)

Maria               *  9-1-1872 Roswinkel + 21-4-1891 Bargercompascuum

Jan Harm            * 14-2-1874 Bargercompascuum      +  1-1-1951 Barger Oosterveld
x Emmen 29-1-1903
Angela Arling       *13-12-1881 Braamberg +12-10-1965    ,,   

Rudolf              * 27-1-1876 Bargercompascuum      +29-10-1897 Bargercompascuum

Jan                 * 19-9-1877 Bargercompascuum      +           Overberge D.
x ---

Henriëtte Köhling   *11-12-1878 Overberge + 20-2-1954    ,, 

Bernard             * 1-10-1879 Bargercompascuum      +31-12-1967 Emmen

x Emmen 2-12-1902

Maria Adelheid Bentlage  (80)


107. Gerhard Heinrich Lübbers

1872.

Geert Lübbers staat op de lijst van pastoor Vroom bij de familie Wilken (47, pagina 64), hij was daar toen knecht. Hij was op 12-12-1849 geboren in Hebelermeer. De Lübbers’ stammen van Wesuwe. Hij trouwde op 13-2-1877 in Bargercompascuum met Maria Helena Ahlers, op 4-6-1851 geboren in Bersede (Wesuwe). Haar ouders woonden later ook in Hebelermeer. Op 20-6-1884 trouwden ze te Emmen, toen werden hun twee kinderen gewettigd. Geert Lübbers was landbouwer, eerst op plaats 43, aan de Runde, later op plaats 32. Helena Ahlers overleed op 28-10-1890. Lübbers (later vaak Lubbers) hertrouwde, Emmen 5-5-1891, met Anna Helena Kösters, geboren 5-9-1869 te Lindloh. Geert Lübbers overleed hier op 28-9-1918, Helena Kösters woonde later met drie dochters en de jongste zoon in Emmer-Compascuum. Zij overleed daar op 4-4-1948.

Kinderen Lübbers-Ahlers:

Maria Tecla          * 27-1-1880 Bargercompascuum      + 14-6-1954 Nw.Dordrecht
x Emmen 26-1-1904
Johan Hendrik Hoge  (43)

Johan Herman         * 30-5-1882 Bargercompascuum      +19-11-1907 Bargercompascuum

x Emmen 9-8-1906

Helena Borgmann  (25)

Maria Anna           * 6-10-1884 Bargercompascuum      +      1967 Lathen D.

x Lathen 10-2-1920

Gerh.Herm. Brinkmann *

Johan Bernard        * 17-6-1886 Bargercompascuum      + 16-5-1979 Bargercompascuum

x Emmen 31-5-1930

Maria Cath. Schulte  * 25-1-1898 Bargercompascuum      +  4-2-1968 Bargercompascuum

Adelheid             * 8-10-1888 Bargercompascuum      + 25-2-1972 Nw.Schoonebeek
x Emmen 23-4-1914
Berend Hendrik Berens* 1882 Zwartemeer     +18-12-1959      ,,

Kinderen Lübbers-Kösters:

Gerard Herman        * 17-6-1892 Bargercompascuum      + 8-11-1942 Bargercompascuum

x Emmen 26-10-1917

Maria Cath. Zwake    * 22-9-1887 Bargercompascuum      + 3-10-1974 Bargercompascuum

Maria Helena         * 3-12-1894 Bargercompascuum      + 10-3-1980 Emmer Compascuum

x Emmen 13-1-1920
Johan Wilhelm Schulte* 4-12-1893 Bargercompascuum      +25-11-1963 Bargercompascuum

Marg. Adelheid       * 25-2-1896 Bargercompascuum      + 11-7-1986 Emmer Compascuum

Bernard Heinrich     *  7-7-1899 Bargercompascuum      +  9-4-1991 Barger Oosterveld
x Emmen 9-9-1922
Anna Helena Wilken   * 15-6-1898 Bargercompascuum      +  2-8-1984      ,,

Marg. Elisabeth      *  7-7-1899 Bargercompascuum      + 25-8-1899 Bargercompascuum

Anna Elisabeth       * 12-3-1902 Bargercompascuum      + 21-2-1994 (Coevorden)

Anna Maria           * 21-6-1905 Bargercompascuum      + 18-6-1981 Emmer Compascuum

Hermannus Hend’s     * 23-2-1909 Bargercompascuum      + 12-8-1984 Emmen

x Emmen       1954

Alke Winter          * 19-2-1917 Emmer-Compascuum ---


108. Bernard Heinrich Hartmann en Josephina Frederika Maria van Bree

1872.

Berend Hartmann, op 5-3-1834 geboren te Rütenbrock, trouwde daar op 25-2-1862 met Maria Elisabeth Reis, geboren 19-3-1841 in Lindloh. Ze waren pachters te Lindloh. Van dit huwelijk waren drie kinderen. Elisabeth Reis overleed op 24-6-1870. Hartmann hertrouwde, Rütenbrock 20-9-1870, met Josephina Frederika Maria van Bree, op 1-2-1842 geboren in Nödike (Meppen). Haar vader kwam van Berkelhout bij Delft. Hun oudste kind werd geboren in Lindloh. In Emmen werden ze op 25-7-1872 ingeschreven. Ze woonden hier eerst tegenover Conen (62, pagina 77), later in de buurt van Borgmann (25, pagina 45) aan de Schoolweg. Berend Hartmann overleed op 9-2-1914, Maria van Bree op 13-9-1930. Vijf kinderen trouwden in Duitsland, één zoon overleed daar ongehuwd. De zoon Gerard Joseph werd missiebroeder en is jong in de missie gestorven. Hier bleven een dochter en de zoon uit het eerste huwelijk. De Hartmann’s hadden als huisnaam ‘Winds’. Ze kwamen via Lindloh, Rütenbrock, Altenberge en Landegge van Versen. De stamvader was een militair (ruiter) die in 1726 trouwde in Wesuwe.

Kinderen Hartmann-Reis:

Maria Elisabeth     *  5-12-1862 Lindloh     + 27-8-1929 Bargercompascuum
x Emmen 5-6-1888
Gerhard Heinrich Schulte  (88)

Anna Adelheid       *  26-3-1865 Lindloh     + 17-7-1903 Hemsen D.
x Meppen 8-1-1889

Herm.Heinr. Krüssel *       1862 Versen      ---

Johann Heinrich     *   1-6-1867 Lindloh     +  4-8-1941 Bargercompascuum
x Emmen 25-10-1892
Maria Elisabeth Wessels  (106)

Kinderen Hartmann-van Bree:

Maria Margaretha    * 17-10-1871 Lindloh     +           D.

x Meppen 20-8-1891
Cornelis Ermen      * 12-11-1859 Assen       ---

Bernard Frederik    *  30-4-1873 Bargercompascuum        + 31-7-1958 Meppen
x Meppen 27-7-1897
Maria Ges. Ostermann * 11-3-1874 Holhausen   ---

Maria Helena         *10-10-1874 Bargercompascuum        +           D.
x Schöninghsdorf 27-7-1909

Gerh.Heinr. Veltrup  *      1873 Geest D.    ---

Frans Anton          *22-12-1875 Bargercompascuum        +16-11-1960 Barger Oosterveld
x Emmen 24-2-1903
Tecla Arends         *23-10-1876 Maten       + 10-7-1933    ,,     

Johan Herman         *28-11-1877 Bargercompascuum        + 10-7-1933 Neuversen D.

Gerard Joseph        * 24-9-1880 Bargercompascuum        +           in de Missie

Maria Gesina         * 21-6-1884 Bargercompascuum        +  5-5-1970 Meppen

x Meppen 6-9-1910

Gerhard Hermann Brand---                     ---

109. Johann Hermann Lübbers en Maria Elisabeth Brinker

1872.

Harm Lübbers, op 30-9-1836 geboren te Wesuwe, trouwde daar op 29-1-1868 met Maria Elisabeth Brinker, geboren 11-12-1843 in Nödike (Meppen).

Ze woonden eerst in Hebelermeer waar ook zijn ouders woonden. Daar werd hun zoon Johann Bernard geboren. Hier woonden ze op de strook grond die aan Hebelermeer was afgestaan. Zijn vader, Johann Heinrich Lübbers geboren 25-2-1800 te Bersede (Wesuwe), woonde bij hen in. Hij was weduwnaar en overleed hier op 14-2-1873.

Op 11-2-1873 werd van hen een kind geboren dat vijf dagen later stierf. Elisabeth Brinker overleed op 26-2-1873. Zij werd in Hebelermeer begraven omdat men door de slechte weg niet naar Erica kon, waar de katholieken van hier sinds 1866 begraven werden.

Harm Lübbers kwam in conflict met de boeren van Hebelermeer. Die betwisten hem het recht om daar te wonen. Volgens hen had zijn vader met het verkopen van zijn grond te Hebelermeer ook zijn rechten op de grond in Bargercompascuum verkocht. Daarom vernielden ze op 10-3-1873 zijn hut en inboedel. Een paar dagen later verbrandden ze de overblijfselen van de woning.

Lübbers is toen weer over de grens gegaan. Hij hertrouwde op 15-5-1876 te Hebelermeer met Anna Helena Schmitz, geboren 3-2-1847 in Neusustrum. Ze woonden in Schöninghsdorf.  Enkele kinderen van hen zijn jong gestorven. Helena Schmitz stierf daar op 1-4-1888.

Herman Lübbers heeft daarna in Zwartemeer gewoond, hij overleed op 20-4-1916. Zijn zoon Bernard woonde daar ook, de zoon uit het tweede huwelijk heeft in Weiteveen gewoond. Ze hebben een talrijk nageslacht.

