| |||||
Kiezerslijst Gemeente Emmen 1918-1919 | |||||
| |||||
Copyrights Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 3.0 Unported In 1918 gaf de gemeente Emmen een kiezerslijst uit. Daarop staan o.a. mannelijke kiesgerechtigden ouder dan 25 jaar met woonplaats Barger-Compascuum vermeld. Teldatum voor woonplaats was 2 januari 1918. Het kiesrecht voor vrouwen werd pas in 1922 effectief. Mensen geboren in het buitenland en niet genaturaliseerd waren niet kiesgerechtigd. Dat waren de oudere Duitse mannen van Bargercompas. Op welke schaal kwam dit voor? Jan Berend Wilken (1838-1926) komt bijv. niet voor op de kieslijst, dochters Grietje, Lena en Angela die in BC woonden ook niet omdat vrouwen nog niet mochten stemmen, getrouwde dochters Thecla en Anna woonden elders, alleen beide zoons Bernard en Geert komen op de lijst voor. Er hadden slechts 2 mannen die in Duitsland geboren waren stemrecht: ene Bauerhuit geboren in 1881 in Gross Fullen en een Bauerhuit geboren 1884 in Schöninghsdorf. De jongste Compascumer op de kieslijst was 26, de oudste 84. Het stemrecht begon dus pas bij 25 jaar! Des te opmerkelijker, omdat de gemiddelde leeftijd bij overlijden onder de mannen in de periode 1896-1942 29,9 jaar was (N 332).Nieuwe vragen duiken op: waarom lieten Duitsers zich niet naturaliseren als ze daardoor stemrecht kregen? Hoe belangrijk vonden mensen stemrecht? Waren er drempels, financieel, of anderszinds om naturalisatie niet aan te vragen? Speelde WO I mee in 1918? Volgens mij stonden die mensen gewoonlijk wel ingeschreven in het bevolkingsregister. Ze gaven gewoonlijk hun kinderen wel aan bij de burgerlijke stand. Voor de kerk waren mensen vaak wel getrouwd. Vonden mensen dat voldoende, want belangrijker dan voor de wet getrouwd te zijn? Jan Berend Wilken was bijv. in Duitsland voor de kerk getrouwd met Anna Andelheid Nögel, maar niet voor de wet in Nederland. Naturalisatie was ook geen voorwaarde om deel te nemen aan het maatschappelijke leven; Jan Berend Wilken zat in de wegcommissie voor de Postweg in 1923, was ondernemer, zat in het kerkbestuur. Er zijn wel gevallen bekend van mensen die naar Duitsland teruggestuurd werden omdat ze geen bron van inkomsten hadden. Naturalisatie vond voor sommige mensen pas na WO II plaats. Volgens H.T. Buiskool (1933 Historisch Emmen XXIX, Barger-Compascuum, II) waren de kosten een belemmering voor Duitsers om zich tot Nederlander te laten naturaliseren. | |||||
Kieslijst Bargercompas 1918 N=331 | |||||
|
| |||||
| Het aantal stemgerechtigden in Bargercompas in 1918: totaal 331, alleen mannen, slechts 2 genaturaliseerd en allemaal ouder dan 25 jaar. In WO I was de vervening in volle gang. Dat trok veel fitte jonge mensen aan om in het veen te werken. Oververtegenwoordiging van de jongere leeftijdscategroieen is dus wel logisch. Maar, de staafdiagram bevestigt ook het vermoeden dat de oudere in Duitsland geboren mannen ondervertegenwoordigd zijn. Volgens mij is de kieslijst geen geschikt middel is om te achterhalen hoeveel inwoners Bargercompas in 1918 had. | |||||
|
| |||||
| De stemgerechtigden afkomstig uit Overijssel (26) en Duitsland (2) waren gewoonlijk katholiek. Mensen geboren in Groningen (40), Drenthe zonder Emmen (107), Friesland (18) waren gewoonlijk protestant of niet-gelovig voor zover ik weet. Niet-genaturaliseerde buitenlanders mochten niet stemmen. Er waren in BC veel ouderen geboren in Duitsland die daarom niet op de lijst voorkomen. We weten alleen niet hoeveel dat er waren. Dit vertekent het beeld aanzienlijk. Dit wordt duidelijk in de staafdiagram hiernaast: herkomst van stemgerechtigden in Bargercompas in 1918. De 135 stemgerechtigden in Bargercompas geboren in de gemeente Emmen heb ik op basis van hun achternaam ingedeeld in 3 categorieëen niet-gelovig/protestant/jood, katholiek en godsdienst onbekend. Godsdienst wordt niet vermeld in Genlias, ook niet op de kieslijst. De indeling zegt vooral veel over mijn bril om naar de geschiedenis van het dorp te kijken: geboren in 1956, katholiek gedoopt, openbare kleuterschool, katholieke lagere school, vertrokken in 1975. Als dorpsgenoten niet katholiek waren wist ik toen ik in BC woonde gewoonlijk niet wat ze dan wel waren. Voor wat het waard is, van de 135 stemgerechtigden in Bargercompas in 1918 geboren in de gemeente Emmen waren volgens mij 37 niet-gelovig, protestant of jood, 93 katholiek en van 5 mensen heb ik geen idee. Van de katholieken kwamen gewoonlijk de ouders uit Duitsland, wat ook te zien is aan de veelal Duitse achternamen. Van de 93 katholieken die geboren waren in de gemeente Emmen waren 59 achternamen uniek. Mannen met dezelfde achternaam waren vaak familie; broers, (achter)neven. Laten we eens aannemen dat ongeveer 50 vaders geboren in Duitsland ontbreken op de kieslijst, uitgaande van 93 katholieken, 59 unieke achternamen en een tiental afkomstig uit Overijssel. Dit is slechts een indicatie voor de orde van grootte van de groep mannen die ontbreekt omdat ze als niet-genaturaliseerde Duitsers niet stemgerechtigd waren.
Het kiesregister blijkt net als het oude kerkhof beperkt om het aantal inwoners te achterhalen. Volgende stap in m'n onderzoek naar het aantal inwoners in de eerste 80 jaar van het dorp is het tellen van de eerste inwoners zoals ze voorkomen in het boek van m'n vader over het dorp, teljaar 1872. |