Kinderen Lübbers-Brinker:

Johann Bernard        *20-12-1868 Hebelermeer    +  9-5-1869 Hebelermeer

Johann Bernard        *25-10-1870 Hebelermeer    +  6-6-1954 Chevremont
x Emmen 23-5-1893                                            (Limburg)
Anna Helena Schwieters*      1873 Alexisdorf     + 15-2-1967     ,,

Kinderen Lübbers-Schmitz:

Hermann Heinrich      * 28-3-1882 Schöninghsdorf + 21-4-1956 Weiteveen 
x Emmen 17-3-1910

M.Hel.Adelh. Schulte  *      1887 Nw.Schoonebeek + 29-8-1944     ,,

Gerhard Heinrich      * 18-2-1886 Schöninghsdorf + 19-2-1886 Schöninghsdorf

Gerhard Heinrich      * 26-8-1987 Schöninghsdorf +  3-1-1889 (Vastenow)


110. Hermann Bernard Lüttel

1872.

Op de lijst van pastoor Vroom staat als nr. 50 Harm Berend Luttel. Deze Lüttel, op 30-1-1803 geboren in Hesepertwist, trouwde op 28-6-1838 in de kerk te Coevorden met Anna Phenenna Catharina Ahlers, geboren 9-2-1810 in Lindloh. In het gemeentehuis van Coevorden trouwden ze op 27-6-1839.

Lüttel was toen arbeider in Zaadveenen, gem. Coevorden, later werd die plaats Steenwijksmoer genoemd. Ze hebben ook in Slagharen gewoond, daar is vrouw Lüttel-Ahlers overleden.

In 1876 werd hij nog als inwoner van Bargercompascuum genoemd, hij was toen schaapherder. Hij moet daarna vertrokken zijn naar Duitsland. De zoon Bernard Heinrich heeft hier lang gewoond.

Kinderen Lüttel-Ahlers:

Bernard Heinrich      * 17-1-1836 Schwartenberg  +19-12-1907 Bargercompascuum
x Hebelermeer 21-4-1874
Maria Cath.Schnieders *      1843 Geest(Wesuwe)  + 16-4-1901 Bargercompascuum

Harmannus             * 12-7-1839 Zaadveenen  (30)
x Emmen 14-3-1867
Maria Adelheid Kappen ---     

Anna Geertruida       *11-10-1845 Slagharen      +19-8-1928 Rütenbrock
x Wesuwe 10-5-1869 - Emmen 27-4-1876
Johann Heinrich Gebbeken  (85)


111. Peter Reis en Euphemia Maria Berens

1872.

Peter Reis (soms Reiss), geboren 19-8-1840 in Hebelermeer, trouwde daar op 25-10-1870 met Maria Berens, wed. Lübbers, te Hebelermeer geboren op 3-8-1839.

Zij was eerder getrouwd geweest, Wesuwe 14-5-1861, met Hermann Everhard Mathias Lübbers, geboren 11-8-1830 in Wesuwe. Ze woonden in Hebelermeer. Lübbers overleed op 1-10-1869. Van dit huwelijk waren de dochters Maria Angela en Maria Elisabeth.

Het echtpaar Reis - Berens woonde eerst ook te Hebelermeer. Daar werd hun zoon Bernard Anton geboren. Hier werden nog drie kinderen geboren, waarvan er één jong overleed.

Volgens het Bevolkingsregister vertrokken ze op 23-1-1882 weer naar Hebelermeer. Op 28-10-1884 werd Peter Reis dood gevonden in het Süd-Nortkanal. Maria Berens hertrouwde op 22-6-1885 in Hebelermeer met Johann Heinrich Thye, te Haselünne geboren op 10-8-1847. Hij was kanaalarbeider in Schöninghsdorf. Daar hebben ze ook gewoond. Maria Berens overleed op 14-6-1894 in het ziekenhuis te Meppen.

Kinderen Lübbers-Berens:

Maria Angela      * 19-9-1863 Hebelermeer     + 13-4-1924 Barger Oosterveld

Maria Elisabeth   *  8-2-1866 Hebelermeer     + 12-7-1943 Bargercompascuum
x Rütenbrock 11-5-1886
Gerh.Herm. Fischer* 25-5-1858 Lindloh         + 20-1-1934 Bargercompascuum

Kinderen Reis-Berens:

Bernard Anton     * 3-11-1871 Hebelermeer     +  3-2-1958 Maten
x 1. ..        - Emmen 29-12-1899
Leenke Sandmann  (16)
x 2. Emmen 12-6-1902

Anna Maria Lake   *  1-4-1867 Weerdingermarke + 1-12-1947   ,,

Bern’s Hermannus  * 23-3-1874 Bargercompascuum            +17-11-1904 Schöninghsdorf

Maria Gesina      * 17-1-1877 Bargercompascuum            +25-11-1878 Bargercompascuum

Johan Bernard     * 27-4-1879 Bargercompascuum           +           D.


112. Johannes Hendrikus Veltrop en Klaasje Spin

1872.

Hendrikus Veltrop op 23-9-1839 geboren te Slagharen, trouwde daar, Ambt Hardenbergh 2-5-1863, met Klaasje Spin, in October 1840 te Steenwijkerwold geboren. De Veltrop’s stammen van Emlichheim.

Ze vertrokken naar Erica, daar hebben ze negen jaar gewoond. Hier woonden ze in de buurt van het Zwartemeer. Klaasje Spin overleed op 11-12-1877. Veltrop hertrouwde, Bargercompascuum 25-2-1878 en Emmen 17-3-1882, met Maria Katharina Wilken, op 1-12-1841 geboren in Roswinkel.

In 1882 emigreerde het gezin Veltrop naar de Ver.Staten, staat Missouri. Ze woonden daar in Taos waar eerder nogal veel oud-inwoners van Twist en Nw. Schoonebeek waren terecht gekomen. Hendrikus Veltrop is daar op 29-11-1902 gestorven.

Kinderen Veltrop-Spin:

Maria Lena           * 21-1-1865 Erica  ---         Taos MO.

Alb’s Gerhardus      *29-10-1868 Erica  + 12-3-1954 Taos MO.

x Taos MO. 18-5-1897

A.M.Ther. Schnieders * 1871 ---         + 16-6-1934    ,,       

Joh’a Henderika      * 21-7-1871 Erica  ---         Taos MO.

Helena               * 5-11-1874 Bargercompascuum   ---         Taos MO. 

Gerardus             * 15-4-1877 Bargercompascuum   + 11-9-1877 Bargercompascuum


113. Gerardus Hermannus Veltrop en Maria Gesina Wesseling

1872.

Geert Veltrop, een broer van de vorige, op 2-3-1843 geboren in Slagharen, trouwde op 1-2-1867 te Emmen met Gesina Wesseling, eveneens in Slagharen geboren, op 13-11-1844.

Ze woonden eerst in Erica. Hier hebben ze ongeveer acht jaar nabij het Zwartemeer gewoond, daarna een korte tijd weer te Erica. Toen zijn ze verhuisd naar Nieuwe Schutting bij Roswinkel.

Geert Veltrop overleed daar op 6-4-1905, hij verongelukte toen hun huis afbrandde. Gesina Wesseling is oud geworden, zij stierf op 11-1-1937 in Emmer-Compascuum.

Kinderen Veltrop-Wesseling:

Maria Helena         * 4-12-1868 Erica        + 12-3-1909 Nw.Schutting
x Emmen 12-2-1895

Joh’s Bern’s Wendels * 10-2-1865 Valtherveen  + 21-5-1943 Emmer Compascuum

Margaretha           * 14-1-1871 Erica        +13-11-1963 Emmer Compascuum
x ---
Heinrich Pollmann    * 14-7-1876 ---          + 16-5-1954    ,,

Bern’s Hendericus    *15-10-1873 Bargercompascuum         + 9-12-1960 Zwartemeer
x 1. Emmen 2-5-1901
Anna M. Aleida Vonke *      1882 Erica        + 17-8-1918    ,,
x 2. Emmen 13-8-1921
Maria Gez’a Siemers  *  9-7-1894 Horsten      +  1-5-1962    ,,

Gerhardus            * 29-8-1875 Bargercompascuum         + 18-3-1881 Erica

Johan Herman         * 18-8-1877 Bargercompascuum         +  2-1-1878 Bargercompascuum

Maria Gesina         * 26-2-1879 Bargercompascuum         + 20-6-1971 Emmer Compascuum

x Emmen27-5-1898

Andreas Harms        *14-11-1871 Roswinkel    + 11-5-1932    ,,

Hermina              * 22-4-1882 Nw.Schutting + 11-3-1954 Ter Apel

x Emmen 30-4-1914
Joh.Heinr. Trechsel  *  8-7-1878 Ter Apel     +20-11-1961    ,,

Geertruida           * 21-5-1885 Nw.Schutting + 23-7-1969 Emmer Compascuum
x Emmen 7-11-1919
Herm.s Hend’s Sulman * 6-10-1883 Horsten      +15-12-1979    ,,


114. Bernard Heinrich Bürmann

1872.

Bürmann, nr. 70 op de lijst van 1872, wonend bij het Zwartemeer. Als geboorteplaats staat er Rütenbrock. Vermoedelijk was hij in Altenberge geboren. Hij heeft hier niet lang gewoond en is niet verder gevolgd.

115. Joseph van Teglingen

1872.

Zo staat hij als nr. 71 op de lijst van pastoor Vroom, zonder leeftijd en geboorteplaats. Teglingen kan hier geboorteplaats zijn en Von Techlingen is ook een familienaam. Vermoedelijk verbleef hij in een hut bij het Zwartemeer, maar niet voor lang. Er is verder niets van bekend.

116.                 Gerhard Heinrich Hemelt en Maria Katharina van der Aa

1872.

Geert Hendrik Hemelt (soms Hemel), geboren 16-12-1834 in Adorf bij Twist, was arbeider in Slagharen toen hij trouwde, Ambt Hardenbergh 6-7-1861, met Katharina van der Aa, op 30-11-1835 geboren in de Maten. Zij was de stiefdochter van Hoge (43, pagina 60).

Ze woonden eerst in Slagharen, daarna te Erica. Hier woonden ze bij het Zwartemeer, later in Zwartemeer. Hemelt overleed daar op 12-2-1902, zijn vrouw op 19-4-1902.

De oudste zoon overleed als 14-jarige te Alkmaar in een opvoedingsgesticht. De andere zoon vertrok naar Overijsel. Hij woonde later in Duitsland waar hij zich in 1896 liet naturaliseren tot Duitser.

Kinderen Hemelt-van der Aa:

Jan Herman         *12-12-1861 Slagharen +29-12-1875 (Alkmaar)

Gesina             *  2-6-1865 Erica     + 23-1-1917 Zwartemeer
x Emmen 28-8-1883
Gerh.Wilh. Veringa *  5-8-1858 Adorf     +12-10-1944     ,,

Joh’s Hinderikus   *  4-1-1868 Erica     ---         D.

Anna Maria         * 27-3-1871 Erica     + 16-3-1875 Bargercompascuum

Maria Katharina    * 18-5-1874 Bargercompascuum      +17-10-1874 Bargercompascuum

PAARDENEIGENAARS EN PAARDEN

In 1867 werd een lijst opgemaakt van paardeneigenaars en hun paarden. De lijst is gedateerd op 28-Mei 1867. Ook de leeftijd van het paard werd vermeld.

Voor Rundeveen (Compascuum en Smeulveen) vermeldt die lijst de volgende eigenaren en paarden, paarden jonger dan 4 jaar werden niet meegeteld. Voor het werk waren paarden in de categorie 4 tot 8 jaar het meest waardevol. Werk op bovenveen was voor een paard niet zulk zwaar werk als bijvoorbeeld op zandgrond. Paarden gingen hier dus langer mee.

Eigenarenouderdom paarden
4-8 j.8-11 j.boven 11 j.
H. Kramer1
J.H. Soelman11
B.Santman1
H. Nieters1
H. Meijering1
H.H. Hoffard1
H. Tolen1
W. Rabbers1
D. Wolters1
B.H. Tobbe (Tubben)1
H. Huitel (Heitel)1
H. Kleefman (Klifman)1
H. Keuter1
A. Strijk1
H. Wagenaar1
H. Krieger1
H. Hoge1
G. Amel1
J.H. Veeninga (Feringa)1
J.B. Wilken1
J.H. Gepken (Gebbeken)1
H. Huzers1
J.B. Jansen1
J. Book1
A. Zondervan (Lubbers)1
G. de Vries1
J. Dijks1
Wed.A. Smits (Suelmann-Schmitz)1

OVER SCHOLEN IN BARGERCOMPASCUUM

O.L.School I.

Het oprichten van een school in Bargercompascuum heeft nogal wat voeten in de aarde gehad.

In de gemeenteraadsvergadering van 9-2-1866 werd een verzoek behandeld van ‘ingezetenen der kolonie bij de Runde’ om daar een school te stichten, ‘teneinde de kinderen genot kunnen hebben van onderwijs’. De raad vond dat daar niet gesproken kon worden van een ‘vaste’ bevolking en vond het denkbaar dat die bevolking binnen korte of langere tijd weer vertrok. De raad wilde voor zo’n vestiging geen school stichten. De kinderen uit die kolonie konden ‘s zomers naar de school te Vastenow gaan, waar voor hen ‘genoegzaam onderwijs’ te krijgen was. Men besloot aan de adressanten te kennen te geven dat aan hun verzoek niet kon worden voldaan.

Dan begint Gedeputeerde Staten zich ermee te bemoeien. Ze stuurden B.en W. van Emmen een resolutie, 7-7-1866, waarin aanbevolen werd over te gaan tot het stichten van een school voor de bevolking van ‘het Compascuum en de Runde’. De raad antwoordde dat ook zij vonden dat de kinderen ‘van het Compascuum en de Runde, gezamelijk behorende tot de ‘colonie bij de Runde’, beter van het onderwijs konden gebruik maken wanneer er in hun nabijheid een school gesticht werd, dan wanneer ze naar de school te Vastenow moesten gaan. Maar er was geen geld voor het stichten van een school. Ook kon daar geen onderwijzer naar toe geplaatst worden, ‘alle woningen zijn keten waarin geen onderwijzer een fatsoenlijk verblijf kan hebben’. Verder wilde de raad zich houden aan een besluit van 1-1-1866, waarin de gemeente was verdeeld in 8 schooldistricten. Hierbij vielen de kinderen van Bargercompascuum onder de school van Vastenow. Deze regeling gold voor 5 jaar en was goedgekeurd door G.S. De raad wilde die 5 jaar afwachten en een school stichten ‘zoo die dan nog noodig is’.

In hun brief van 7-7 hadden G.S. de school aanbevolen voor ‘de bevolking van ‘t Compascuum en de Runde, met inbegrip van hen die naar de plaatsaanwijzing van ‘t gemeentebestuur, gevestigd zijn op het Smeulveen’….Naar het bericht van de schoolopziener bestaande uit 47 huisgezinnen, met een tal van 56 kinderen die in de jaren vielen om onderwijs te volgen…..Van het argument van de raad dat de kinderen ‘s zomers naar de school in Vastenow konden gaan, werd gezegd dat daarvan bij zo’n bevolking niets terecht kwam’. Het mocht van G.S. wel een school worden met ‘een min kostbare inrigting, wellicht van hout gebouwd’. De school mocht een tijdelijk karakter hebben en kon altijd weer worden opgeheven wanneer ze niet meer nodig was. G.S. verwachtten trouwens niet dat deze nederzetting weer spoedig zou verdwijnen.

Nadat de raad van Emmen nog weer meldden dat ze de 5 jaar wilden afwachtten, scherpten G.S. in een resolutie van 8-8-1866 de zaak aan. Ze zouden zich verplicht zien zelf een school te stichten wanneer de raad bij haar besluit bleef. Dat zou tot gevolg hebben dat er ‘eene meer kostbare’ school gebouwd zou worden inplaats van de tijdelijke zoals zij eerder hadden voorgesteld. De uitslag van de raad werd binnen 14 dagen ingewacht.

Ondanks al die argumenten weigerde de raad in hun vergadering van 29-8 de school te stichten; er was geen geld voor.

Toen kwam er een brief van G.S., gedateerd 11-9-1866, waarin bevolen werd een school te bouwen. De regeling van de 5 jaar waarop Emmen zich beriep gold niet wanneer er tussentijds de behoefte bestond om er een school bij te bouwen. De raad van Emmen besloot hierop een school te bouwen. Zodra ‘het veen genoegzaam was opgedroogd’ zou tot het stichten van een school en onderwijzerswoning worden overgegaan.

In een brief van 31-10 droegen G.S. het gemeentebestuur op om in Mei 1867 te berichten hoever men was met de voorbereidingen. Het jaar 1867 verliep met voorbereidingen. Nadat het bestek nog eens was gewijzigd, werd het op 18-12-1867 door G.S. voorwaardelijk goedgekeurd, waarbij o.a. de vloer van de school werd bepaald op 50 cm. boven het maaiveld.

Op 27-2-1868 was de aanbesteding van school en onderwijzerswoning. Er waren twee inschrijvers; Geert Lamberts, houtkoper te Noordbarge, met ƒ4999,- en Hendrik Mennega, houtkoper te Assen, voor ƒ4750,-. Het werd gegund aan de laagste inschrijver. Het werk moest tussen 15 Sept. en 1 Oct. 1868 opgeleverd worden. De begroting was ƒ4206,17, ‘maar er waren bijvoegings gedaan’. Volgens de burgemeester was de voornaamste reden voor die hogere inschrijving dat de toestand van het veen de geregelde aanvoer van materialen belemmerde.

Intussen was er een terrein aangekocht van Mr. J.A.Willinge Gratama te Assen, 1 ha, voor ƒ200,-.

In de raadsvergadering van 9-9-1868 werd een verzoek besproken van Hendrik Karel Frederik Emilius van den Bosch, onderwijzer te Nw.Dordrecht, om overplaatsing naar de school in Compascuum. Dit werd aangenomen, de overplaatsing zou gebeuren op een nader te bepalen tijdstip.

Half October 1868 waren school en woning gereed. Aannemer Mennega werd ƒ350,- gekort wegens te late oplevering. Het geheel stond op 80 dennen heipalen. Deze eerste school stond in wat toen het centrum van Bargercompascuum was, later woonde daar Bernard Wilken, daarna Hendrik Dijck en Heidotting.

De school bestond uit één grote ruimte, er waren geen lokalen. Op 8 December werd Hendrik van den Bosch feestelijk ingehaald van Nw.Dordrecht en kon hij hier zijn taak beginnen. Meester Bosch, zo werd hij hier genoemd, had het ‘s zomers gemakkelijk, dan gingen er weinig kinderen naar school. Er was geen leerplicht. ‘s Winters kwamen er des te meer, rond 1890 soms meer dan 100. Dan had hij hulp van één of twee flinke oudere leerlingen. Twee keer heeft hij hulp gehad van een onderwijzer, beide keren slechts voor enkele maanden. Bargercompascuum was niet gelieft bij de leerkrachten. Het salaris was ook niet best. Van den Bosch had jarenlang ƒ350,- per jaar + vrije woning. Langzaam is dat opgetrokken, tegen 1880 bedroeg het ƒ750,-.

Toen in 1873 de bewoning van Zwartemeer op gang kwam, behoorden ook die kinderen tot onze school. Meester Bosch is hier lang gebleven, in 1893 werd hem wegens gezondheidsredenen en gevorderde leeftijd, 74 jaar, eervol ontslag verleend. Het pensioen bedroeg ƒ500,- per jaar. Hij vertrok met zijn gezin naar Barger-Oosterveen (Klazienaveen), waar hij op 1-10-1895 overleed.

Zijn opvolgers zijn hier meestal maar enkele jaren geweest. In 1897 kwam er een school in Klazienaveen, meester de Vries werd van hier overgeplaatst en was daar het eerste hoofd. De kinderen van Zwartemeer gingen toen ook naar die school, de weg er naar toe was beter. Vanaf het begin van de jaren ’90 werd hier ‘s winters herhalingsonderwijs (avondschool) gegeven. Er werd maar matig gebruik van gemaakt, maar het heeft toch goed gewerkt, vooral voor de kinderen die alleen de school hadden bezocht in de wintermaanden.

Vanaf 1899 kon het hoofd rekenen op één, later op twee onderwijzers. In 1902 werden sommige scholen in de gemeente verdeeld door een ‘tussenschot’, waardoor men twee lokalen kreeg. Maar de school van Bargercompascuum was hiervoor niet geschikt. In 1903 werd het salaris van het hoofd te Bargercompascuum verhoogd met ƒ100,- wegens de geringe belangstelling voor die functie.

Met de vervening kwamen er hier veel kinderrijke gezinnen bij. De school raakte overvol. In 1904 sprak men over de bouw van een nieuwe school, in 1905 werd de bouw aanbesteed van een ‘Hulpschool met 3 lokalen plus onderwijzerswoning. Het werd gebouwd door M. van Buiten van Nw.Amsterdam voor ƒ14790,-. Eind 1906 werd het perceel met de oude school en woning verkocht. B.G.Wilken verbouwde de onderwijzerswoning tot cafe, winkel en woonhuis.

Begin 1907 bedroeg het aantal leerlingen 137 en begin 1908 was dat 148. Er zou een derde onderwijzer moeten komen maar dat zou moeilijk gaan omdat Bargercompascuum afgelegen lag en slechte huisvesting bood. Daarom werd besloten de grenzen van de schoolkringen te verleggen. De kinderen uit het noorden van de Maatschappij moesten toen b.v. naar Klazienaveen-Noord.

Enkele jaren later raakte de school weer overvol, ondanks dat de kinderen uit het zuiden van Bargercompascuum naar Zwartemeer en die uit het noorden naar Emmer-Compascuum gingen. In 1912 werd besloten om bij de school twee hulplokalen te bouwen, begin 1913 was de aanbesteding. Het werd gebouwd door J.Oldekamp van Nw.Amsterdam voor ƒ8860,- + ƒ1847,- voor de inrichting.

Het hoofd der school E.G. van Bolhuis, 1911-1915, schreef een roman over het leven hier. Het heet ‘Aan het eind van de wereld - Verhaal uit de Drentsche Venen’. Het is hier weinig bekend geworden.

Intussen was het nog altijd moeilijk om leerkrachten naar hier te krijgen, ondanks toeslagen op het salaris. Er werd vaak gewerkt met tijdelijke krachten. In 1917 werd in de raad van Emmen een adres van het personeel van Bargercompascuum behandeld om een vergoeding te krijgen wegens de slechte weg naar de school; ‘ter zake;
1. de slechte weg van Sluis II naar de school te Bargercompascuum,

2. het tengevolge sub 1. steeds met natte voeten op school komen,
3. slijtage aan kleren dientengevolge,
4. het niet kunnen vinden van een kosthuis te Bargercompascuum’
Er werd afwijzend beschikt, ‘overwegende dat voornoemde omstandigheden bij de aanneming volkomen bekend mogen worden te zijn geweest, en terzake ook moeilijk een bedrag zou zijn te bepalen’.

De grootste toeloop van veenarbeiders kwam tijdens de 1ste wereldoorlog. Het was de glorietijd voor de vervening. De school raakte weer overvol. Eind 1918 besloot de raad tot het oprichten van een hulpschool aan de Limietweg, het werd O.L.S. II. De raad besprak in Oct. 1919 ook het bouwen van een school in het noorden van Bargercompascuum, O.L.S. III. Intussen lagen de plannen klaar voor het oprichten van een Christelijke school. Over deze scholen later meer.

Vanaf 1920 begon de grote crisis in het veenbedrijf. Dat had ook tot gevolg dat veel gezinnen vertrokken, vooral naar Twente, Eindhoven en Limburg. De scholen verloren  veel leerlingen.

Door onbekende oorzaak brandde op 12-1-1922 de hulpschool met de twee lokalen af. Met de stoomspuit van de firma Scholten kon het andere schoolgebouw en de woning gered worden. Op 1-7-1922 was de aanbesteding van ‘een tweeklassige hulpschool op bestaande fundering’. Laagste inschrijvers waren L.Herder en K.Leffering van Emmer-Compascuum voor ƒ6975,-.

Met de oprichting van de R.K. school in 1929 verloren de openbare scholen het overgrote deel van hun leerlingen. Over de geschiedenis van die school is verderop iets te lezen.

In de raadsvergadering van 14-3-1930 werd de toestand behandeld van de openbare scholen in Bargercompascuum Het aantal leerlingen van O.L.S. I was teruggelopen van 167 naar 26 en van O.L.S. II van 117 naar 48. Het leek de raad ongewenst de twee scholen in stand te houden en men besloot tot het bouwen van één nieuwe drieklassige school aan het Verlengde Oosterdiep. De beide overbodig geworden scholen zouden worden opgeheven.

De aanbesteding had op 4-8-1931 plaats. De bouw van de school met drie lokalen en een onderwijzerswoning werd opgedragen aan J. van Ess te Emmen voor ƒ20339,-. Het werd een ‘openluchtschool’, de eerste in de gemeente, zo schreef men een beetje trots. De inwijding door wethouder Sibon gebeurde op 14-1-1932. Het hoofd van school I. J.van Brummelen, verhuisde van de oude naar de nieuwe school.

De overbodig geworden O.L.S. II werd gebruikt voor huisvesting van dakloze gezinnen, er was woningnood. De oude O.L.S. I, waarvan al 3 lokalen bewoond werden, werd verkocht op 26-2-1932. Verkocht werd; de onderwijzerswoning, de schoolgebouwen met samen 5 lokalen en het perceel grond, groot 38,55 a. Koper was H.Heijes van Klazienaveen voor ƒ1010,-. Er werden zeven gezinnen in gehuisvest. Wat eerst als tijdelijke bewoning was bedoeld, heeft geduurd tot enkele jaren na de oorlog.

De nieuwe O.L.S. I begon met drie leerkrachten en 70 leerlingen. Dat aantal leerlingen daalde nog in de loop van de jaren. In 1945 werden er wegens woningnood ook twee gezinnen in ondergebracht die uit Duitsland kwamen na de bevrijding. Ze hebben er enkele jaren gewoond.

In 1982 werd het 50-jarig bestaan van de school gevierd. De school kreeg een nieuwe naam; ‘t Korhoen. Maar toen was het leerlingenaantal in de loop der jaren al gedaald tot 34. Dit aantal liep nog verder terug.

In Augustus 1992 werd ‘t Korhoen gesloten wegens een tekort aan leerlingen. Een maand later werd de school gesloopt.

Lijstje van hoofdonderwijzers van de oude O.L.S. I.

H.K.F.E. van den Bosch    1868 - 1893

H. de Vries               1893 - 1897

P.F. Matthijssen          1897 - 1900

J. Jager                  1900 - 1903

G. Mollema                1904 - 1905

R. Dijkstra               1905 - 1906

J. Joosten                1906 - 1908

J. Sijderius              1908 - 1911

E.G. van Bolhuis          1911 - 1915

F.A. van Dongen           1916 - 1922

Th.C.M. Smit              1922 - 1924

B.J. Brok                 1924 - 1926

M. Soesbergen             1926 - 1929  werd hoofd R.K. school

J. van Brummelen          1929 - 1932  dan naar nieuwe school

Lijstje van hoofdonderwijzers van de nieuwe O.L.S. I.

J. van Brummelen          1932 - 1937

D. de Boer                1937 - 1943

K. Spreen                 1943 - 1946

I. Haanstra               1946 - 1952

H.A.J. Noback             1952 - 1954

G. Everts                 1954 - 1958

J.D. Vroege               1958 - 1962

J. Meinema                1962 - 1986

J. Gevers                 1986 -

O.L.School II.

Eind 1918 besloot de raad van Emmen tot de oprichting van een hulpschool aan de Limietweg-Zuid, bij het vonder. Van H.Bosscher te Stadskanaal werd een perceel grond aangekocht voor ƒ3000,-.

Het werd een houten school met drie lokalen, zonder onderwijzerswoning. Er werden oude lokalen van Roswinkel in verwerkt. Op 12-8-1919 werd de school geopend. Eerste hoofd werd G.J.Dijkstra, tot dan onderwijzer aan O.L.S. I. Omdat hier geen geschikte woningen of kosthuizen waren, woonde het personeel in Zwartemeer of Klazienaveen. Ook hier moest vaak met tijdelijke leerkrachten gewerkt worden.

Toen de St. Theresiaschool er was daalde het leerlingenaantal van 117 naar 48. De bouw van de nieuwe school aan het Oosterdiep maakte O.L.S. II overbodig.Wegens de woningnood werden er gezinnen in gehuisvest. Enkele jaren na de oorlog werd het schoolgebouw afgebroken.
Hoofden van O.L.S. II.

G.J.Dijkstra              1919 - 1922, dan naar O.L.S. III
A. Doosjen                1922 - 1928
T. Prins                  1928 - 1930
H. de Jongste             1930 - 1931

O.L.School III

In October 1919 werd in  de Raad van Emmen gesproken over het bouwen van een O.L.School in het noorden van Bargercompascuum Hiervoor werd 60 are grond aangekocht van de vervener J.Velema voor ƒ4500.-. De school kwam aan de westzijde van het Oosterdiep op plaats 16.

De aanbesteding was in Dec. 1920; een school met 3 lokalen, plus onderwijzerswoning. Laagste inschrijver was H.Koster van Emmer-Compascuum voor ƒ42843.- en ƒ17980.-.

Het heeft nogal lang geduurd voor er een hoofd werd benoemd. Het werd G.J.Dijkstra, vanaf 1-7-1922, tot dan hoofd van O.L.School II.

 

Door het vertrek van veel gezinnen in de 20-ger jaren toen hier de grote veencrisis was en het oprichten van de Katholieke school in 1929, verloor ook deze school veel leerlingen.

Na de bevrijding in 1945 werden ook in deze school een paar gezinnen ondergebracht, die toen uit Duitsland kwamen.

Het laatste hoofd der school, van Brummelen, vertrok eind 1952, korte tijd later werd de school opgeheven.

De onderwijzerswoning heeft nog lang dienst gedaan als woning, tot alles werd gesloopt.

Hoofden van O.L.School III.

G.J.Dijkstra           1922 - 1926

P.J.Duinkerken         1926 - 1939
P.H.van Brummelen      1939 - 1952

School met den Bijbel.

Met de vervening kwamen hier veel arbeiders die voor het merendeel Protestant waren. Na de komst van evangelist G. van der Gronden in 1917 werd er al gauw gewerkt aan een Hervormde Schoolvereniging om te komen tot het oprichten van een eigen school. Hij werd hierbij gesteund door zijn collega Braakhekke van Emmer-Compascuum.

De plannen werden in 1919 doorgezet. Men wilde niet wachten op de nieuwe L.O.wet, waarbij de financiering van openbare en bijzondere scholen gelijkgesteld werden.

Het bouwterrein werd geschonken door de firma Bick en Co. te Nw.Pekela, die toen eigenaars waren van veenplaats 23. Op 15 Dec. 1919 had de aanbesteding plaats van de school en onderwijzerswoning. Laagste inschrijver was H.Koster te Emmer-Compascuum, die tevens de architect was; voor de school ƒ33527,- en woning ƒ9264,-. Aan hem werd het werk gegund.

Op 5-5-1920 had de inwijding van de School met den Bijbel plaats. Eerste hoofd was de heer F. Brouwer. Hij had twee leerkrachten, er werd begonnen met 125 leerlingen. Dit aantal liep nog op tot 168 in 1922, toen waren er vier leerkrachten. In verband met de crisis in de veenderij kwam er een ‘uittocht’ van arbeiders in 1923 en volgende jaren. Het aantal leerlingen daalde snel.

Omdat men niet gewacht had op de gelijkschakeling van openbaar en bijzonder onderwijs is de financiering van de schoollasten jarenlang moeilijk geweest. Men redde het door collectes en de uitgave van obligaties.

Na de 2de wereldoorlog zijn er door de aflopende vervening weer gezinnen vertrokken, waardoor ook deze school weer leerlingen verloor. In 1962 waren er nog 42 leerlingen.

In 1970 kwam er een nieuwe Christelijke school aan de Pastoor Vroomstraat. Ook de Hervormde kerk werd hierin ondergebracht. Dit Hervormd Centrum heet ‘De Hille’. De oude school en onderwijzerswoning, alsook de Hervomde kerk werden toen verkocht.

Na de opheffing van de openbare scholen, de laatste in 1992, zijn hier nu nog de St.Theresiaschool en de Christelijke school.

Hoofdonderwijzers van de Christelijke school
F. Brouwer              1920 - 1932
E.M. Verhoef            1932 - 1946
J. Zwart                1946 - 1953
T. Brand                1953 - 1957
F. Kuper                1957 - 1961
G. Kamphuis             1961 - 1969
J. Maalderink           1969 -
B. Hilbrands                 -

R.K.School ‘ST.Theresia’

 

Hoewel de meerderheid van de bevolking Katholiek was heeft het lang geduurd voordat hier een Katholieke school kwam. Het terrein waar de school zou komen moest eerst ontveend worden. Onder pastoor Schweigmann was het eindelijk zover.

Onder architectuur van Backs uit Groningen werd eind 1928 de school met 5 lokalen en de onderwijzerswoning aanbesteed. J.W. Scholte Aalbes van Klazienaveen bouwde het; school ƒ29070,-, en woning ƒ6780,-.

Op 15-10-1929 werd de school in gebruik genomen. Er werd begonnen met 222 leerlingen en vijf leerkrachten. Hoofd werd de heer M.Soesbergen, tot dan hoofd van O.L.S. I.

Bij het nieuw benoemde personeel waren de jonge onderwijzers J.B.Kuis en H.J.Engelbertink, een tijdje later gevolgt door E. van Vliet. Deze drie zijn hier gebleven en hebben zich ook buiten het onderwijs zeer verdienstelijk gemaakt voor de parochie en voor ons dorp.

Het aantal leerlingen groeide. In de loop der jaren moest er drie keer een lokaal bij gebouwd worden. Het maximum leerlingenaantal werd bereikt in Mei 1945, toen telde men 357, maar daar waren een 40-50 evacuees bij die de winter 1944-’45 en het voorjaar hier doorbrachten.

In 1979 werd het 50-jarig bestaan gevierd. De school telde toen 183 leerlingen. Dit aantal is nog verder teruggelopen.

Hoofden van de St.Theresiaschool.
M. Soesbergen          1929 - 1931
G.A.M. Kroese          1931 - 1948
J.B. Kuis              1948 - 1974
W. van Noort           1974 - 1976
H.H. Westen            1976 - 1987
A.M. Velthuis          1987 -

Kleuterscholen

Door de Centrale Vereniging voor den Opbouw van Drenthe, afgekort ‘Opbouw Drenthe’ werden rond 1925 veel buurthuizen gesticht. In 1929 was Bargercompascuum aan de beurt. Op 18-11-1929 werd het buurthuis geopend door de Commissaris der Koningin. Het was gebouwd door aannemer L.Lubbers van hier.

Er werden jarenlang cursussen gegeven op huishoudelijk gebied, naai- kook- en moedercursussen en ook b.v. timmercusussen. Daarnaast werden ook ‘culturele avonden’ gegeven.

Een gedeelte van het buurthuis was ingericht tot kleuterschool. De eerste kleuterleidster was mej. A.Weggemans. Het was jarenlang de enige kleuterschool hier. Het werd gebruikt tot 1960, toen werd het buurthuis verkocht. De kleuterschool verhuisde naar O.L.School I.

Intussen was er in 1958 ook een kleuterschool bij de R.K.school gekomen.

OVER DE KERKEN IN BARGERCOMPASCUUM

De R.K. parochie

De geschiedenis van de Katholieke parochie is uitvoerig beschreven door ‘meester’ J.B. Kuis in zijn boek ‘Compascuum 1873 - 1948’. Daarop aansluitend verscheen in 1998 het boekje ‘Bargercompascuum - 125 jaar Sint-Josephparochie’, geschreven door de heren H. Feringa  en M. Wehkamp.

Het is daarom niet nodig dit hier te herhalen.

Een pastoor, de onderwijzers en een evangelist waren vroeger de vooraanstaande mensen in een dorp. Zij hadden gestudeerd en boden vaak hulp, ook bij maatschappelijke problemen. De geestelijken waren niet alleen de drijvende krachten bij het oprichten van Godsdienstige verenigingen, maar stonden vaak ook aan het begin van b.v. Boerenleenbank, Landbouwvereniging en Plaatselijk Belang.

De Nederlands Hervormde Gemeente

Er hadden hier vanaf het begin wel enkele Protestantse families gewoond, maar met de vervening kwam hier een invasie van ‘echte’ veenarbeiders, die voor het merendeel Protestant waren.

Vervening begon ± 1900 en bereikte onder de Eerste Wereldoorlog haar hoogtepunt. Van de eerste jaren is weinig bekend over de opvang op kerkelijk gebied, hun aantal zal toen ook klein zijn geweest.

Toen W. de Weerd zich in 1904 te Klazienaveen-Noord als evangelist vestigde, stond daar al het houten kerkje op het bovenveen. Het was geschonken door de firma Scholten op verzoek van evangelist Braakhekke van Emmer-Compascuum, die in dat kerkje ook de diensten verzorgd had.

Tot het werkterrein van de Weerd behoorde ook Bargercompascuum Door de afstand en de slechte wegen zal er van hier weinig kerkbezoek zijn geweest. Maar op verzoek van enkele belangstellenden gaf meneer de Weerd hier Bijbellezingen en catechisatie omstreeks 1910. Dat gebeurde dan in een arbeiderswoning. Als bewoners ervan worden genoemd; Andries Langenberg, Jan Dokter en een de Jonge. Later gaf de Weerd ook catechisatie in de O.L.S. I.

Op kerkelijk gebied kwam er in 1917 een grote verbetering toen de heer G. van der Gronden hier werd benoemd als evangelist. Het kerkje van meneer de Weerd werd overgenomen en verplaatst naar hier. In Klazienaveen-Noord behielp men zich met de afgedankte school die als kerkgebouw werd ingericht in afwachting op de bouw van een nieuwe kerk.

Het gebouwtje, bestaande uit houten schotten en bedekt met asfalt, werd overgebracht naar hier op plaats 24. Het hulpkerkje werd op 9-12-1917 met een kort woord van evangelist de Weerd ingewijd. Daarna bevestigde dominee Roose de nieuwe evangelist van der Gronden. Bij de inwijding en bevestiging waren 70 à 80 mensen aanwezig. Voor meneer van der Gronden en zijn gezin stond geen pastorie gereed, ze kwamen te wonen in een arbeiderswoning van de D.V.Mij.

Meneer van der Gronden heeft hier hard gewerkt en veel tot stand gebracht. Veel verenigingen werden opgericht en kwamen tot bloei, o.a. de Jongelings- en Jongedochtersverenigingen, de Vrouwenvereniging; 'Dient de Heere', de jongensvereniging ‘Jonge Kracht’, de Chr. Geheelonthoudersvereniging en andere. Ook was hij actief op maatschappelijk terrein, o.a. bij de (her)oprichting van; Plaatselijk Belang’.

Op gevaar af anderen tekort te doen volgen hier enkele namen van hen die als bestuursleden hun best hebben gedaan voor het kerkenwerk; O.Alkema, Thijs Wachtmeester en zoon Jan, P.Duinkerken, L.Moes, H.de Boer, A.Boender, M.Wilbers en Jan Mulder, hij was meer dan 25 jaar koster.

In 1919 werd een Schoolvereniging opgericht om te komen tot de stichting van een ‘School met den Bijbel’. Het bestuur bestond uit G.van der Gronden, F.Smit, O.Alkema, G.Olijve, G.Huigen, T.Wachtmeester en J.Brunink.

In 1922 kreeg meneer van der Gronden eindelijk een pastorie. Het werd gebouwd door de Gebr. Lubbers van hier voor ƒ9479,-.

Hoewel de toestand in de veenderij ongunstig was kwam men in 1926 tot de bouw van een nieuwe kerk met vergaderlokaal. Het oude hulpkerkje, waar het ‘s winters heel koud kon zijn en ‘s zomers erg heet, begon nog meer gebreken te vertonen. Architect van de nieuwe kerk was A.H.Kleinenberg van Musselkanaal. De kerk werd gebouwd door K. en J.Lanting van Ter Apel voor ƒ12300,-, en werd betaald door de vereniging ‘Geestelijke en Maatschappelijke Zorg in Drenthe’.

In Sept. 1926 werd de eerste steen gelegd door meneer van der Gronden. Hij hield een korte toespraak, daarna sprak ds. Wartena van Nw. Dordrecht, onder wiens gemeente deze Evangelisatie viel. Verder spraken de heren J.R.Snoeck Henkemans en dr. C.W.Th. baron Boetzelaer van Dubbeldam, bestuursleden van bovengenoemde vereniging. De evangelisten De Weerd en Braakhekke spraken hun gelukwensen uit. De inwijding van de nieuwe kerk gebeurde op 20 December 1926 met veel toespraken en gelukwensen.

Het hulpkerkje werd weer afgebroken en opgebouwd in Jipsingboermussel (Ter Apelkanaal). Het leek wel onverwoestbaar, tot voor enkele jaren deed het nog dienst als kerk, het is nu verdwenen.

In de jaren die volgden zijn door de werkeloosheid veel gezinnen vertrokken om een beter bestaan te vinden. Ze migreerden vooral naar Twente, Eindhoven en Limburg. Het ledental van de kerk liep erg terug.

Na hier 12 jaar veel goed werk te hebben verricht vertrok evangelist van der Gronden op 7-4-1929 naar Borne. Zijn opvolgers waren; H.de Vos 1929-1931, A.Dubbeldam 1931-1937, E.Mik 1937-1946, R.Blaauwiekel 1946-1950.

De luidklok werd in de oorlog door de Duitsers weggehaald, maar is al spoedig na de oorlog vervangen door een nieuwe.

Door het teruggelopen ledental ging men in de 60-ger jaren over tot aansluiting bij de Hervormde gemeente van Zwartemeer. De voorganger, meneer R.Pomp, werd in 1962 benoemd als werkzaam in Bargercompascuum en Zwartemeer.

In 1967 is er sprake van 35 werkende leden. Omdat de inmiddels veel te grote kerk teveel onderhoudskosten ging vergen werd gedacht aan nieuwbouw. Hetzelfde gold voor de Christelijke school. Men kwam tot de bouw van een school en kerk onder één dak in het centrum van Bargercompascuum aan de Pastoor Vroomstraat. Op 8-6-1970 opende wethouder Zegering Hadders dit gebouw. Het kreeg de naam ‘De Hille’.

De jaren ’90 brachten nog meer verlies van leden door vertrek en ontkerkelijking. Het aantal kerkbezoekers was zo klein geworden dat men besloot niet meer te kerken in De Hille. Sinds 1995 gaan de trouwe kerkgangers naar Zwartemeer en Klazienaveen-Noord.

Dit is in het kort de geschiedenis van de Hervormde gemeente die veel goed werk heeft verricht en hier haar glorietijd en teruggang beleefde.

De Oud-Gereformeerden

Naast de Hervormden is hier ook een kleine groep Gereformeerden actief geweest. In de Emmer-Courant van 8-12-1917 leest men dat door ds. C. de Jonge uit Kampen hier officieel een Oud-Gereformeerde gemeente is gesticht. Er was toen tevens het bevestigen van de ouderlingen en diakenen en er werden een 11-tal kinderen gedoopt. ‘Het was een blijde avond voor de leden’.

Vermoedelijk hebben ze eerst kerkdiensten gehad in het huis van één van de leden. Maar op 15-12-1917 werd er in een advertentie dank betuigd aan allen die met milde gaven geholpen hadden tot het stichten van een hulpkerkje. Namens de Kerkeraad ondertekende voorzitter Hendrik Bergsma.

Het zal wel geen toeval geweest zijn dat het samenviel met de oprichting van de Hervormde gemeente.

Op 25-5-1918 werd het hulpkerkje te koop aangeboden ‘wegens het bouwen van een nieuwe kerk’. Inlichtingen verschafte Hendrik Bergsma. De bouw van een nieuwe kerk is niet doorgegaan. Het houden van diensten van de Oud-Gereformeerde (soms Christelijk Gereformeerde) gemeente is in 1918 en ’19 nog wel doorgegaan. Daarna hoort men er niets meer van.

Misschien was de groep te klein en hebben ze zich aangesloten bij hun broeders te Emmer-Compascuum of  Zwartemeer, waar in 1921 een nieuwe Gereformeerde kerk werd gebouwd.


De eerste katholieken uit Bargercompascuum werden in Rütenbrock begraven, een enkeling in Wesuwe en vanaf 1866 in Erica. In 1873 begroef men iemand van hier in Hebelermeer, omdat men vanwege de slechte weg niet naar Erica kon.

In 1876 kwam er een kerkhof voor de katholieken in Bargercompascuum, dat in 1896 werd uitgebreid omdat het eerste deel vol was. In 1943 werd een nieuwe begraafplaats aangelegd op de dalgrond. Het eerste gedeelte van het oude kerkhof verdween in 1949, het werd afgegraven voor de ontginning. Het tweede deel bestaat nog, zie bovenstaande foto.

De niet-katholieken brachten hun overledenen eerst naar Nieuw Dordrecht. Na 1900 kwam er in Emmer Compascuum een algemene begraafplaats, na 1920 één in Zwartemeer. Sinds 1968 worden ook niet-katholieken begraven op een deel van het katholieke kerkhof in Bargercompascuum

DE POSTBESTELLING IN BARGERCOMPASCUUM

In de eerste jaren zal de post door een postbode uit Emmen of Nw.Dordrecht zijn rondgebracht. Vermoedelijk was er niet veel post voor hier, maar het bezorgen zal des te moeilijker geweest zijn.

De eerste ‘eigen’ postbode was Herman Engels, geboortig uit Zwolle. Hij kwam hier in 1875, daarvoor was hij nog enkele maanden postbode in Nw.Dordrecht geweest. Zijn eerste vrouw overleed op 8 Febr. 1875 te Nw.Dordrecht aan typhus. Hij hertrouwde op 15-10-1875 met Jantien Lubbers. In 1879 vertrok hij naar Weerdinge, later was hij postbode in Emmen.

Hij werd hier opgevolgd door Johannes Hermannus Zwake (‘bode Mans’), geboren in Nw.Schoonebeek. Hij woonde naast de kerk op de plek waar eerder Kemper (84, pagina 97) gewoond had. 's Morgens werd de post uit Emmen gehaald en daarna besteld in het uitgestrekte Compascuum en rond het Zwartemeer, alles te voet. Later kwam er een hulppostkantoor in Nieuw Dordrecht. Op een donkere avond, 17 Oct. 1896, verdronk Zwake in het pas gegraven Van Echtenskanaal. Zijn twee honden kwamen doornat thuis en deden het ergste vermoeden.

Zijn opvolger als besteller was Herman Hermelink, tot dan knecht bij pastoor Groothuis. Hij was in 1872 geboren in Weerselo en is op 3-3-1971 te Haaksbergen overleden. Hij trouwde hier met Anna Helena Scholte Aalbes. Ze woonden in een huisje bij de molen. Hun twee oudste kinderen zijn hier geboren. Ze vertrokken in 1900 naar Denekamp.

Daarna was Willem Engbers hier postbode, 1901-1904, vervolgens Jacob Kuik, daarna Hendrik Schaap.

Intussen was er een postkantoor gekomen in Klazienaveen en in 1911 een hulpkantoor in Zwartemeer, van waaruit toen besteld werd.

DE VERVENINGSTIJD VAN BARGERCOMPASCUUM

Met het oog op de naderende vervening  kwam er in 1889 al een ‘Waterschap in oprichting’, in 1892 gevolgd door het ‘Waterschap Bargercompascuum’. In 1896 kreeg het de concessie tot vervening.

Het waterschap verzorgde de aanleg van de 2 hoofdkanalen. Hun uitvoerder (veenbaas) werd Jan Niesing. Men sprak daarom ook lang van de 2de Niesingswijk voor het kanaal aan de Limietweg dat later de naam Hoofdwijk III kreeg. Het Oosterdiep is dan vermoedelijk de eerste tijd de 1ste Niesingswijk genoemd.

Met het Verlengde Oosterdiep begon men van twee zijden te werken. In het zuiden begon men al vóór 1900, toen het Van Echtenskanaal daar was, in het noorden toen het Oosterdiep tot daar gevorderd was. In 1920 was het kanaal gereed. Men kwam bij elkaar waar een paar jaren later de Hervormde kerk gebouwd werd. Hoofdwijk III was toen al klaar.

In de aanvangsjaren van Bargercompascuum moet hier de veendikte ongeveer 6 meter geweest zijn. Dat was langzamerhand wel minder geworden, maar het veen bevatte in 1900 nog teveel water om vergraven te worden. Daarom groef men eerst diepe greppels voor men een paar jaar later met een ‘splitting’ kon beginnen. Dat splittinggraven en daarna de kanaalaanleg gebeurde per jaar in lengten van ongeveer 200 m. omdat anders de turf te ver van het water kwam en het te duur zou worden om verscheept te worden. Alles moest met ‘de hand’ gebeuren, ook het ‘wijkgraven’.

Met de vervening kwamen hier een groot aantal ‘echte’ veenarbeiders. Ook veel afstammelingen van de vroegere boekweitboeren werden veenarbeiders. Andere vestigden zich toen in Barger-Oosterveld om daar als boer verder te gaan.

De veenarbeiders die hier toen kwamen waren een ander slag volk. De meesten waren Protestant, maar niet erg kerks. De verhouding met de oude bevolking (Katholieken) was goed, misschien ook wel omdat ze allemaal hard moesten werken. En het werk in het veen was zwaar.

De mensen die hier toen bij kwamen waren vanouds met het veen meegetrokken, na Friesland en de kop van Overijssel, dan Smilde, Hoogeveen, Dedemsvaart en Slagharen. En aan de andere kant de oude Groninger veenkolonies en dan de Drentse Monden. Uit al die oude veenkolonies kwamen ze naar de gem. Emmen, waar vanaf 1850 het laatste grote veencomplex aangepakt werd. Het leek wel dat het voortdurend verder trekken er in bleef, ook onder de arbeiders die hier kwamen was een groot verloop, vooral werd er nogal veel ‘gewisseld’ met de nieuwe veenkolonies aan de overkant, Schöninghsdorf en Fehndorf.

Tot de 1ste Wereldoorlog was het veenbedrijf een redelijk renderend bedrijf, onder die oorlog werd het een winstgevend bedrijf. De vervening werd toen versterkt doorgezet en er kwamen nog veel meer arbeiders naar hier.

In 1920 kwam de grote klap. Door de overvloed aan steenkolen die ons land binnenkwamen was de turf van 1919 bijna onverkoopbaar. Er kwam grote werkeloosheid en de lonen gingen drastisch omlaag. In de volgende jaren vertrokken veel arbeiders naar de industriegebieden, vooral naar Twente, Eindhoven en Limburg. Veel verveners gingen failliet, anderen gingen over tot verhuring van veenputten, waardoor soms arbeiders met grote gezinnen een beter bestaan hadden dan zij die van steun en werkverschaffing moesten rondkomen. De jaren 1920 - '40 zijn ‘slechte’ jaren geweest, niet alleen voor de arbeiders.

De laatste paar jaren voor de 2de Wereldoorlog kwam er een kleine opleving in het veenbedrijf, o.a. door ‘het kwartje van Kan’. Tijdens die oorlog kwam er nog eens weer een bloeitijd. Het zou de laatste bloeitijd zijn. In de 50-er jaren raakte hier het veen op. Toen heeft de nieuwe industrie van Emmen voor veel mensen uitkomst gebracht.

Soms breekt er weer een discussie los over het leven van de veenarbeiders. De één zegt dat het niets dan bittere armoe was, de ander beweert dat het nog wel mee viel. Ze zullen allebei wel gelijk hebben. Soms lag het aan de mensen zelf die niet goed met geld konden omgaan en er met de verdiensten in het seizoen te royaal werd geleefd. Als de man drankzuchtig was, wat in enkele gevallen ook gebeurde, was het natuurlijk helemaal mis. Heel erg kon het ook worden door ziekte en overlijden in een gezin.

Daar stonden wel veel flinke arbeiders tegenover die zich er door sloegen en soms nog wel een eigen woning overhielden. In de crisistijd hadden de kleine boeren het vaak niet beter.

Hier volgen nog enkele wederwaardigheden uit die tijd, die niet rechtstreeks met de veenderij in verband staan.

In 1907 werd de Postweg tussen de Molenwijk (W.Albertsvaart) en het centrum bij J.B.Wilken van een 50 cm. laag zand voorzien. De gemeente gaf hiervoor ƒ375,- subsidie. In hetzelfde jaar werd de tramlijn die een paar jaar in Klazienaveen was blijven steken, langs het Scholtenskanaal doorgetrokken naar Ter Apel. Er zal van hier en ook naar hier wel niet zoveel gereisd zijn, maar het was toch al een hele verbetering.

Bijna ieder jaar was er wel ergens veenbrand aan de Runde. Het veen was daar erg brandbaar en het vuur wilde er graag ‘invreten’. De brandspuit van de Fa. Scholten moest er vaak aan te pas komen. In de 30-er jaren kreeg Bargercompascuum een ‘eigen’ brandspuit. Hij werd gestationeerd bij smid Pragt, Hartmann werd brandmeester. Animo voor de bediening (handkracht) was er genoeg, het werd tamelijk goed betaald. Bij kleine brandjes heeft het goed gewerkt.

In 1923 kwamen hier de eerste verharde wegen, het zouden ook lang de enigen blijven. De weg langs de oostzijde van het Verlengde Oosterdiep kreeg een 3 meter brede klinkerbestrating, evenals de Postweg, vanaf het Oosterdiep tot het Scholtenskanaal.

Er kwam in 1924 een afdeling Wit-Gele Kruis met één en later twee wijkverpleegsters. Die hebben hier heel goed werk verricht. Na een paar jaar was er een duidelijke verminderde kindersterfte.

Aansluiting op het telefoonnet volgde in 1926 en in 1930 aansluiting op het electrisch net.

In 1934 werd een afdeling Groene Kruis ‘Bargercompascuum-Zwartemeer’ opgericht.

Het gedeelte van de Postweg tussen het Oosterdiep en Limietweg werd uitgegraven en werd toen een zandweg. Eerder werd vaak gebruik gemaakt van de zandwal langs de wijk op plaats 27. Dat pad was beter begaanbaar.

IETS OVER BARGERCOMPASCUUM IN DE OORLOG

Bij de mobilisatie in September 1939 werden in de grensdorpen soldaten gelegerd. Zo kwam ook hier een groepje van 11 manschappen, later kwamen er nog een paar bij. De soldaten werden gehuisvest in het verenigingsgebouw (nu de Collink), de kommandant, luitenant Hummelen, was ingekwartierd bij de pastoor. Het waren allemaal Drenten. Bekende namen waren; korporaal Jansen, Hendrik Hoge, Eleveld, Klok, Ritsema, Koning, de Jong, van Gelder, Duiven en sergeant Speelman. In december werden ze afgelost door een groep Friezen, maar eind februari 1940 was de ‘oude’ groep hier weer.

Onderhands wisten ze wat ze moesten doen bij een inval van de Duitsers; de vijand zolang mogelijk ophouden, b.v. door het laten springen van de bruggen en dan terugtrekken naar de Afsluitdijk.

Op 10 mei 1940 ‘s morgens tegen 4 uur werd elk wakker door het lawaai van vliegtuigen en het laten springen van de bruggen te Zwartemeer. Van de kommandant te Klazienaveen kwam de opdracht ‘Brug laten springen’. Dat gebeurde, maar het vuurkoord functioneerde niet en toen heeft sergeant Speelman met een handgranaat de trotylblokjes tot springen gebracht. Omdat de telefoon het niet meer deed kreeg soldaat Hoge opdracht per fiets naar Klazienaveen te gaan voor instructies. Hij werd daar als eerste van ‘onze’ groep krijgsgevangen gemaakt.

Doordat de Duitse troepen via Zwartemeer en Emmer-Compascuum naar Emmen trokken maakten de soldaten van hier dat ze wegkwamen. Sommigen zijn gevangen genomen, anderen zorgden voor burgerkleding. De krijgsgevangenen werden enkele weken later ‘wegens grootmoedigheid van de Führer’ vrijgelaten.

Hoewel hier die 10de mei geen oorlogshandelingen zijn geweest kregen we nog enkele Duitse soldaten te zien. Een groepje van 10 man te paard was bij Greve over de grens gekomen en kwam om ongeveer 8 uur aan bij Boerland. Via een meegevoerd zendertje maakten ze contact met hun afdeling en trokken toen verder.

De ongeveer 30 mannen uit ons dorp die als militair de oorlog meemaakten waren meest gelegerd in het westen van Nederland. Ze keerden na enkele weken behouden terug, behalve Hendrik Klein, die eerst na de oorlog terugkwam. Hij was ontkomen naar Engeland en had jarenlang dienst gedaan op geallieerde schepen.

De oorlogstijd brak aan. Er was eerst nog weinig van te merken, behalve dat toen alles ‘op de bon’ kwam. De strenge winters van 1940-’41 en 1941-’42 liggen nog beter in het geheugen. Over het algemeen bleef de voedingstoestand tamelijk goed. Hier waren  in overvloed aardappels en uit de tuin werd groente gehaald, vooral veel bonen. Bij de meeste mensen werd er ook geslacht, legaal en clandestien.

Toch waren er aan het eind van de oorlog en kort daarna veel gevallen van t.b.c., soms met dodelijke afloop.

De kleding werd er in de loop van de jaren niet beter op. Vooral de gezinnen met veel opgroeiende kinderen kwamen in moeilijkheden. Door zwarte handel werd er nog wel eens het nodigste aangeschaft. Tabaksliefhebbers moesten zich al gauw redden met ‘eigenbouw’ omdat er op de bon weinig te krijgen was. Dat heeft ook na de oorlog nog enkele jaren geduurd.

Er brak een bloeitijd aan voor het veenbedrijf. Turf werd een felbegeerde brandstof. Alle veenplaatsen die nog niet in vervening waren werden toen aangepakt. Waar persturf gemaakt kon worden werd er soms in één campagne drie veenputten afgegraven wanneer het weer meewerkte.

Werkvolk was er wel te krijgen omdat men dan vrijstelling kreeg voor uitzending naar Duitsland. Deze opleving van het veenbedrijf duurde tot de 50-er jaren, toen was het veen op. Een tijdlang was het verzamelen van bentwortels een goedbetaalde bezigheid. Deze wortels werden opgekocht en elders verwerkt tot surrogaatbezems, een echt oorlogsproduct.

Altijd hadden er wel mensen van hier in Duitsland gewerkt. Maar het werd er niet beter op toen men gedwongen moest werken in Duitse steden in oorlogstijd. Velen ontsnapten hieraan door bij boeren of verveners aan de nabije overkant te gaan werken. Anderen doken onder. Drie inwoners van hier verloren het leven door bombardementen of ongelukken in Duitsland; B.H.Schulte, J.H.Berken en J.Jeuring.

De jongemannen van de jaargang 1924 moesten in 1943 naar Hamburg. Ze troffen het daar heel slecht met een groot bombardement. Drie van hen gelukte het om tamelijk gauw terug te komen. De overigen kwamen na de oorlog behouden terug.

Het overvliegen van massa’s geallieerde vliegtuigen leverde soms een fantastisch gezicht op, evenals het afweervuur van Duitse steden in het noordoosten dat soms op een heldere avond te zien was.

Enkele vliegtuigen waren al eerder in de buurt neergestort, toen op de avond van 14 januari 1944 een bombardementsvliegtuig hier in het veld neerstortte. Het kwam neer tegenover plaats 38, westelijk van de Runde. De zes inzittenden vonden de dood en werden begraven te Nieuw Dordrecht. Een paar keer werd er door vliegtuigen in nood bommen afgeworpen, zonder veel schade aan te richten.

Op het eind van de oorlog veroorzaakten geallieerde jagers nog eens schrik door te schieten op enkele turfschepen die hier lagen. De schade viel mee, er werd wel een geit gedood.

Voor het bezorgen van levensmiddelenbonnen voor onderduikers en het verspreiden van illegale blaadjes maakten zich vooral verdienstelijk Klaas Spreen, hoofd der openbare school en S. Veldman, onderwijzer aan de Kath. School.

Het aantal onderduikers wisselde nogal. Vaak wist men zich weer legaal te maken door vlak over de grens te gaan werken. Vooral bewoners van de Berkenrode hebben nogal eens onderduikers geholpen. Twee bewoners daar zijn nog eens in gevaar geweest toen in Emmer-Compas het joodse gezin Kropveld opgepakt was. Door mishandeling gedwongen bekende een zoontje van Kropveld dat zij in de Berkenrode geholpen waren door twee mensen vandaar. Die twee werden toen ook meegenomen, doch kwamen enkele dagen later weer vrij omdat ze aannemelijk konden maken dat zij hadden geholpen uit armoede.

Zoals overal waren er hier al voor de oorlog enkele N.S.B.-ers. Het waren er niet veel als men bedenkt dat de meerderheid van de bevolking van Duitse oorsprong was. Een ander partijtje, de N.S.N.A.P., die voor aansluiting bij Duitsland was, had een beetje meer aanhang. Ze waren vooral te vinden in de z.o.-hoek van Bargercompascuum Toen de Duitsers hier goed en wel waren staken ze zich in het bruine uniform en roerden zich nogal. Dit partijtje werd later door de Duitsers opgeheven.

Bij de S.S. gingen van hier 8 - 10 jongemannen. Twee van hen sneuvelden, een andere werd later doodgeschoten bij een ontvluchtingspoging uit Westerbork. Toen de landwacht werd opgericht waren er hier ook mensen voor. Kommandant Hendrik Springer en een drietal andere landwachters maakten hier en de omgeving voor de gewone mensen het leven onveilig. Na de oorlog hebben ze enkele jaren geboet voor hun gedrag.

Volksduitsers moesten dienst nemen in het Duitse leger. De gezinnen Poker en Bernsen werden na de oorlog het land uitgezet omdat ze zich te enthousiast voor de Duitse zaak hadden ingezet. De gebroeders Bürmann deden het beter. Na hun gedwongen opleiding in de Wehrmacht doken ze onder. In de bevrijdingsdagen werden ze feestelijk ingehaald.

Tot de slachtoffers van de bezetters behoorden ook H.de Vries en J.Trip uit Tuindorp. Na de inval in Rusland werden ze opgepakt omdat ze als communist bekend stonden. Ze stierven in een concentratiekamp.

Slachtoffer werd ook de oud-compascumer Jan D.F.Brijan, zij het om andere redenen. Brijan, die in Emmen woonde, schijnt privé aan verzet te hebben gedaan. Hij hoorde tot de gefusileerden van de Woeste Hoeve op 8 maart 1945.

Aan de oproep om kinderen uit het westen van het land te helpen, werd gehoor gegeven. In de herfst van ’44 werd hier een aantal kinderen geplaatst en verdeeld over de gezinnen. Van de kinderen kwamen een 35-tal uit Haarlem. In de zomer van 1945 vertrokken ze weer.

In februari 1943 werd de klok van de Hervormde kerk geroofd door de Duitsers, de klok van de Katholieke kerk liet men ongemoeid omdat ze te klein was.

Het einde van de oorlog was in zicht. Op dinsdag 3 april ’45 kwam hier ‘smorgens een 20-tal Duitse soldaten aan met paarden en wagens. Het waren oudgedienden die geen haast meer hadden. Ze verdeelden zich over drie boerderijen en stalden daar hun spul. Ze hadden ‘s nachts gereisd omdat ze erg bang waren voor vliegtuigen. Te eten hadden ze weinig anders dan oudbakken brood en margarine waar groene strepen doorliepen. Toen ze uitgeslapen waren in het stro op de deel gingen er een paar met een radio naar smid Pragt, omdat die nog electriciteit had. Ze wilden weten hoever de ‘Tommies’ hier nog vandaan waren.

De meesten zouden hier liever zijn gebleven, maar woensdagmiddag kregen toch de ‘plichtsgetrouwen’ de overhand. De luitenant besloot toen om de volgende dag te vertrekken. Donderdag werd er tegen de middag opgebroken en vertrokken ze in noordelijke richting. Later ging het gerucht dat ze nog betrokken zijn geweest bij gevechten in Westerwolde.

Diezelfde donderdag 5 april ging ‘s avonds het bericht rond dat ‘de Canadezen’ al in Hebelermeer waren. Vrijdagmorgen gingen er veel Compascumers kijken. Van elk huis hing daar de witte ‘vlag’ en de grensovergang was verlaten. Gelukkig waren ze zaterdagmiddag niet in Hebelermeer. Toen was daar een schotenwisseling doordat er een paar S.S.-ers waren opgedoken. Er brandde een schuur af, maar daarmee was het ook afgelopen.

Dinsdag 10 april vochten de Polen zich naar Emmen, waarbij in Noord Barge nogal wat boerderijen in vlammen opgingen. De volgende morgen trokken ze via Emmer-Compascuum naar Ter Apel, en verder.

Die Woensdag 11 april en de volgende dagen werd hier de bevrijding gevierd.

BARGERCOMPASCUUM NA DE OORLOG

De armlastige gemeente Emmen stond al lang bekend om zijn vele krotwoningen. Ook Bargercompascuum had daarvan een ruim aandeel. Veel van die woningen stonden op het bovenveen, wat natuurlijk geen blijvende toestand kon zijn. Wel waren er al voor de oorlog door de gemeente groepjes huurwoningen gebouwd, waarvan ook hier een klein groepje was gekomen. Maar onder de oorlog was er niet bijgebouwd.

Het was hier dus met het aantal en de toestand van de woningen slecht gesteld en de wethouder van Volkshuisvesting had een moeilijke taak. In 1946 kwam er woningbouw aan De Stekker en de St. Josefstraat, een paar jaren later gevolgt door Het Spaan. Bij de naamgeving en volgende straten maakte meester Kuis zich verdienstelijk. Ook Bargercompascuum zou een dorpskern krijgen, in Emmen wilde men geen lintbebouwing meer. De woningbouw in de Pastoor Vroomstraat en de Van den Boschstraat volgde in 1948.

Met de wegen was het al eveneens treurig gesteld. Omdat er bij de aanleg van de straatweg langs het Oosterdiep het veen niet voldoende verwijderd was en het vrachtverkeer toenam op deze smalle doorgaande weg kwam die het eerst aan de beurt. In 1951 werd er begonnen aan een nieuwe weg die in 1952 geopend werd, een mooie 6 meter brede asfaltweg. In 1953 werd de Postweg W.Z. vernieuwd en verbreed. In hetzelfde jaar werd de brug over Hoofdwijk III, die lag in het verlengde van de Postweg, vervangen door een dam. De dam die lag op plaats 21 werd toen opgeruimd.

Waterleiding kwam er in 1954 en in 1955 werd eindelijk de Limietweg en het laatste stuk Postweg verhard. In 1960 werd de Berkenrode, de van oudsher Maatschappijweg, uitgegraven en verhard. In 1962 kreeg Bargercompascuum nieuwe sportvelden.

Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van ‘t Compas in 1966 werd o.a. de woningtoestand van vroeger uitgebeeld in het oude bosje van Wilken. Het was het begin van het Veenmuseum, nu Veenpark. Het werd in de jaren ’70 sterk uitgebreid dankzij subsidies van het Rijk, er wordt gesproken van 35 miljoen. Gelukkig stond de gemeente nog jarenlang garant voor de exploitatietekorten. Toen dat ophield kwamen er moeilijkheden. Het zou jammer zijn als het Veenpark niet zou blijven bestaan.

In 1966 verrees ook de eerste woningbouw in het blok Postweg Oost, dat gevolgd werd door Posthoorn, Dissel enz. Het nieuwe Wit Gele Kruisgebouw kwam er in 1976 en in 1968 het Gymnastiekgebouw.

De oude brug in het centrum verdween in 1970 en werd vervangen door een ruime dam. Daarmee kwam ook een einde aan de scheepvaart die de laatste jaren toch al sterk verminderd was.

Riolering kwam er in 1972 evenals de bejaardenwoningen en de particuliere bouw van woningen in de JanBerendstraat. Aansluiting op het gasnet kwam in 1974.

Het heeft een aantal jaren geduurd voor het recreatiepark met zijn vijver, paden en bos tot stand kwam. In 1977 werd dit prachtige visvijvercomplex geopend.

Intussen werd ook de Westzijde Verl. Oosterdiep verhard en het lang verwachte fietspad werd in 1981 aangelegd plus de trottoirs in het centrum en tenslotte werd het laatste eindje weg langs het kanaal in het Zwartenberger Compascuum verhard.

Deze opsomming is natuurlijk niet volledig, maar geeft een beeld van de verbeteringen van na de oorlog, waarbij, op een uitzondering na, alle bovenveenwoningen verdwenen zijn.

Op het program van de ‘Herindeling Veenkolonieën’ staat een straatwegje geprojecteerd Limietweg - Grens, die aansluiting geeft op het fietspad dat vanaf het Oosterdiep loopt tussen de plaatsen 37 en 38.

Laatste wijziging: 03-03-2020
© Creative Commons Naamsvermelding "Collectie Broer Berens", Niet-commercieel, Gelijk delen